Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH3952

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-02-2009
Datum publicatie
25-02-2009
Zaaknummer
200803572/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 januari 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] (hierna: de maatschap) vrijstelling van het bestemmingsplan verleend voor het oprichten van 94 woningen met bijbehorende voorzieningen op een perceel, gelegen tussen de Leklaan en het Dijkje in Bolnes (hierna: het perceel). Bij besluit van 8 februari van dat jaar heeft het aan de maatschap terzake bouwvergunning verleend.

Wetsverwijzingen
Wet geluidhinder
Wet geluidhinder 74
Wet geluidhinder 76a
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet op de Ruimtelijke Ordening 19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JM 2009/41 met annotatie van Arents
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200803572/1.

Datum uitspraak: 25 februari 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de vereniging Beter Bolnes, gevestigd te Ridderkerk, en anderen,

appellanten,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 8 april 2008 in zaak nrs. 08/883 en 07/4635 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 januari 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] (hierna: de maatschap) vrijstelling van het bestemmingsplan verleend voor het oprichten van 94 woningen met bijbehorende voorzieningen op een perceel, gelegen tussen de Leklaan en het Dijkje in Bolnes (hierna: het perceel). Bij besluit van 8 februari van dat jaar heeft het aan de maatschap terzake bouwvergunning verleend.

Bij besluit van 7 november 2007 heeft het college het daartegen door appellanten (hierna: de vereniging en anderen) gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 april 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het daartegen door de vereniging en anderen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben de vereniging en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 mei 2008, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De vereniging en anderen en het college hebben elk nog nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 december 2007, waar de vereniging en anderen, vertegenwoordigd door de [voorzitter] van de vereniging, en het college, vertegenwoordigd door A.C.P. van Kruijssen, ambtenaar in dienst van de gemeente, bijgestaan door drs. M. van der Meulen, zijn verschenen. Voorts is daar de maatschap, vertegenwoordigd door mr. D.N.J. van Horssen, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Niet in geschil is dat het bouwplan in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bolnes Zuid", ingevolge hetwelk op het perceel de bestemming "Recreatie" met de subbestemming "Veldsport (Rv)" rust. Teneinde realisering ervan toch mogelijk te maken heeft het college krachtens artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) vrijstelling daarvan verleend.

2.2. Voor zover de vereniging en anderen in hun hoger beroepschrift louter verwijzen naar hetgeen zij in bezwaar en beroep hebben aangevoerd, wordt overwogen dat zij niet hebben aangevoerd, dat en waarom de aangevallen uitspraak in zoverre onjuist is. In zoverre kan het betoog reeds om die reden niet slagen.

2.3. De vereniging en anderen voeren aan dat de voorzieningenrechter, door hen niet te volgen in hun betoog dat de Wet geluidhinder aan het verlenen van de vrijstelling in de weg stond, heeft miskend dat het college ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de geluidbelasting van de Leklaan, Eemhof, Noordstraat, Maaslaan, Rotterdamseweg en de rijkswegen A15 en A16 op de op te richten woningen.

2.3.1. Dit betoog faalt. Ingevolge artikel 76a van de Wet geluidhinder, zoals deze bepaling gold ten tijde van belang, worden bij het nemen van een besluit tot vrijstelling, als bedoeld in artikel 19 van de WRO, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone, als bedoeld in artikel 74 van de Wet geluidhinder, ter zake van de geluidbelasting, vanwege de weg waarlangs die zone ligt, van de gevel van woningen, van andere geluidgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidgevoelige terreinen binnen die zone de waarden in acht genomen, die ingevolge de artikelen 82, 83, 85, 100 en 100a van de Wet geluidhinder als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.

Niet in geschil is dat voor de Leklaan, Eemhof, Noordstraat en Maaslaan een maximum snelheid van 30 km per uur geldt, zodat, gelet op artikel 74, tweede lid, onder b, van de Wet geluidhinder, op deze wegen de geluidzones, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, niet van toepassing zijn. Voorts is het bouwplan buiten de geluidzones van de rijkswegen en de Rotterdamseweg voorzien. De voorzieningenrechter heeft dan ook met juistheid overwogen dat het college bij het verlenen van de vrijstelling ter zake van de geluidbelasting niet de waarden in acht hoefde te nemen, die ingevolge de artikelen 82, 83, 85, 100 en 100a van de Wet geluidhinder als de hoogst toelaatbare worden aangemerkt.

2.4. De vereniging en anderen betogen voorts dat de voorzieningenrechter, door hen niet te volgen in hun betoog dat het Besluit luchtkwaliteit 2005 (hierna: Blk 2005) aan het verlenen van de vrijstelling in de weg stond, heeft miskend dat het aan het besluit van 7 november 2007 ten grondslag liggende rapport "Woningbouwontwikkeling Leklaan Bolnes" van 4 mei 2006 op aannamen en schattingen is gebaseerd en de berekeningen onjuist zijn afgerond en dat uit de "Rapportage luchtkwaliteit 2006" van 5 juni 2007, waarin de bijdrage aan de luchtverontreiniging van de rijkswegen niet is verdisconteerd, volgt dat de luchtverontreiniging reeds zonder deze bijdrage groot is en ter plaatse van de Rijnsingel en de Rotterdamseweg de grenswaarden, gesteld in het Blk 2005, worden overschreden.

2.4.1. Ingevolge artikel 7, eerste lid, van het Blk 2005 nemen bestuursorganen bij de uitoefening van bevoegdheden, dan wel bij de toepassingen van wettelijke voorschriften die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, de in paragraaf 2 vermelde grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10), lood, koolmonoxide en benzeen in acht.

Ingevolge het derde lid, onder a, kunnen bestuursorganen de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, in afwijking van dat lid mede uitoefenen, indien de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft.

2.4.2. Het betoog faalt. In het in beroep aangevoerde heeft de voorzieningenrechter terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het college aan het besluit van 7 november 2007 niet het rapport van 4 mei 2006 ten grondslag heeft mogen leggen. De vereniging en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat de in dit rapport gehanteerde uitgangspunten onjuist zijn. Het aangevoerde geeft evenmin grond voor het oordeel dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat bij het opstellen van dat rapport ten onrechte van het rekenmodel CAR II, versie 5.0. in plaats van versie 5.1. van dit model gebruik is gemaakt. Die laatste versie, waarin rekenresultaten worden afgerond op één decimaal nauwkeurig, is verschenen met het oog op het op 27 november 2006 in werking getreden Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit (hierna: de regeling), dat met zich brengt dat met decimalen achter de komma moet wordt gerekend. Ingevolge artikel 17 van de regeling, voor zover thans van belang, is deze niet van toepassing op besluiten die zijn voortgevloeid uit de uitoefening van bevoegdheden, als bedoeld in artikel 7 van het Blk 2005, voor zover het ontwerp van een dergelijk besluit voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling ter inzage is gelegd of een dergelijk besluit voor dat tijdstip is vastgesteld. Nu het ontwerp van het vrijstellingsbesluit op 14 augustus 2006 ter inzage is gelegd, is de regeling daarop niet van toepassing en geeft het aangevoerde geen grond voor het oordeel dat bij het opstellen van het rapport van 4 mei 2006 ten onrechte gebruik is gemaakt van het rekenmodel CAR II, versie 5.1.

De "Rapportage luchtkwaliteit 2006" van 5 juni 2007 biedt geen inzicht in de gevolgen van de verwezenlijking van het bouwplan voor de luchtkwaliteit voor de jaren waarop het plan betrekking heeft.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. P.J.J. van Buuren en mr. C.J.M. Schuyt, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Graaff-Haasnoot

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2009

531.