Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH3973

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-02-2009
Datum publicatie
25-02-2009
Zaaknummer
200802317/1/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij brief van 27 juni 2007 heeft [appellant] het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) verzocht om toepassing van bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen jegens Orgaworld B.V. wegens overtreding van onder meer voorschrift 2.2.1 van de bij besluit van 1 maart 2005 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning voor een vergistingsinstallatie op het perceel Elsendorpseweg 6 te Gemert-Bakel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2009, 41 met annotatie van B. Arentz
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200802317/1/M2.

Datum uitspraak: 25 februari 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 27 juni 2007 heeft [appellant] het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) verzocht om toepassing van bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen jegens Orgaworld B.V. wegens overtreding van onder meer voorschrift 2.2.1 van de bij besluit van 1 maart 2005 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning voor een vergistingsinstallatie op het perceel Elsendorpseweg 6 te Gemert-Bakel.

Tegen het uitblijven van een besluit op dit verzoek is door [appellant] bij brief van 19 september 2007 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 19 februari 2008, voor zover thans van belang, heeft het college, na gegrondverklaring van het bezwaar, in het kader van de heroverweging in bezwaar besloten het verzoek om toepassing van bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen wegens strijd met voorschrift 2.2.1 af te wijzen.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 april 2008, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 februari 2009, waar [appellant], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door J.J.A.M. Bertens, bijgestaan door ing. J.B.G. Simons, zijn verschenen. Voorts is Orgaworld B.V., vertegenwoordigd door mr. M. Bos, advocaat te Rosmalen, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] betoogt dat het college zijn verzoek om toepassing van bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen wegens strijd met voorschrift 2.2.1 ten onrechte heeft afgewezen. Dit voorschrift staat volgens [appellant] enkel toe dat de fakkelinstallatie van de inrichting in werking is bij een noodgeval. In de praktijk is de fakkelinstallatie zodanig vaak in werking dat niet meer van een noodgeval kan worden gesproken, aldus [appellant]. De installatie functioneert volgens hem gewoon niet goed. Hij betwist in dit verband ook het standpunt van het college dat het herhaaldelijk in werking zijn van de fakkelinstallatie als een ongewoon voorval als bedoeld in artikel 17.1 van de Wet milieubeheer kan worden aangeduid.

2.2. In voorschrift 2.2.1 is bepaald dat de fakkelinstallatie uitsluitend in noodgevallen, tijdens stilstand wegens storingen en onderhoud van de gasmotor, in gebruik mag zijn.

2.3. Voorschrift 2.2.1 staat toe dat de fakkelinstallatie in werking is bij noodgevallen en bij stilstand van de gasmotor als gevolg van een storing of onderhoud. Uit het voorschrift kan wat betreft de daarin vermelde situaties, anders dan [appellant] wenst, geen beperking in de frequentie en duur van het gebruik van de fakkelinstallatie worden afgeleid. De Afdeling acht, mede gelet op de gegevens vermeld in het zogenoemde fakkellogboek, aannemelijk dat het bij de incidenten met de fakkelinstallatie die door [appellant] aan zijn handhavingsverzoek ten grondslag zijn gelegd steeds ging om een noodgeval of een stilstand van de gasmotor als gevolg van storing of onderhoud. Het in werking zijn van de fakkelinstallatie kan dan niet als een overtreding van voorschrift 2.2.1 worden aangemerkt, zodat het college het verzoek om toepassing van bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen wegens strijd met dit voorschrift reeds daarom terecht heeft afgewezen. Of de incidenten met de fakkelinstallatie aangemerkt kunnen worden als ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 17.1 van de Wet milieubeheer, is voor dit oordeel niet van belang en kan daarom buiten beschouwing blijven.

2.4. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en drs. H. Borstlap en mr. W. Sorgdrager, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Van Grinsven

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2009

462.