Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI1045

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-04-2009
Datum publicatie
15-04-2009
Zaaknummer
200805369/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 augustus 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen (hierna: het college) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Olympic Gym Hoogeveen B.V. (hierna: Olympic Gym) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het herinrichten van een winkelpand ten behoeve van een sportstudio op het perceel Groenewegenstraat 2 te Hoogeveen (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200805369/1.

Datum uitspraak: 15 april 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 30 mei 2008 in

zaak nr. 07/209 in het geding tussen:

Health Centre Achmea,

The Total Workout,

Sport- en Spel Paleis,

Fantastic Sports, alle gevestigd te Hoogeveen

en

het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 augustus 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen (hierna: het college) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Olympic Gym Hoogeveen B.V. (hierna: Olympic Gym) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het herinrichten van een winkelpand ten behoeve van een sportstudio op het perceel Groenewegenstraat 2 te Hoogeveen (hierna: het perceel).

Bij besluit van 16 januari 2007 heeft het college de door onder meer Health Centre Achmea, The Total Workout, Sport-en Spel Paleis en Fantastic Sports (hierna: Health Centre Achmea e.a.) daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 mei 2008, verzonden op 11 juni 2008, heeft de rechtbank Assen (hierna: de rechtbank) het door Health Centre Achmea e.a. daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 23 januari 2007 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 juli 2008, hoger beroep ingesteld.

Olympic Gym heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 maart 2009, waar het college, vertegenwoordigd door L. Benning, ambtenaar in dienst van de gemeente, en Health Centre Achmea e.a., vertegenwoordigd door mr. P.J. van Steen, advocaat te Hoogeveen, en [belanghebbenden] zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in het herinrichten van een winkelpand met een vloeroppervlakte van 1200 m². In de sportstudio worden sportmogelijkheden aangeboden.

2.2. Vast staat dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Groenewegenstraat" op het perceel rustende bestemming "Bedrijfsdoeleinden (detailhandel)".

Om niettemin bouwvergunning voor het bouwplan te kunnen verlenen heeft het college toepassing gegeven aan de bevoegdheid vrijstelling te verlenen krachtens artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

2.3. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de vestiging van een nieuwe sportstudio niet zal leiden tot een duurzame ontwrichting van de aanwezige voorzieningenstructuur in Hoogeveen. Volgens het college zal de vestiging van de sportstudio mogelijk van invloed zijn op de exploitatie van de bestaande fitnesscentra, maar zal dit gelet op het bestaande aanbod niet leiden tot een duurzame ontwrichting van het bestaande voorzieningenniveau op dit gebied ter plaatse. In dit verband heeft het college er op gewezen dat Hoogeveen als streekcentrum een belangrijke rol in het voorzieningenniveau voor de omliggende dorpen vervult. Het door Health Centre Achmea e.a. overgelegde rapport van advies- en ontwerpbureau BRO, gevestigd te Boxtel, van 16 november 2007 (hierna: het BRO-rapport), gaat volgens het college uit van onjuiste uitgangspunten.

2.3.1. Anders dan de rechtbank, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat het college zijn besluit om vrijstelling te verlenen voor de sportstudio onvoldoende heeft onderbouwd. Het college heeft terecht overwogen dat de komst van een nieuw fitnesscentrum weliswaar van invloed kan zijn op de exploitatie van de bestaande fitnesscentra, maar dat dit niet leidt tot een onevenredige aantasting dan wel duurzame ontwrichting van het bestaande voorzieningenniveau op dit gebied. Het college heeft daarbij terecht van betekenis geacht dat Olympic Gym zich richt op een specifieke doelgroep en dat Hoogeveen daarnaast een regiofunctie vervult omdat de inwoners van de omliggende dorpen ook gebruik maken van de fitnesscentra in Hoogeveen. Daarbij komt dat uit het in 2003 landelijk verrichte onderzoek door de centrale werkgeversorganisatie van het midden- en kleinbedrijf MKB, waarvan de bevindingen zijn neergelegd in een rapport (hierna: het MKB-rapport) en uit het BRO-rapport niet kan worden afgeleid dat een duurzame ontwrichting van het bestaande voorzieningenniveau wat betreft fitnesscentra in Hoogeveen dreigt.

In het BRO-rapport staat enkel dat de vestiging van nieuwe fitnesscentra het bestaande voorzieningenniveau kan bedreigen en dat het aanbod kwalitatief duidelijke versterking behoeft, bij voorkeur in de bestaande fitnesscentra.

Dat duurzame ontwrichting dreigt is daarmee niet aannemelijk gemaakt.

Te minder niet nu zowel uit het BRO-rapport als uit het MKB-rapport naar voren komt dat fitness een groeimarkt is, welke steeds meer klanten trekt.

Het betoog van het college slaagt.

2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 16 januari 2007 van het college alsnog ongegrond verklaren.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Assen van 30 mei 2008 in zaak nr. 07/209;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. D. Roemers, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van Heusden

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2009

163-564.