Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI4947

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-05-2009
Datum publicatie
27-05-2009
Zaaknummer
200807526/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 februari 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (hierna: het college) geweigerd aan [appellante] vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het gedeeltelijk veranderen en vergroten van het pand op het perceel [locatie] te Utrecht (hierna: het pand) van twee woningen naar vier appartementen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200807526/1/H1.

Datum uitspraak: 27 mei 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 29 augustus 2008 in zaak nr. 07/2864 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 februari 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (hierna: het college) geweigerd aan [appellante] vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het gedeeltelijk veranderen en vergroten van het pand op het perceel [locatie] te Utrecht (hierna: het pand) van twee woningen naar vier appartementen.

Bij besluit van 5 september 2007 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 augustus 2008, verzonden op 2 september 2008, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 oktober 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 10 november 2008.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 april 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. E. Roijakkers, ambtenaar in dienst van de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in de wijziging van een beneden- en bovenwoning in vier appartementen.

2.2. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de, ten tijde van de aanvraag voor het perceel geldende, bestemmingsplan "Verordening Voorschriften voor de Bebouwde Kom '58" (hierna: "VBK") moet een gebouw of een gedeelte daarvan, dat is gelegen in het gedeelte van de bebouwde kom, dat op de bij dat bestemmingsplan behorende tekening nr. 6563 K met een rode kleur is aangeduid en de aard van eensgezinshuis, beneden- en/of bovenwoning, meergezinshuis of anderszins die van woonruimte heeft, deze aard blijven behouden.

Ingevolge artikel 46, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 46, vierde lid, van de Woningwet (hierna: Ww) is een bouwvergunning van rechtswege verleend indien het college omtrent een aanvraag om reguliere bouwvergunning niet binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag heeft beslist.

Op grond van het derde lid van dat artikel geldt de termijn van 12 weken niet, indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan dat in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

2.3. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan "VBK" en van rechtswege bouwvergunning is verleend. Daartoe voert zij aan dat de bestaande situatie in de aanvraag niet juist was weergegeven. Er waren reeds vier zelfstandige appartementen en geen twee woningen en de werkzaamheden betroffen slechts het herstellen van een achterstallige onderhoudssituatie. De aard van de bebouwing is niet gewijzigd, aldus [appellante].

2.3.1. In het stelsel van de Woningwet is geen plaats voor een beslissing omtrent verlening van een bouwvergunning anders dan op grond van een daartoe strekkende aanvraag. Het indienen van een juiste aanvraag om bouwvergunning valt voorts onder de verantwoordelijkheid van de aanvrager. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het college [appellante] in de gelegenheid had moeten stellen haar aanvraag aan te passen.

Aangezien vast staat dat het onderhavige bouwplan, zoals dit door [appellante] is ingediend, in strijd is met artikel 2, eerste lid, van het ten tijde van de indiening van de bouwaanvraag ter plaatse geldende bestemmingsplan "VBK", was er, gelet op artikel 46, derde lid, van de Ww, twaalf weken na het indienen van de bouwaanvraag niet van rechtswege een bouwvergunning verleend.

Het betoog faalt.

2.4. Vast staat dat ten tijde van het besluit op bezwaar voor het perceel het bestemmingsplan "Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt" in werking was getreden. Het bouwplan is in het besluit op bezwaar dan ook terecht getoetst aan dit bestemmingsplan.

2.5. Op het perceel rust ingevolge het bestemmingsplan "Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt" de bestemming "Woondoeleinden".

2.6. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder 22, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan "Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt" wordt in dit plan onder bouwlaag/woonlaag verstaan een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en bijzondere bouwlaag.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, zijn de gronden op de kaart aangewezen voor "Woondoeleinden" onder meer bestemd voor wonen, tuinen en erven.

Ingevolge het derde lid van dat artikel mogen op de gronden als bedoeld in het eerste lid ten behoeve van de bestemming uitsluiten worden gebouwd:

a. hoofdgebouwen;

b. aan- en uitbouwen;

c. bijgebouwen;

d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Ingevolge het vierde lid van dat artikel, aanhef en onder b, geldt voor het bouwen van hoofdgebouwen dat het aantal bouwlagen niet meer mag bedragen dan op de plankaart is aangegeven.

Ingevolge het zevende lid van dat artikel kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van het bepaalde in het vierde lid, aanhef en onder b, voor het bouwen van een extra bouwlaag op een hoofdgebouw van een of twee bouwlagen.

Ingevolge de aanhef en onder 3 van dat lid, wordt vrijstelling niet verleend indien het hoofdgebouw ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan al bestond uit 3 of meer bouwlagen.

2.7. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan "Wittevrouwen, Zeeheldenbuurt, Huizingabuurt".

2.7.1. Dit betoog faalt. Op de plankaart is met betrekking tot het perceel aangegeven dat maximaal twee bouwlagen zijn toegestaan. Het pand bestaat in de huidige situatie reeds uit drie bouwlagen. Het bouwplan is dan ook in strijd met artikel 7, vierde lid, aanhef en onder b, van de planvoorschriften. [appellante] heeft niets aangevoerd ter onderbouwing van het betoog dat dit niet het geval is.

2.8. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. V. van Dorst, ambtenaar van Staat.

w.g. Offers w.g. Van Dorst

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2009

357-580.