Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI7282

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-06-2009
Datum publicatie
10-06-2009
Zaaknummer
200901430/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij brief van 9 januari 2009, kenmerk 2009-614, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college) een reactie gegeven op het door de vereniging Vereniging de Duinruiters (hierna: de Duinruiters) gedane verzoek om te beoordelen of ingevolge artikel 16 van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) een vergunningplicht geldt voor het houden van een rally met aangespannen paarden in het beschermd natuurmonument "Duinen Den Helder-Callantsoog".

Wetsverwijzingen
Natuurbeschermingswet 1998
Natuurbeschermingswet 1998 16
Natuurbeschermingswet 1998 19d
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 7:1a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2009, 1223
M en R 2009, 90 met annotatie van R.A. Morzer Bruyns
Milieurecht Totaal 2009/3659
JM 2009/91 met annotatie van Zijlmans
JB 2009/174
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200901430/1/R2.

Datum uitspraak: 10 juni 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de stichting Stichting Landschap Noord-Holland, gevestigd te Castricum,

appellante,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 9 januari 2009, kenmerk 2009-614, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college) een reactie gegeven op het door de vereniging Vereniging de Duinruiters (hierna: de Duinruiters) gedane verzoek om te beoordelen of ingevolge artikel 16 van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) een vergunningplicht geldt voor het houden van een rally met aangespannen paarden in het beschermd natuurmonument "Duinen Den Helder-Callantsoog".

Hiertegen heeft de stichting Stichting Landschap Noord-Holland (hierna: de stichting) bij brief van 22 januari 2009 bezwaar gemaakt. De stichting heeft in haar bezwaarschrift gevraagd om toepassing van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (rechtstreeks beroep).

Het college heeft met toepassing van artikel 7:1a, derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) ten aanzien van het bezwaarschrift van de stichting ingestemd met rechtstreeks beroep.

Bij brief van 24 februari 2009 heeft het college het bezwaarschrift met toepassing van artikel 7:1a, vijfde lid, van de Awb doorgezonden aan de Afdeling.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak, gelijktijdig met de zaken 200808609/1 en 200808611/1, ter zitting behandeld op 1 april 2009, waar de stichting, vertegenwoordigd door mr. J. Veltman, advocaat te Groningen, [deskundige], werkzaam bij SOVON Vogelonderzoek Nederland, [medewerkers] van de stichting, en het college, vertegenwoordigd door mr. H.A. Schoordijk en M. Doevendans, ambtenaren in dienst van de provincie, zijn verschenen.

Voorts zijn ter zitting de Duinruiters, vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Sinds 2005 wordt jaarlijks in de maand april de 'Tulpen Duin Menrally' (hierna: de Rally) georganiseerd door de Duinruiters. De route van de Rally loopt deels door het natuurgebied "Duinen Den Helder-Callantsoog", dat bij besluit van 18 februari 1992, kenmerk NBLF-92-319, respectievelijk 25 maart 1992, kenmerk NBLF-92-318, is aangewezen als beschermd natuurmonument respectievelijk staatsnatuurmonument (hierna: het gebied).

In het aanwijzingsbesluit als beschermd natuurmonument is onder meer vermeld dat het gebied mede door de bijzondere kenmerken zoals een in grote delen vrijwel ongeschonden reliëf en variatie in kalkgehalte en de grotendeels natuurlijk fluctuerende waterhuishouding, een grote variatie aan planten kent. Er komen minder algemene en zeldzame plantensoorten voor in het gebied. Het gebied bestaat uit duinen, vochtige en droge duinvalleien, duingraslanden, schraallanden, wateren, bossen, struwelen en ruigten die een samenhangend geheel vormen. Daarnaast vormt het natuurgebied een belangrijk rust-, fourageer- en doortrekgebied voor vogels en is het een broedgebied voor ongeveer 85 vogelsoorten waaronder de tapuit.

Dit gebied is tevens overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Pb L 206; hierna: de Habitatrichtlijn) geplaatst op de lijst van gebieden van communautair belang voor de Atlantische biogeografische regio.

In het ontwerp-aanwijzingsbesluit Duinen Den Helder-Callantsoog, dat ter voldoening aan artikel 10a van de Nbw 1998 is vastgesteld, is wegens de zeer ongunstige staat van instandhouding van de tapuit voor deze vogelsoort als complementair doel opgenomen: uitbreiding en/of verbetering kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 30 broedparen.

