Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH3948

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-02-2009
Datum publicatie
25-02-2009
Zaaknummer
200808777/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 oktober 2008, kenmerk 08028676/64/30, heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen (hierna: burgemeester en wethouders) bij besluit van 9 september 2008 vastgestelde wijzigingsplan "6e wijziging bp Buitengebied [locatie] in [plaats]".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200808777/2.

Datum uitspraak: 17 februari 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats], gemeente Terneuzen,

en

het college van gedeputeerde staten van Zeeland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 oktober 2008, kenmerk 08028676/64/30, heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen (hierna: burgemeester en wethouders) bij besluit van 9 september 2008 vastgestelde wijzigingsplan "6e wijziging bp Buitengebied [locatie] in [plaats]".

Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State per faxbericht ingekomen op 4 december 2008, beroep ingesteld.

Bij brief, per faxbericht bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum als het beroepschrift, heeft [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [partij], wonende op het perceel [locatie] te [plaats], gemeente Terneuzen, een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 5 februari 2009, waar [verzoekers], bijgestaan door [gemachtigde], werkzaam bij CNV Vakcentrale, en het college, vertegenwoordigd door drs. P. Smits, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen.

Voorts zijn ter zitting burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door A.M. Arens, ambtenaar in dienst van de gemeente, als belanghebbende gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het wijzigingsplan voorziet in de vormverandering en het vergroten van het bouwblok tot 1,5 hectare op het plandeel met de bestemming "Agrarische doeleinden (A)" ter plaatse van het perceel [locatie] te Zuiddorpe, gemeente Terneuzen. [partij] exploiteert op dit perceel een agrarisch bedrijf en betoogt dat de vergroting van het bouwblok en de bouw van een loods noodzakelijk zijn uit bedrijfseconomisch oogpunt.

2.3. [verzoekers], die woont op het naastgelegen perceel [locatie], heeft ter zitting uiteengezet dat het verzoek in het bijzonder is gericht tegen de goedkeuring van het westelijk deel van het plangebied dat grenst aan zijn perceel. Hiertoe voert hij aan dat het college ten onrechte de zienswijzen niet bij het bestreden besluit heeft betrokken en dat bebouwing op dit deel van het perceel een aantasting van zijn woon- en leefklimaat met zich zal brengen in de vorm van verlies van uitzicht en privacy. Hij beoogt met zijn verzoek onomkeerbare gevolgen van de inwerkingtreding van het wijzigingsplan te voorkomen.

2.4. Bij het bestreden besluit heeft het college het wijzigingsplan goedgekeurd. Het college stelt zich op het standpunt dat het wijzigingsplan past binnen de in het bestemmingsplan "Buitengebied Axel" opgenomen wijzigingsbevoegdheid. Voorts stelt het college dat in het besluit tot vaststelling van het wijzigingsplan staat dat 185 zienswijzen zijn ingediend, zodat geen reden is aan te nemen dat het college geen kennis heeft genomen van de ingediende zienswijzen.

2.5. Ingevolge artikel 11, tweede lid, tweede volzin, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening ontvangt het college met het besluit de bij burgemeester en wethouders ingebrachte zienswijzen. Het college heeft in het bestreden besluit niet aangegeven dat hij instemt met de weerlegging van de zienswijzen door burgemeester en wethouders. Gelet hierop sluit de voorzitter niet uit dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat niet duidelijk is op welke motivering het besluit van het college rust. Dat in het besluit tot vaststelling van het wijzigingsplan staat dat 185 zienswijzen zijn ingediend tegen het ontwerpplan, betekent niet dat hieruit kan worden afgeleid dat het college zich kan verenigen met de weerlegging van de zienswijzen. De voorzitter sluit mitsdien niet uit dat het bestreden besluit in de bodemprocedure niet in stand zal blijven.

2.6. Het plan laat bebouwing op de westelijke zijde van het perceel toe. De voorzitter acht aannemelijk dat bebouwing op het westelijk deel van het perceel belastend zou kunnen zijn voor [verzoekers]. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is naar voren gekomen dat [partij] voornemens is de loods te bouwen op het oostelijk deel van het toegekende bouwblok. Nu ter zitting is gebleken dat de bezwaren van [verzoekers] in deze procedure zich daar niet tegen richten en voorts niet is gebleken van andere belangen van de zijde van [partij] die in de weg staan aan schorsing van het bestreden besluit, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het westelijk deel van het plangebied, ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.7. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zeeland van 7 oktober 2008, kenmerk 08028676/64/30, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel, zoals aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart;

II. wijst het verzoek voor het overige af;

III. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Zeeland tot vergoeding van bij [verzoekers] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 680,99 (zegge: zeshonderdtachtig euro en negenennegentig cent), waarvan € 644,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de provincie Zeeland aan [verzoekers] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

IV. gelast dat de provincie Zeeland aan [verzoekers] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.P. de Rooy, ambtenaar van Staat.

w.g. Bartel w.g. De Rooy

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2009

59-533.

plankaart