Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI7246

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-06-2009
Datum publicatie
10-06-2009
Zaaknummer
200803796/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 april 2007 heeft de burgemeester van Boxtel (hierna: de burgemeester) aan [vergunninghouders] (hierna: Hipa Sports) een vergunning verleend voor de exploitatie van een alcoholvrij horecabedrijf gevestigd in het pand Ons Doelstraat 44c te Boxtel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200803796/1.

Datum uitspraak: 10 juni 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de burgemeester van Boxtel,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 8 april 2008 in zaak nr. 07/2803 in het geding tussen:

[wederpartijen]

en

de burgemeester van Boxtel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 april 2007 heeft de burgemeester van Boxtel (hierna: de burgemeester) aan [vergunninghouders] (hierna: Hipa Sports) een vergunning verleend voor de exploitatie van een alcoholvrij horecabedrijf gevestigd in het pand Ons Doelstraat 44c te Boxtel.

Bij besluit van 16 juli 2007 heeft de burgemeester het door [wederpartijen] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 april 2008, verzonden op 14 april 2008, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het door [wederpartijen] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 16 juli 2007 vernietigd en bepaald dat de burgemeester een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de burgemeester bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 mei 2008, hoger beroep ingesteld.

[wederpartijen] hebben een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 maart 2009, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door M.W.C. Heesbeen, werkzaam bij de gemeente, en [wederpartijen], vertegenwoordigd door [gemachtigden], zijn verschenen.

Voorts is ter zitting Hipa Sports, vertegenwoordigd door mr. J.A.J.M. van Houtum, als belanghebbende gehoord.

Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de Afdeling het onderzoek heropend.

De burgemeester heeft een nader stuk ingediend. Met toestemming van partijen is afgezien van een nieuwe behandeling van de zaak ter zitting, waarna het onderzoek is gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 2.3.1.2, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (hierna: de Apv) is het verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

Ingevolge het tweede lid van dit artikel weigert de burgemeester de vergunning indien de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

Aan de gronden waarop het pand Ons Doelstraat 44c te Boxtel is gelegen is in het ten tijde van belang geldende bestemmingsplan "Centrum" de bestemming "Bedrijfsdoeleinden -B-" toegekend. Ingevolge artikel 12, lid A, onder I, van de bij het bestemmingsplan behorende voorschriften zijn de op de kaart als zodanig aangewezen gronden, voor zover thans van belang, bestemd voor bedrijven, welke genoemd worden in categorie 1 en 2 van de in de bijlage bij de voorschriften opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten en bedrijven, welke niet genoemd worden in de categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, doch welke naar de aard gelijk te stellen zijn met de in categorie 1 en 2 genoemde bedrijven, met de daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken en erven.

2.2. De burgemeester heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij de vergunning ingevolge artikel 2.3.1.2, tweede lid, van de Apv had moeten weigeren. Hij heeft betoogd dat de rechtbank de weigeringsgrond van dit artikellid te ruim heeft toegepast door te toetsen of de sportschool, waarvoor de exploitatievergunning voor een ondergeschikt alcoholvrij horecabedrijf is verleend, in strijd is met het bestemmingsplan. Voorts heeft de burgemeester aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet heeft kunnen aansluiten bij de nog niet geldende Staat van Bedrijfsactiviteiten van het bestemmingsplan "Centrum Boxtel".

2.3. De horeca-activiteiten, waarvoor de exploitatievergunning is aangevraagd, zullen bestaan uit het tegen betaling aanbieden van een alcoholvrij drankje voor of na het sporten. Deze voorziening strekt ten dienste van de sportschool en maakt daarvan een onlosmakelijk deel uit. Gelet hierop en op de bewoordingen van artikel 2.3.1.2, tweede lid, van de Apv, heeft de rechtbank terecht overwogen dat in dit geval de vraag voorligt of de sportschool in strijd is met het geldende bestemmingsplan en de vergunning om die reden had moeten worden geweigerd.

In de in de bijlage bij de voorschriften van het bestemmingsplan "Centrum" opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten wordt een sportschool niet genoemd. Evenmin wordt daarin genoemd een categorie 1 of 2 bedrijf dat met een sportschool gelijk is te stellen. Zoals de rechtbank met juistheid en op goede gronden heeft overwogen laat artikel 12, lid A, onder l, van de bij het bestemmingsplan "Centrum" behorende voorschriften geen ruimte bij de invulling van toegestane bedrijven aan te sluiten bij toekomstige, nog niet geldende, definitiebepalingen. De vestiging of exploitatie van een sportschool ter plaatse is derhalve in strijd met het geldende bestemmingsplan.

Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank terecht overwogen dat de burgemeester de exploitatievergunning moest weigeren wegens strijd met het bestemmingsplan.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. De burgemeester dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt de burgemeester van Boxtel tot vergoeding van bij [wederpartijen] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 66,18 (zegge: zesenzestig euro en achttien cent); het dient door de gemeente Boxtel aan [wederpartijen] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

III. verstaat dat de secretaris van de Raad van State van de gemeente Boxtel griffierecht ten bedrage van € 433,00 (zegge: vierhonderddrieëndertig euro) heft.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. C.J.M. Schuyt en mr. K.J.M. Mortelmans, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Van Tuyll van Serooskerken

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2009

290.