Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH3977

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-02-2009
Datum publicatie
25-02-2009
Zaaknummer
200808947/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 oktober 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalburg bij besluit van 18 augustus 2008 vastgestelde wijzigingsplan "Engelsestoof 18, Wijk en Aalburg".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200808947/2/R2.

Datum uitspraak: 20 februari 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 oktober 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalburg bij besluit van 18 augustus 2008 vastgestelde wijzigingsplan "Engelsestoof 18, Wijk en Aalburg".

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 december 2008, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 december 2008, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 februari 2009, waar [verzoeker], in persoon, is verschenen.

Verder zijn het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalburg, vertegenwoordigd door mr. G. Verweij, ambtenaar in dienst van de gemeente, en A.E. de Kok, in persoon en bijgestaan door A. Menhart, als partijen gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Ingevolge artikel 54, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kan door een belanghebbende bij de Afdeling beroep worden ingesteld tegen een besluit als het aan de orde zijnde.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.3. Het bij het bestreden besluit goedgekeurde wijzigingsplan voorziet in de wijziging van de voor het perceel Engelsestoof 18 geldende bestemming, zodat ter plaatse een bedrijfswoning en een bedrijfsruimte ten behoeve van de ambulante handel kan worden gerealiseerd. [verzoeker] woont op een afstand van ongeveer 275 meter van het perceel Engelsestoof 18. Gebleken is dat [verzoeker] vanuit zijn woning geen zicht heeft op de betrokken gronden. Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling die bij het wijzigingsplan mogelijk wordt gemaakt, is voormelde afstand naar het oordeel van de voorzitter te groot om te kunnen spreken van een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang.

Voor zover [verzoeker] heeft aangevoerd dat de op het perceel Engelsestoof 18 voorziene bebouwing op termijn in de richting van zijn woning zal worden uitgebreid, overweegt de voorzitter dat in de onderhavige procedure uitsluitend het bij het bestreden besluit goedgekeurde wijzigingsplan ter beoordeling staat. Dit wijzigingsplan voorziet niet in deze door [verzoeker] gevreesde situatie. Tegen toekomstige plannen die hierin wel voorzien, kan [verzoeker] zelfstandig rechtsmiddelen aanwenden.

Gezien het voorgaande gaat de voorzitter er vanuit dat de Afdeling het beroep van [verzoeker] niet-ontvankelijk zal oordelen, omdat hij geen belanghebbende is bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzitter ziet daarom aanleiding om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.S. Jansen, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Jansen

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2009

399.