Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH5540

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-03-2009
Datum publicatie
11-03-2009
Zaaknummer
200805865/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 juni 2008, kenmerk 1362710, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch (hierna: de raad) bij besluit van 18 december 2007 vastgestelde bestemmingsplan "[locatie]".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200805865/1/R2.

Datum uitspraak: 11 maart 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging "Vereniging van Eigenaars Winkelcentrum "De Rompert", te 's-Hertogenbosch", gevestigd te 's-Hertogenbosch,

appellante,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 juni 2008, kenmerk 1362710, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch (hierna: de raad) bij besluit van 18 december 2007 vastgestelde bestemmingsplan "[locatie]".

Tegen dit besluit heeft de vereniging "Vereniging van Eigenaars Winkelcentrum "De Rompert", te 's-Hertogenbosch" (hierna: de Vereniging van Eigenaren) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 juli 2008, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 28 augustus 2008.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 februari 2009, waar de Vereniging van Eigenaren, vertegenwoordigd door mr. R.E. Wannink, advocaat te Boxtel, en [voorzitter] van de Vereniging van Eigenaren, is verschenen.

Voorts is daar gehoord de raad, vertegenwoordigd door A.C.H.M. Habraken, ambtenaar van de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht, rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient hij rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.2. Het plan heeft betrekking op het perceel [locatie] (hierna: het perceel), dat is gelegen in het winkelcentrum Rompertpassage. Tot medio 2006 is het pand, dat eigendom is van de gemeente, in gebruik geweest als bibliotheek. Vanaf de verhuizing van de bibliotheek staat het pand leeg.

In het voorheen geldende bestemmingsplan had het perceel een gemengde bestemming, welke niet in de weg stond aan het gebruik van het perceel voor detailhandel- en horecadoeleinden. In het onderhavige plan heeft het perceel de bestemming "Gemengde doeleinden". Ingevolge de bij deze bestemming behorende voorschriften is gebruik van het perceel voor detailhandel- en horecadoeleinden niet toegestaan.

2.3. De Vereniging van Eigenaren kan zich niet verenigen met de goedkeuring van het plan, nu het plan op het perceel geen detailhandel- of horecavoorzieningen mogelijk maakt. Zij zet vraagtekens bij het argument van de raad dat met het plan wordt beoogd een fout uit het vorige bestemmingsplan te herstellen. De Vereniging van Eigenaren voert hiertoe aan dat bij de totstandkoming van het vorige bestemmingsplan verschillende toetsmomenten zijn geweest. Bovendien volgt uit de beleidsstukken niet dat, nu de in de beleidsstukken genoemde uitbreiding van 2000 m2 is opgesoupeerd, het toekennen van een detailhandel- of horecafunctie aan het perceel in strijd is met het beleid. De beleidsstukken vermelden immers niet waar de uitbreiding is voorzien, aldus de Vereniging van Eigenaren. Subsidiair betoogt zij dat het pand [locatie] al deel uitmaakte van de winkelstructuur, zodat geen sprake is van een uitbreiding.

Voorts is volgens de Vereniging van Eigenaren niet onderzocht wat de gevolgen zouden zijn van een horeca- of detailhandelfunctie ter plaatse voor de distributieve planologische structuur.

Tevens stelt zij dat de door haar gewenste bestemming niet zal leiden tot een grotere parkeerbehoefte.

Ten slotte vreest de Vereniging van Eigenaren dat het pand [locatie] zal worden gebruikt als hostel.

2.4. De raad stelt dat met het onderhavige plan een omissie uit het vorige bestemmingsplan wordt hersteld. In het vorige plan was een bestemming te ruim gelegd, zodat dat plan per abuis de vestiging van detailhandel-, dan wel horecavoorzieningen mogelijk maakte op het perceel, aldus de raad.

2.5. Het college heeft goedkeuring aan het plan verleend.

Hij acht de bestemming "Gemengde doeleinden" zonder een detailhandel- dan wel horecafunctie voor het perceel passend in het licht van het gemeentelijke beleid. Het college wijst erop dat recentelijk reeds een uitbreiding van het winkelcentrum Rompertpassage heeft plaatsgevonden. Met het bestemmen van het perceel voor detailhandeldoeleinden zou nogeens een forse feitelijke uitbreiding van het winkelvloeroppervlak (hierna: wvo) mogelijk worden gemaakt. Een dergelijke uitbreiding is in strijd met het gemeentelijke beleid op dit punt en kan tevens nadelige consequenties hebben voor de distributie planologische structuur, aldus het college.

2.6. Het gemeentelijke detailhandel- en horecabeleid is neergelegd in de nota Detailhandel 1998, de nota Detailhandel 2006-2010 en in het beleidsplan Horeca.

De nota Detailhandel 1998 vermeldt dat de ondernemers van wijkwinkelcentrum De Rompert initiatieven hebben genomen tot upgrading en kwalitatieve uitbreiding van het centrum. Het gemeentebestuur staat daar in beginsel niet afkerig tegenover, maar de uitbreiding moet beperkt blijven tot maximaal 2000 m2 bruto wvo, aldus de nota.

