Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI9653

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-06-2009
Datum publicatie
24-06-2009
Zaaknummer
200808113/5/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 oktober 2008, kenmerk 2008-60327, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Andijk (hierna: de raad) bij besluit van 4 maart 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Woongebied Andijk".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200808113/5/R1.

Datum uitspraak: 16 juni 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 oktober 2008, kenmerk 2008-60327, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Andijk (hierna: de raad) bij besluit van 4 maart 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Woongebied Andijk".

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 december 2008, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 april 2009, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 mei 2009, waar [verzoekers], in de persoon van [een der verzoekers], en het college, vertegenwoordigd door mr. M.C. Jonkman, advocaat te Amsterdam zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de raad, vertegenwoordigd door R. Spek, ambtenaar bij de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoekers] betogen dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid II" behorende bij het plandeel met de bestemming "Wonen", "Tuin" en "Agrarisch met waarden" ter plaatse van het Singerspad 8, omdat daarmee op korte afstand van hun perceel de bouw van zes woningen mogelijk wordt gemaakt. Zij verzoeken om schorsing van het goedkeuringsbesluit teneinde onomkeerbare gevolgen van inwerkingtreding van dit plandeel te voorkomen. Daartoe stellen zij te vrezen dat de toekomstige bewoners van de nieuwe woningen zullen klagen over geluidoverlast van de papegaaien die zij - verzoekers - op hun terrein houden en dat op korte termijn een bouwvergunning voor de realisering van de woningen zal worden aangevraagd.

2.3. Ingevolge artikel 27, eerste lid, onder e, van de planvoorschriften is het college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening bevoegd tot het wijzigen van de bestemmingen binnen het op de plankaart aangegeven gebied met de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid II" ten behoeve van de bouw van maximaal zes woningen, te realiseren binnen de bestemming "Tuin -T-" , mits aan de in dit artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan.

2.4. Nu de woningen zijn voorzien op gronden waarop de in artikel 27, eerste lid, onder e, van de planvoorschriften vervatte wijzigingsbevoegdheid rust, bestaat in zoverre geen spoedeisend belang bij het verzoek, aangezien eerst na het inwerkingtreden van een wijzigingsplan, waartegen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend, onomkeerbare gevolgen kunnen ontstaan. Uit het verhandelde ter zitting is voorts gebleken dat nog geen ontwerp-wijzigingsplan voor de desbetreffende gronden ter inzage is gelegd en evenmin concreet vooruitzicht bestaat dat op korte termijn een ontwerp-wijzigingsplan te verwachten is. Ten slotte heeft de raad ter zitting verklaard dat geen bouwvergunning is aangevraagd en dat alvorens zodanige vergunning zou kunnen worden verleend, de huidige bestemming door het college van burgemeester en wethouders gewijzigd dient te worden.

2.5. Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wegens het ontbreken van spoedeisend belang af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.T. Zijlstra, ambtenaar van Staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Zijlstra

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2009

240.