Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI2624

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
200902182/2/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij onderscheiden besluiten van 31 maart 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch (hierna: het college) de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Jumbo supermarkten B.V. (hierna: Jumbo) en [verzoekster sub 1] gelast binnen zes weken na de datum van dat besluit:

a. het gebruik van het pand en het perceel [locatie] (hierna: het perceel) ten behoeve van een supermarkt te staken en gestaakt te houden, onder oplegging van een dwangsom van € 50.000,00 per dag, met een maximum van € 10.000.000,00

b. het pand terug te brengen in de oorspronkelijke staat, te weten die waarin het zich bevond voorafgaand aan de op 13 mei 2005 verleende bouwvergunning, onder oplegging van een dwangsom van € 2000,00 per dag met een maximum van € 80.000,00.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200902182/2/H1.

Datum uitspraak: 21 april 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jumbo Supermarkten B.V. en [verzoekster sub 1], gevestigd te [plaats],

2. [verzoekster sub 2], gevestigd te [plaats],

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 26 maart 2009 in zaken nrs. 08/3654, 08/3821, 08/4062 en 08/4063 in het geding tussen:

1. de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Jumbo Supermarkten B.V. en [verzoekster sub 1],

2. Ahold Vastgoed B.V. en Albert Heijn B.V.

3. [wederpartij]

en

het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch.

1. Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 31 maart 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch (hierna: het college) de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Jumbo supermarkten B.V. (hierna: Jumbo) en [verzoekster sub 1] gelast binnen zes weken na de datum van dat besluit:

a. het gebruik van het pand en het perceel [locatie] (hierna: het perceel) ten behoeve van een supermarkt te staken en gestaakt te houden, onder oplegging van een dwangsom van € 50.000,00 per dag, met een maximum van € 10.000.000,00

b. het pand terug te brengen in de oorspronkelijke staat, te weten die waarin het zich bevond voorafgaand aan de op 13 mei 2005 verleende bouwvergunning, onder oplegging van een dwangsom van € 2000,00 per dag met een maximum van € 80.000,00.

Bij onderscheiden besluiten van 7 oktober 2008 heeft het college het door Jumbo en [verzoekster sub 1] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, ten aanzien van Jumbo de last vermeld onder b herroepen en ten aanzien van [verzoekster sub 1] de last vermeld onder a herroepen en voor het overige het bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 26 maart 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) de door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jumbo en [verzoekster sub 1]R daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben Jumbo en [verzoekster sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 maart 2009, en [verzoekster sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2009, hoger beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief hebben Jumbo en [verzoekster sub 1] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2009, heeft [verzoekster sub 2] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 9 april 2009, waar Jumbo, vertegenwoordigd door mr. B.P.M. van Ravels, advocaat te Breda, en [verzoekster sub 2], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. P.W.G.M. Christophe, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts zijn ter zitting Lidl Nederland Gmbh, vertegenwoordigd door mr. D.H. Nas, advocaat te Nijmegen, als partij, Ahold Vastgoed B.V. en Albert Heijn B.V., vertegenwoordigd door mr. C.N.J. Kortmann, advocaat te Amsterdam, als partij en [wederpartij], als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het college heeft het bezwaar van [bedrijf], rechtsvoorgangster van [verzoekster sub 2], tegen de besluiten van 31 maart 2008 niet-ontvankelijk verklaard omdat [bedrijf] niet kan worden aangemerkt als belanghebbende bij die besluiten. Tegen dat besluit is geen beroep ingesteld. Gelet op artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht is het door [verzoekster sub 2] ingestelde hoger beroep naar voorlopig oordeel niet-ontvankelijk en dient het door haar ingediende verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening daarom te worden afgewezen.

2.3. Bij besluit van het college van 3 november 2008 zijn de begunstigingstermijnen verlengd tot de datum van de uitspraak van de rechtbank. Bij besluit van 2 april 2009 zijn die termijnen verlengd tot de datum van deze uitspraak.

2.4. Bij besluit van 16 januari 1996 heeft het college aan [bedrijf] bouwvergunning verleend voor een winkel/magazijn op het perceel. De vraag of die bouwvergunning met zich brengt dat het op grond daarvan gerealiseerde pand en het bijbehorende perceel mag worden gebruikt ten behoeve van een supermarkt, leent zich minder goed voor beantwoording in deze procedure. Dat dient te geschieden in de bodemprocedure. Met betrekking tot de vraag of in afwachting daarvan een voorlopige voorziening dient te worden getroffen overweegt de voorzitter dat het pand reeds sinds medio 2005 in gebruik is als supermarkt en dat het college zich tot de uitspraak van de Afdeling van 27 juni 2007, in zaak nr. 200606202/1 (www.raadvanstate.nl) op het standpunt heeft gesteld dat zodanig gebruik niet in strijd is met het bestemmingsplan "Graafsebaan". Genoegzaam is aannemelijk gemaakt dat Jumbo grote financiële en werkgelegenheidsbelangen heeft bij het kunnen gebruiken van het pand als supermarkt. De concurrentiebelangen en de gestelde overlast acht de voorzitter niet zodanig zwaarwegend dat een uitspraak in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

2.5. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.6. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. wijst het door [verzoekster sub 2] ingediende verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af;

II. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch van 7 oktober 2008, kenmerk SOB0504290, en de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch van 31 maart 2008, kenmerk SO/JUR 6651;

III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch tot vergoeding van bij Jumbo en [verzoekster sub 1] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente 's-Hertogenbosch aan Jumbo en [verzoekster sub 1] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

IV. gelast dat de gemeente 's-Hertogenbosch aan Jumbo en [verzoekster sub 1] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 447,00 (zegge: vierhonderdzevenenveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink w.g. Willems

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2009

412.