Bij de actualisering van deze nota in 2006 is het beleid voor het winkelcentrum "Rompertpassage" niet gewijzigd. De Nota detailhandel 2006-2010 vermeldt dan ook dat de Rompertpassage een wijkwinkelcentrum betreft met een omvang van 6400 m2 wvo. De toekomstige omvang is bepaald op 8100 m2 wvo. Verder vermeldt de nota dat het wijkwinkelcentrum ten tijde van het opstellen van de nota een verbeterings- en uitbreidingsslag ondergaat. Volgens de nota beschikt het winkelcentrum in 2006 over 1700 m2 nieuwe winkelruimte. Het biedt daarmee tegenwicht tegen winkelcentrum Helftheuvelpassage en zal ook winkelcentrum Maaspoort meer concurrentie aandoen, aldus de nota.

Het beleidsplan Horeca vermeldt dat in de wijken buiten de binnenstad de mogelijkheden voor uitbreiding van het horeca-aanbod beperkt zijn. De bestaande horeca-bedrijven worden geacht aan de potentiële vraag te kunnen voldoen. Alleen in de nieuwe ontwikkelingsgebieden bestaan beperkte vestigingsmogelijkheden voor horecabedrijven. In het beleidsplan wordt De Rompertpassage niet als een nieuw ontwikkelingsgebied genoemd.

2.7. Recentelijk is het winkelcentrum Rompertpassage uitgebreid tot circa 8000 m2 wvo.

De Afdeling overweegt dat in de nota Detailhandel 1998 en de nota Detailhandel 2006-2010 voor de Rompertpassage wordt uitgegaan van een maximaal winkelvloeroppervlak van ongeveer 8100 m2. Niet in geschil is dat indien ter plaatse van het perceel detailhandel wordt mogelijk gemaakt dit aantal vierkante meters wvo zal worden overschreden. De stelling van de Vereniging van Eigenaren dat het perceel destijds reeds deel uitmaakte van de winkelstructuur zodat geen sprake is van een feitelijke uitbreiding, onderschrijft de Afdeling niet. Daarbij betrekt de Afdeling dat de raad onweersproken heeft gesteld dat het pand nimmer een detailhandelsfunctie heeft gehad.

Het bestemmen van het perceel voor horecadoeleinden zou met zich brengen dat, in afwijking van het beleidsplan Horeca, een nieuwe vestigingsmogelijkheid toegestaan zou worden buiten de nieuwe ontwikkelingsgebieden.

Gezien het vorenstaande verdraagt de door de Vereniging van Eigenaren gewenste bestemming zich niet met het gemeentelijke beleid.

De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het genoemde beleid niet tot uitgangspunt heeft kunnen nemen. In dit verband is van belang dat het winkelcentrum recentelijk is uitgebreid en dat het bestemmen van het perceel voor detailhandel een vergroting van het wvo met zich zou brengen van 1050 m2. De Vereniging van Eigenaren heeft niet aannemelijk gemaakt dat het standpunt van de raad dat een feitelijke vergroting van deze omvang nadelige consequenties zal hebben voor de distributie planologische structuur van het stadsdeel Noord en voor de geplande herstructurering van de buurtcentra Hambaken en Ploossche Hof, onjuist is.

Voor zover de Vereniging van Eigenaren stelt dat een feitelijke uitbreiding van het winkelcentrum Rompertpassage noodzakelijk is om tegenwicht te bieden aan de uitbreiding van het winkelcentrum de Helftheuvelpassage, merkt de Afdeling op dat blijkens de nota Detailhandel 2006-2010 met de recente uitbreiding van de Rompertpassage reeds is beoogd tegenwicht te bieden aan de genoemde ontwikkeling. De Vereniging van Eigenaren heeft niet aannemelijk gemaakt dat met genoemde uitbreiding niettemin onvoldoende tegenwicht aan de uitbreiding van winkelcentrum de Helftheuvelpassage is geboden.

Voorts acht de Afdeling de stelling van het college dat een detailhandelsfunctie ter plaatse zal leiden tot een toename van de parkeerbehoefte, niet onaannemelijk. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de parkeerbehoefte voor het winkelcentrum Rompertpassage is berekend, waarbij voor het perceel is uitgegaan van een bibliotheekfunctie. De uitkomsten van de berekeningen zijn neergelegd in het rapport "Inrichting openbare ruimte Winkelcentrum Rompert" van 15 oktober 1999. Uit dit rapport blijkt dat voor een detailhandelsfunctie een hogere parkeernorm wordt gehanteerd dan voor een bibliotheek.

Overigens is volgens de raad een verdere uitbreiding van de parkeermogelijkheden ter plaatse nauwelijks inpasbaar.

2.8. De Vereniging van Eigenaren heeft niet aannemelijk gemaakt dat de eventuele vestiging van een hostel ter plaatse zal leiden tot onaanvaardbare hinder.

Overigens heeft de raad ter zitting onweersproken gesteld dat nog geen duidelijkheid bestaat omtrent de locaties waar hostels voor de opvang van verslaafden zullen worden gevestigd. Derhalve bestaan thans geen plannen om het pand [locatie] als hostel in gebruik te nemen.

2.9. De conclusie is dat hetgeen de Vereniging van Eigenaren heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.F.W. Tuit, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Tuit

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2009

425.