Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI0397

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-04-2009
Datum publicatie
08-04-2009
Zaaknummer
200901457/1/H2 en 200901457/2/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 maart 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bernheze (hierna: het college) aan de gemeente Bernheze vergunning verleend voor het kappen van drie platanen ter plaatse van het appartementencomplex "De Drie Leliën" aan de Schoonstraat te Heesch, gemeente Bernheze.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200901457/1/H2 en 200901457/2/H2.

Datum uitspraak: 1 april 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

de stichting Bomenstichting afdeling Bernheze, gevestigd te Heeswijk,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 26 januari 2009 in zaak nr. 08/3592 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Bernheze.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 maart 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bernheze (hierna: het college) aan de gemeente Bernheze vergunning verleend voor het kappen van drie platanen ter plaatse van het appartementencomplex "De Drie Leliën" aan de Schoonstraat te Heesch, gemeente Bernheze.

Bij besluit van 26 augustus 2008 heeft het college het door appellante (hierna: de stichting) daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en voor het overige ongegrond.

Bij uitspraak van 26 januari 2009, verzonden op 3 februari 2009, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het door de stichting daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de stichting bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 februari 2009, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 11 maart 2009.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 maart 2009, waar de stichting, vertegenwoordigd door P.C.J. Leijdekkers, en het college, vertegenwoordigd door S.C. Jansen en J.C. Hendriks, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.2. De stichting betoogt dat het college, zakelijk weergegeven, het door haar aangedragen alternatief om de bomen, voor de kap waarvan vergunning is verleend, te snoeien ten onrechte heeft afgewezen en aldus ten onrechte aan de belangen van de bewoners van het appartementencomplex "De Drie Leliën" meer gewicht heeft gehecht dan aan het belang dat met behoud van de bomen is gediend.

Dit betoog is louter een herhaling van hetgeen de stichting bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het college ruimte toekomt bij het afwegen van de bij het besluit op de aanvraag om kapvergunning betrokken belangen en onderzocht of geoordeeld moet worden dat het college de vergunning niet in redelijkheid heeft kunnen verlenen. Zij heeft voorts met juistheid in het in beroep aangevoerde geen grond gevonden voor dat oordeel en daarbij terecht in aanmerking genomen dat het college zich op het standpunt mocht stellen dat de door de stichting aangedragen alternatieven niet of niet in voldoende mate leiden tot het met de kap beoogde doel. Het betoog faalt.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Gelet hierop, bestaat aanleiding het verzoek af te wijzen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Poot

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2009

362.