2.2. In de brief van 9 januari 2009 is vermeld dat de Duinruiters op 20 november 2008 het college hebben verzocht om te beoordelen of voor het verrijden van de Rally op 26 april 2009 een vergunningplicht ingevolge de Nbw 1998 geldt. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat met het rijden van de Rally langs dezelfde route en op dezelfde wijze als in 2008 geen negatieve effecten zullen optreden ten aanzien van de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. Hierbij heeft het college in aanmerking genomen dat met de voorgestelde route verstoring van een belangrijke broedkern van de tapuit bij het 'Botgat' wordt vermeden, de ongeveer 80 deelnemers eenmalig en verspreid over een dagdeel door het gebied rijden, ervoor wordt gezorgd dat er geen afval in het gebied achterblijft en dat de route - voor zover deze door het gebied voert - over openbaar toegankelijke fietspaden loopt. Hierdoor kunnen significante effecten op het gebied en de tapuit worden uitgesloten, zodat volgens het college geen Nbw-vergunning is vereist. Daarbij is uitdrukkelijk aangegeven dat bij veranderingen in de organisatie van de Rally, wijzigingen in de omstandigheden ter plaatse of het beschikbaar komen van nieuwe informatie, er opnieuw aan de geldende regelgeving en aanwezige te beschermen waarden getoetst dient te worden.

Het college heeft zich in het verweerschrift en ter zitting op het standpunt gesteld dat het beroep van de stichting niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, omdat het in de brief van 9 januari 2009 vervatte rechtsoordeel niet is aan te merken als een op rechtsgevolg gericht besluit in de zin van de Awb.

2.3. Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder besluit verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

2.4. Voor de beoordeling van de vraag of de brief van 9 januari 2009 een publiekrechtelijke rechtshandeling in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb bevat, acht de Afdeling het volgende van belang.

De brief van 9 januari 2009 bevat een concrete beoordeling van de vergunningplicht, toegespitst op de specifieke omstandigheden die bij de Rally aan de orde zijn. Daarin wordt uitdrukkelijk vermeld onder welke condities geen vergunningplicht voor de Rally geldt.

Voorts is van belang dat de onderhavige procedure niet los kan worden gezien van de procedure, zoals deze is gevolgd voor de langs dezelfde route en op dezelfde wijze op 27 april 2008 gehouden Rally. Ook in die procedure was door de stichting tegen een vergelijkbaar oordeel als vervat in de brief van 9 januari 2009, gegeven naar aanleiding van een gewijzigde aanvraag om vergunning voor de Rally van 2008, tijdig bezwaar gemaakt en om handhavend optreden verzocht om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. Eerst nadat de Rally was gehouden is op het verzoek om handhaving afwijzend beslist en is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Nu, mede gezien deze voorgeschiedenis, in de brief van 9 januari 2009 onmiskenbaar ligt besloten, dat door het college tegen het houden van de Rally op de hiervoor beschreven wijze niet handhavend zal worden opgetreden wegens het ontbreken van een Nbw-vergunning, is de brief van 9 januari 2009 aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De stichting is derhalve ontvankelijk in haar beroep.

2.5. Met betrekking tot het oordeel van het college dat voor de Rally geen Nbw-vergunning is vereist, overweegt de Afdeling als volgt.

Niet in geschil is dat voor de Rally van 26 april 2009 dezelfde route zal worden gebruikt als de Rally die op 27 april 2008 is gehouden. Deze datum valt wederom in het broedseizoen en ook de overige omstandigheden waaronder de Rally wordt gehouden - zoals het aantal deelnemers, de aard van de tocht en de tijdsduur - zijn vergelijkbaar met 2008.

Gezien het bovenstaande wordt ten aanzien van de vergunningplicht voor de Rally van 2009 verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 8 april 2009 in zaak nr. 200808611/1 inzake de vergunningplicht voor de Rally van 2008. In die uitspraak is in overweging 2.7. en verder overwogen dat schadelijke effecten van de Rally op de natuurwetenschappelijke betekenis van het gebied "Duinen Den Helder-Callantsoog" niet op basis van objectieve gegevens op voorhand zijn uitgesloten. Hierdoor is het college ten onrechte tot het oordeel gekomen dat de Rally niet vergunningplichtig is ingevolge artikel 16 van de Nbw 1998.

Niet is gesteld noch is gebleken van omstandigheden die ertoe leiden dat voor de Rally van 2009 over de vergunningplicht thans anders geoordeeld dient te worden. Derhalve heeft het college in het besluit van 9 januari 2009 zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat geen vergunning ingevolge artikel 16 van de Nbw 1998 is vereist voor het houden van de Rally.

2.6. De conclusie is dat hetgeen de stichting heeft aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met het bepaalde in artikel 16 van de Nbw 1998. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 16 van de Nbw 1998 te worden vernietigd.

2.7. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland van 9 januari 2009, kenmerk 2009-614;

III. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland tot vergoeding van bij de stichting Stichting Landschap Noord-Holland in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de provincie Noord-Holland aan de stichting Stichting Landschap Noord-Holland onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

IV. gelast dat de provincie Noord-Holland aan de stichting Stichting Landschap Noord-Holland het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 288,00 (zegge: tweehonderdachtentachtig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. G.N. Roes en mr. Th.C. van Sloten, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Troost, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Troost

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2009

234-571.