Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH4654

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-03-2009
Datum publicatie
04-03-2009
Zaaknummer
200804981/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 februari 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (hierna: het college) het verzoek afgewezen om handhavend op te treden tegen de stallinggarage op het achterterrein van het perceel van de Ambassade van de Islamitische Republiek Iran (hierna: de Ambassade) aan de Duinweg 20-22 te Den Haag (hierna: het perceel).

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 5:21
Algemene wet bestuursrecht 5:22
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Ruimtelijke ordening 2009/3889 met annotatie van mr. F. Arents
BA 2009/87
ABkort 2009/113
JB 2009/100 met annotatie van Hans Peters
JIN 2009/392
JOM 2009/284 met annotatie van Hans Peters
JOM 2009/321
JIN 2009/412
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200804981/1.

Datum uitspraak: 4 maart 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

vereniging Wijkvereniging "Van Stolkpark", gevestigd te Scheveningen, gemeente Den Haag,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 mei 2008 in zaak nr. 07/5555 in het geding tussen:

vereniging Wijkvereniging "Van Stolkpark"

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 februari 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (hierna: het college) het verzoek afgewezen om handhavend op te treden tegen de stallinggarage op het achterterrein van het perceel van de Ambassade van de Islamitische Republiek Iran (hierna: de Ambassade) aan de Duinweg 20-22 te Den Haag (hierna: het perceel).

Bij besluit van 19 juni 2007 heeft het college het door vereniging Wijkvereniging "Van Stolkpark" (hierna: Van Stolkpark) daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 14 mei 2008, verzonden op 19 mei 2008, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door Van Stolkpark daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Van Stolkpark bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 juni 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 29 juli 2008.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de Ambassade een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 februari 2009, waar Van Stolkpark, vertegenwoordigd door mr. L.M. Verkoijen, advocaat te Den Haag, en het college, vertegenwoordigd door mr. S.J.C. Hocks, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar de Ambassade, vertegenwoordigd door mr. J.P. Sanchez Montoto, advocaat te Wassenaar, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. De Afdeling verstaat het besluit van 19 februari 2007 aldus, dat het college weigert handhavend op te treden tegen de stallinggarage op het perceel zolang het pand op het perceel in gebruik is van de Ambassade en mits de stallinggarage zoveel mogelijk aan het oog wordt onttrokken door middel van beplanting en groen, in de lijn van het beplantingsplan van Tuinbedrijf Jan van den Berg van 26 september 2005.

2.2. Van Stolkpark behartigt krachtens haar doelstellingen en blijkens haar feitelijke werkzaamheden in het bijzonder de gemeenschappelijke belangen van de bewoners van het "Van Stolkpark", in hoofdzaak bestaande uit het bevorderen van een goed woon- en leefklimaat. Het gaat hierbij, anders dan de Ambassade betoogt, ook om werkzaamheden die los staan van juridische procedures. De rechtbank heeft Van Stolkpark derhalve terecht als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bij het besluit van 19 februari 2007 aangemerkt.

2.3. Het besluit van 19 februari 2007 heeft geen betrekking op de verharding van het perceel, zodat voorbij wordt gegaan aan hetgeen Van Stolkpark daaromtrent heeft aangevoerd.

2.4. Van Stolkpark betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college niet mocht afzien van handhavend optreden. Daartoe voert zij aan dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat, omdat het oprichten van de stallinggarage op het perceel in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan en met redelijke eisen van welstand. Volgens haar is bovendien onvoldoende onderbouwd dat de stallinggarage uit veiligheidsoverwegingen aanwezig dient te zijn. Voorts stelt zij zich op het standpunt dat handhavend optreden een signaal zou geven dat de Ambassade zich dient te houden aan de wet- en regelgeving en dat de Ambassade naar aanleiding van een handhavingsbesluit mogelijk de stallinggarage op het perceel zou verwijderen.

2.4.1. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder i, van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer hebben in dit Verdrag de "gebouwen van de zending" de betekenis: de gebouwen of delen van gebouwen en de daarbij behorende terreinen, ongeacht wie daarvan de eigenaar is, die gebruikt worden voor de werkzaamheden van de zending, daarbij inbegrepen de ambtswoning van het hoofd van de zending.

Ingevolge artikel 22, derde lid, van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer zijn de gebouwen van de zending, het meubilair en andere daar aanwezige voorwerpen, alsmede de vervoermiddelen van de zending, gevrijwaard tegen onderzoek, vordering, beslaglegging of executoriale maatregelen.

2.4.2. De Ambassade heeft door het oprichten van de stallinggarage op het perceel gehandeld in strijd met artikel 40, eerste lid, van de Woningwet, zodat het college ter zake handhavend kon optreden.

Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren, dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.4.3. Niet in geschil is dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat. Dit laat echter onverlet dat zich andere bijzondere omstandigheden kunnen voordoen waaronder het college mag weigeren gebruik te maken van zijn bevoegdheid om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden. Zulke omstandigheden doen zich in dit geval voor.

In dit geval is zijdens de Ambassade naar voren gebracht dat zij de zonder bouwvergunning opgerichte stallinggarage niet zal verwijderen. De stallinggarage is voorts op grond van artikel 22, derde lid, van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer gevrijwaard van executoriale maatregelen. Nu het college, gelet op deze omstandigheden, geen bestuursdwang kan toepassen of een verbeurde dwangsom kan innen, heeft de rechtbank deze situatie terecht als een bijzondere omstandigheid gezien op grond waarvan het college mocht afzien van handhavend optreden. Ter zitting is namens het college te kennen gegeven dat het besluit van 19 februari 2007 zal worden ingeschreven in een openbaar register, zodat voor derden kenbaar is dat het college handhavend zal optreden tegen de stallinggarage op het perceel wanneer het pand op het perceel niet meer in gebruik is bij de Ambassade.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Het verzoek van de Ambassade om Van Stolkpark te veroordelen in de kosten van het hoger beroep wordt niet ingewilligd, omdat Van Stolkpark geen onredelijk gebruik van het procesrecht heeft gemaakt.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. C.J.M. Schuyt, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.W.J. Sloots, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump         w.g. Sloots

voorzitter           ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2009

499.