Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI7273

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-06-2009
Datum publicatie
10-06-2009
Zaaknummer
200807543/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend (hierna: het college) aan [appellant] vrijstelling en bouwvergunning geweigerd voor het vergroten van een woning (hierna: de woning) op het perceel [locatie] te Purmerend (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200807543/1/H1.

Datum uitspraak: 10 juni 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Purmerend,

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 2 september 2008 in zaak nr. 08/2171 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Purmerend.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend (hierna: het college) aan [appellant] vrijstelling en bouwvergunning geweigerd voor het vergroten van een woning (hierna: de woning) op het perceel [locatie] te Purmerend (hierna: het perceel).

Bij besluit van 8 januari 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 september 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief van 13 oktober 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 11 november 2008.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 mei 2009, waar het college, vertegenwoordigd door L.J.P. Rog, ambtenaar in dienst van de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in een aanbouw op de naast de woning gelegen garage, welke wordt verbouwd tot slaapkamer en kantoor. Tevens is naast de garage een aanbouw voorzien met een oppervlakte van circa 18 m² met één verdieping, waarin een badkamer en een berging zijn gesitueerd.

2.2. Ingevolge het ter plaatse geldende uitwerkingsplan "Weidevenne, kwadrant II, deelplan L 2001, tweede fase" (hierna: het uitwerkingsplan) rust op het perceel, voor zover het de in het bouwplan voorziene aanbouw op de garage betreft, de bestemming "Eengezinshuizen (E)" en, voor zover het de in het bouwplan voorziene aanbouw naast de garage betreft, "Tuinen en Erven".

Ingevolge artikel 4, tweede lid, aanhef en onder c en f, van de planvoorschriften mag ten aanzien van de bebouwing van de als "Eengezinshuizen (E)" aangewezen gronden:

c. de hoogte van enig gebouw niet meer dan 7 m bedragen;

f. voor zover de gronden enkel gearceerd zijn aangegeven, uitsluitend een garage worden gebouwd waarvan in afwijking van het bepaalde onder c de hoogte niet meer dan 4 m mag bedragen;

Ingevolge artikel 5, tweede lid, onderdeel b, onder 1˚, mogen ten aanzien van bebouwing van de als "Tuinen en Erven" aangewezen gronden voor zover de gronden gearceerd op de kaart zijn aangegeven bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat de afstand van enig gebouw tot het hoofdgebouw niet minder dan 3 m en de totale oppervlakte per bouwperceel niet meer dan 6 m² mag bedragen.

2.3. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan.

2.4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college in redelijkheid vrijstelling voor het bouwplan heeft kunnen weigeren. Daartoe voert hij, onder verwijzing naar de plantoelichting, aan dat het bouwplan aanmerkelijk beter past bij de bedoeling van de planwetgever.

2.4.1. De door [appellant] bedoelde passage in de plantoelichting heeft betrekking op bijgebouwen. Aangezien het bouwplan geen betrekking heeft op het bouwen van een bijgebouw, kan zijn betoog reeds hierom niet slagen.

De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college in redelijkheid vrijstelling voor het bouwplan heeft kunnen weigeren.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van Staat.

w.g. Bijloos w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2009

270-543.