Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI4517

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-05-2009
Datum publicatie
20-05-2009
Zaaknummer
200806630/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 juni 2007 heeft de burgemeester van Hengelo (Overijssel) (hierna: de burgemeester) geweigerd aan [appellante] vergunning te verlenen voor het exploiteren van een seksinrichting in het pand aan de [locatie] te [plaats] (hierna: het pand).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200806630/1/H3.

Datum uitspraak: 20 mei 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 21 juli 2008 in zaak nr. 07/1346 in het geding tussen:

[appellante]

en

de burgemeester van Hengelo.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 juni 2007 heeft de burgemeester van Hengelo (Overijssel) (hierna: de burgemeester) geweigerd aan [appellante] vergunning te verlenen voor het exploiteren van een seksinrichting in het pand aan de [locatie] te [plaats] (hierna: het pand).

Bij besluit van 9 oktober 2007 heeft de burgemeester het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 juli 2008, verzonden op dezelfde datum, heeft de rechtbank Almelo (hierna: de rechtbank) het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 augustus 2008, hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 april 2009, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. M.S. van Dijk en P.L. Drent, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente Hengelo, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3.1.1, aanhef en onder c, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Hengelo (hierna: de APV) wordt in hoofdstuk 3 van de APV verstaan onder seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

Ingevolge 3.2.1, eerste lid, is het verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

Ingevolge artikel 3.3.2, eerste lid, aanhef en onder b, wordt de vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, geweigerd indien de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening.

2.2. Bij uitspraak van 21 juli 2008, in zaak nr. 07/1347, heeft de rechtbank geoordeeld dat het college van burgemeester en wethouders van Hengelo bij in bezwaar gehandhaafd besluit van 2 juli 2007 in redelijkheid heeft kunnen weigeren gebruik te maken van zijn bevoegdheid om ten behoeve van de exploitatie van de seksinrichting in het pand vrijstelling van het geldende bestemmingsplan te verlenen. Bij uitspraak van heden, in zaak nr. 200806632/1, heeft de Afdeling deze uitspraak bevestigd.

In de thans aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat, gezien de uitspraak in zaak nr. 07/1347, de burgemeester ingevolge het bepaalde in artikel 3.3.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de APV gehouden was de door [appellante] gevraagde exploitatievergunning te weigeren wegens strijd met het bestemmingsplan.

[appellante] heeft geen beroepsgronden aangevoerd tegen dit oordeel van de rechtbank. Nu dit oordeel niet is bestreden, wordt van de juistheid daarvan uitgegaan.

2.3. Het hoger beroep is reeds hierom ongegrond. De Afdeling komt derhalve aan een beoordeling van de inhoudelijke geschilpunten die partijen in dezen verdeeld houden niet toe.

2.4. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. C.H.M. van Altena, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. De Leeuw-van Zanten

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2009

97-598.