Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI8451

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-06-2009
Datum publicatie
17-06-2009
Zaaknummer
200900119/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 januari 2008 heeft de korpsbeheerder van de regiopolitie Haaglanden (hierna: de korpsbeheerder) naar aanleiding van een verzoek van appellant vier van de documenten openbaargemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200900119/1/H3.

Datum uitspraak: 17 juni 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 30 december 2008 in zaak nr. 08/1336 in het geding tussen:

appellant

en

de korpsbeheerder van de regiopolitie Haaglanden.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 januari 2008 heeft de korpsbeheerder van de regiopolitie Haaglanden (hierna: de korpsbeheerder) naar aanleiding van een verzoek van appellant vier van de documenten openbaargemaakt.

Bij besluit van 21 februari 2008 heeft de korpsbeheerder het door [appellant] tegen de niet-openbaarmaking van de andere documenten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 december 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 januari 2009, hoger beroep ingesteld. Hij heeft de gronden van het beroep aangevuld bij brief van 29 januari 2009.

De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nog nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Partijen hebben de Afdeling toestemming verleend om behandeling van de zaak ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) kan een ieder een verzoek om informatie, neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid, richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge het tweede lid vermeldt de verzoeker bij zijn verzoek de bestuurlijke aangelegenheid of het daarop betrekking hebbend document, waarover hij informatie wenst te ontvangen.

2.2. Het verzoek van [appellant] luidt, voor zover thans van belang: "Ik verzoek u mij - binnen de wettelijke termijn van 2 weken - toe te zenden: van alle betrokken verbalisanten: […] de certificaten van de bekwaamheid van de snelheidswaarnemer […] Uiteraard geldt het vorenstaande alleen voor zover van toepassing. De gevraagde informatie heeft betrekking op de mulderbeschikking of het transactievoorstel met het nummer 79114301592 […]."

2.3. Bij het besluit van 21 februari 2008 heeft de korpsbeheerder zich op het standpunt gesteld dat het verzoek geen betrekking heeft op de certificaten van bekwaamheid van de snelheidswaarnemer (hierna: de certificaten), nu aan het verzoek is toegevoegd "voor zover van toepassing" en het betrekking heeft op een beschikking, gegeven naar aanleiding van een snelheidsovertreding die is vastgesteld door middel van een zogenoemde flitspaal. Volgens de korpsbeheerder zijn de certificaten in dat geval geen vereiste voor het vaststellen van de overtreding en is het verzoek derhalve daarop niet van toepassing.

2.4. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de zinsnede "voor zover van toepassing" alleen bedoeld was om aan te geven dat enkele van de gevraagde documenten wellicht niet aanwezig zijn en niet om de korpsbeheerder de ruimte te geven om te bepalen of hij de gevraagde documenten, indien aanwezig, al dan niet openbaar zou maken.

2.4.1. Dat betoog faalt. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de korpsbeheerder uit de passage "Uiteraard geldt het vorenstaande alleen voor zover van toepassing", direct gevolgd door een aanduiding van de beschikking, waarop het verzoek betrekking heeft, heeft mogen afleiden dat het de stukken betreft die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de rechtmatigheid van die beschikking en dat de certificaten dat niet zijn.

Gelet hierop, behoeft hetgeen [appellant] voor het overige in hoger beroep heeft aangevoerd geen bespreking.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Van Hardeveld

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2009

312-611.