Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI2665

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
200805856/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 juli 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel (hierna: het college) aan [appellant] naar aanleiding van zijn verzoek om openbaarmaking van de toewijzingen van de woningen in het project "Kerckquartier" te Kerkdriel, een geanonimiseerd overzicht verstrekt van kandidaten die op genoemd project hebben ingeschreven en van toegewezen woningen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200805856/1/H3.

Datum uitspraak: 29 april 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 10 juni 2008 in zaak nr. 07/5576 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 31 juli 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel (hierna: het college) aan [appellant] naar aanleiding van zijn verzoek om openbaarmaking van de toewijzingen van de woningen in het project "Kerckquartier" te Kerkdriel, een geanonimiseerd overzicht verstrekt van kandidaten die op genoemd project hebben ingeschreven en van toegewezen woningen.

Bij besluit van 13 november 2007 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 juni 2008, verzonden op 19 juni 2008, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 juli 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 21 augustus 2008.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 maart 2009, waar [appellant], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door H.G.C. Penders, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

2.2. Het college heeft [appellant] een geanonimiseerd overzicht van de toewijzingen verstrekt, waarop per inschrijver is vermeld welke woning van zijn voorkeur is toegewezen, wat de datum van inschrijving was, tot welke doelgroep, starter of doorstromer, hij behoort en of hij inwoner is dan wel sociale of economische binding met de gemeente heeft. Het college heeft openbaarmaking van de namen en adressen van personen die een woning of kavel toegewezen hebben gekregen, geweigerd, omdat dit een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van deze personen zou betekenen en het belang van privacybescherming volgens het college zwaarder moet wegen dan het belang van openbaarheid van deze gegevens. De gegevens zijn niet relevant voor de beoordeling van de gevolgde procedure, aldus het college.

2.3. [appellant] bestrijdt het oordeel van de rechtbank dat het college openbaarmaking van de namen en adressen in redelijkheid met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob heeft kunnen weigeren. Hij voert aan dat aan de hand van een geanonimiseerde lijst niet kan worden gecontroleerd of de gemeente Maasdriel de voor woningtoewijzing geldende procedure heeft gevolgd. De rechtbank heeft volgens hem miskend dat het college in dit geval meer gewicht had moeten toekennen aan het publieke belang bij openbaarmaking van de namen en adressen van de betrokkenen dan aan het belang van betrokkenen bij bescherming van hun persoonlijke levenssfeer.

2.3.1. Met openbaarmaking van de namen en adressen van degenen die een woning hebben toegewezen gekregen, wordt inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van deze personen. Dat de namen van eigenaren van woningen en percelen bij het Kadaster zijn geregistreerd en kunnen worden opgevraagd, zoals [appellant] heeft gesteld, doet daaraan niet af. Het verstrekte overzicht bevat meer gegevens van die personen dan alleen de aan hen toegewezen woningen. Bovendien kunnen de openbare gegevens in de registers van het Kadaster, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, afwijken van de gegevens op de lijst met toegewezen woningen, omdat de toewijzing van een woning aan een persoon niet zonder meer betekent dat die persoon de toegewezen woning daadwerkelijk heeft gekocht.

Bij de beoordeling of het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zwaarder mocht wegen dan het belang bij openbaarmaking van de namen en adressen, heeft het college terecht betrokken de omstandigheid dat aan de hand van het verstrekte overzicht een effectieve publieke controle van het gevoerde toewijzingsbeleid mogelijk is. De gegevens die relevant zijn om te kunnen beoordelen of de juiste volgorde van toewijzing is toegepast, zijn in het overzicht vermeld. Openbaarmaking van de namen en adressen van betrokkenen levert niet een zodanige bijdrage aan de publieke controle dat het college het belang, gediend met openbaarmaking, had moeten laten prevaleren boven het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De uitspraak van de Afdeling van 20 juni 2007 in zaak nr. 200607848/1, waarnaar [appellant] heeft verwezen, heeft betrekking op gegevens van ambtenaren van wie de namen bekend waren en niet om gegevens van gewone burgers. Bovendien heeft de Afdeling in die zaak geoordeeld dat openbaarmaking van een aantal van die gegevens mocht worden geweigerd met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob. Anders dan [appellant] heeft gesteld, prevaleerde het belang van openbaarheid derhalve in zoverre niet.

Voor zover [appellant] tevens heeft bedoeld te betogen dat het college een andere toewijzingsprocedure moet hanteren, zoals bijvoorbeeld een loting, waarbij de namen van de betrokkenen openbaar zijn, gaat de Afdeling aan dit betoog voorbij. De toewijzingsprocedure is niet in geding.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. C.J.M. Schuyt en mr. K.J.M. Mortelmans, leden, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Visser

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2009

148.