Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI1088

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-04-2009
Datum publicatie
15-04-2009
Zaaknummer
200806510/1/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 maart 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel (hierna: het college) een verzoek van [appellante], afgewezen om met toepassing van artikel 6.14 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer een maatwerkvoorschrift te stellen voor de toepassing van een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid gedurende de nachtperiode voor een door [appellante] geëxploiteerde horecagelegenheid aan de [locatie] te [plaats] genaamd [café].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Horeca 2009/1930
Omgevingsvergunning in de praktijk 2009/4229
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200806510/1/M2.

Datum uitspraak: 15 april 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [plaats], waarvan de vennoten zijn [venoot A] en [venoot B],

appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Boxtel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel (hierna: het college) een verzoek van [appellante], afgewezen om met toepassing van artikel 6.14 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer een maatwerkvoorschrift te stellen voor de toepassing van een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid gedurende de nachtperiode voor een door [appellante] geëxploiteerde horecagelegenheid aan de [locatie] te [plaats] genaamd [café].

Bij besluit van 11 juli 2008 heeft het college het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 augustus 2008, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft een nader stuk ingediend. Dit stuk is aan het college toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 maart 2009, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. M.P.A. Oogjen, advocaat te Woerden, ir. J.F.C. Kupers en B.W. Berkhout, en het college, vertegenwoordigd door B.A.P. van de Staak, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellante] voert - kort weergegeven - aan dat het college ten onrechte heeft geweigerd om toepassing van een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid in de nachtperiode toe te staan.

2.2. Ingevolge artikel 2.18, tweede lid, van het Activiteitenbesluit wordt bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in artikel 2.17, voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.

Ingevolge artikel 6.14 van het Activiteitenbesluit, voor zover hier van belang, kan het bevoegd gezag voor inrichtingen waarop onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 2.17 voorschrift 1.1.8 van de bijlage bij het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer van toepassing was, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat artikel 2.18, tweede lid, niet van toepassing is voor de toetsing van geluidniveaus tussen 23.00 en 07.00 uur.

2.3. Bij het bestreden besluit heeft het college onder meer in aanmerking genomen dat reeds bij brief van 31 augustus 2000 aan de vorige exploitant van de inrichting is aangegeven dat op korte termijn geen bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid meer zou worden toegepast. Het feit dat het college nadien niet handhavend is opgetreden leidt niet tot de conclusie dat toepassing van bedrijfsduurcorrectie na 1 december 2002 stilzwijgend is verlengd.

Voorts heeft het college in aanmerking genomen dat de financiële investeringen voor [appellante] niet onoverkomelijk zijn en heeft het deze financiële investeringen vervolgens afgewogen tegen de door omwonenden te ondervinden geluidhinder bij toepassing van een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid gedurende de nachtperiode. Het college is daarbij tot de conclusie gekomen dat aan het belang van [appellante] een geringer gewicht toekomt dan aan het belang van omwonenden. Ten slotte is ter zitting gebleken dat niet vaststaat dat slechts met toepassing van een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid in de nachtperiode kan worden voldaan aan de in het Activiteitenbesluit gestelde geluidgrenswaarden.

Mede gelet op de door het college gegeven motivering en het verhandelde ter zitting ziet de Afdeling - zo al zou moeten worden aangenomen dat het college in dit geval bevoegd was om een bedrijfsduurcorrectie toe te staan - geen grond voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren om een maatwerkvoorschrift te stellen voor de toepassing van een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid gedurende de nachtperiode. Het beroep faalt.

2.4. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Van Leeuwen

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2009

373-570.