Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI2935

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-04-2009
Datum publicatie
06-05-2009
Zaaknummer
200902149/2/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij afzonderlijke besluiten van 29 april 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert (hierna: het college) de aanvraag van [wederpartij] om bouwvergunning voor het oprichten van een tuinbouwkas en voor het oprichten van een bedrijfsruimte op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel) aangehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200902149/2/H1.

Datum uitspraak: 27 april 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van:

1. het college van burgemeester en wethouders van Zundert,

2. [verzoeker sub 2] en anderen, wonend te [woonplaats],

3. [verzoeker sub 3], wonend te [woonplaats],

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 24 maart 2009 in zaken nrs. 08/5914 en 09/440 in het geding tussen:

[wederpartij], gevestigd te [plaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Zundert.

1. Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 29 april 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert (hierna: het college) de aanvraag van [wederpartij] om bouwvergunning voor het oprichten van een tuinbouwkas en voor het oprichten van een bedrijfsruimte op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel) aangehouden.

Bij besluit van 10 november 2008 heeft het college het door [wederpartij] tegen deze besluiten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 maart 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 10 november 2008 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van deze uitspraak.

Tegen deze uitspraak hebben het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 maart 2009, [verzoeker sub 2] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2009, en [verzoeker sub 3] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 april 2009, hoger beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 maart 2009, heeft het college de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2009, hebben [verzoeker sub 2] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 april 2009, heeft [verzoeker sub 3] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting, gevoegd met zaak nr. 200902151/2, behandeld op 16 april 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. W.J. Bosma, advocaat te Breda, en N.P. Schmitt, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [verzoeker sub 2] en anderen en [verzoeker sub 3], vertegenwoordigd door mr. W. Krijger, zijn verschenen. [wederpartij] is, vertegenwoordigd door mr. R.Th.J. van 't Zelfde, daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. In hoger beroep is de vraag aan de orde of de rechtbank terecht heeft overwogen dat de gevraagde bouwvergunningen van rechtswege zijn verleend. Deze vraag dient beantwoord te worden bij de behandeling van het geschil door de Afdeling in de bodemprocedure. De voorlopige voorzieningen-procedure is daarvoor minder geschikt.

2.3. Ter zitting heeft [wederpartij] te kennen gegeven met het oprichten van een tuinbouwkas en een bedrijfsruimte te willen beginnen. Niet in geschil is dat dan zal worden gebouwd in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied Rijsbergen, partiƫle herziening 'agrarisch gebied vrije vestiging'", dat op 12 augustus 2008 is vastgesteld en op 24 maart 2009 door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant is goedgekeurd, alsmede met de Interimstructuurvisie Noord-Brabant, gelezen in samenhang met de door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant vastgestelde Paraplunota ruimtelijke ordening en Beleidsnota glastuinbouw. De voorzitter acht daarom het belang bij toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening groter dan het belang van [wederpartij] bij afwijzing daarvan.

2.4. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

schorst bij wijze van voorlopige voorziening de werking van de uitspraak van de rechtbank Breda van 24 maart 2009, 08/5914 en 09/440.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W.J. Sloots, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Sloots

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 april 2009

499.