Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI4543

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-05-2009
Datum publicatie
20-05-2009
Zaaknummer
200807972/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 oktober 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam (hierna: het college) aan Ruimte voor Ruimte C.V. vrijstelling verleend voor de eerste fase, 22 kavels, van de Ruimte voor Ruimte-locatie De Landerij te Alphen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200807972/1/H1.

Datum uitspraak: 20 mei 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de commanditaire vennootschap "Ruimte voor Ruimte 1 C.V.", gevestigd te 's-Hertogenbosch,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 19 september 2008 in zaak nr. 07/1269 in het geding tussen:

[partij]

en

het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 oktober 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam (hierna: het college) aan Ruimte voor Ruimte C.V. vrijstelling verleend voor de eerste fase, 22 kavels, van de Ruimte voor Ruimte-locatie De Landerij te Alphen.

Bij besluit van 7 september 2006 heeft het college aan [partij] bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woning op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel)

Bij besluit van 6 februari 2007 heeft het college het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 september 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank) het door [partij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 6 februari 2007 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift met inachtneming van deze uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Ruimte voor Ruimte 1 C.V. (hierna: Ruimte voor Ruimte 1), op wiens naam de bouwvergunning is overgeschreven, bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 oktober 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 30 oktober 2008.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [partij] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Ruimte voor Ruimte en het college hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 mei 2009, waar Ruimte voor Ruimte 1, vertegenwoordigd door mr. E. Beele, advocaat te 's-Hertogenbosch, en het college, vertegenwoordigd door mr. L.H.J. Verhoeven, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [partij], vertegenwoordigd door mr. W. Krijger, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Anders dan [partij] betoogt, is het belang van Ruimte voor Ruimte 1 bij beoordeling van de aangevallen uitspraak niet vervallen.

Bij uitspraak van heden in zaak nr. 200901458/2 (www.raadvanstate.nl) heeft de voorzitter van de Afdeling het verzoek van [partij] om voorlopige voorziening afgewezen. Het bestemmingsplan "Ruimte voor Ruimte Landerij" is thans het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het bouwplan is niet in strijd met dit bestemmingsplan, zodat het college thans bouwvergunning zou kunnen verlenen zonder dat daarvoor een vrijstelling is vereist. Aangezien dit bestemmingsplan niet in rechte onaantastbaar is en in deze procedure bovendien niet slechts de verleende vrijstelling maar ook de verleende bouwvergunning aan de orde is, is met de uitspraak van heden in zaak nr. 200901458/2 het belang van Ruimte voor Ruimte 1 bij beoordeling van de aangevallen uitspraak niet vervallen.

2.2. Ruimte voor Ruimte 1 betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de bij besluit van 11 oktober 2005 verleende vrijstelling niet ziet op de bebouwing maar slechts op het ontwikkelen van kavels.

2.2.1. Zoals de Afdeling bij uitspraak van 7 november 2007 in zaak nr. 200702685/1 heeft overwogen, omvat de bij besluit van 11 oktober 2005 verleende vrijstelling de handelingen die moeten worden verricht voor het realiseren van 22 woningen in het plangebied maar strekt zij niet tot het bouwen van deze woningen. Bij besluit van 23 mei 2006, zoals gewijzigd bij besluit van 21 juni 2006, is het besluit van 11 oktober 2005 in stand gelaten. In het besluit van 21 juni 2006 is weliswaar, voor zover thans van belang, vermeld dat de vrijstelling werd verleend voor het bouwen van de woningen, maar de Afdeling heeft de vrijstelling aldus verstaan, dat zij werd verleend voor niet nader gedefinieerde woningbouw en niet voor concrete bouwprojecten. De rechtbank heeft, gelet daarop, terecht overwogen dat voor het bouwplan geen vrijstelling is verleend. Het besluit van 6 februari 2007 is derhalve genomen in strijd met artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woningwet. Dit besluit heeft de rechtbank dan ook terecht vernietigd. Het betoog faalt.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. De Afdeling ziet geen aanleiding om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het door de rechtbank vernietigde besluit in stand blijven, nu het bestemmingsplan "Ruimte voor Ruimte Landerij" niet in rechte onaantastbaar is.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W.J. Sloots, ambtenaar van Staat.

w.g. Offers w.g. Sloots

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2009

499.