Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH3946

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-02-2009
Datum publicatie
25-02-2009
Zaaknummer
200808652/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 oktober 2008 heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Uden bij besluit van 21 februari 2008 vastgestelde bestemmingsplan "BillyBird Park Hemelrijk".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200808652/2/R2.

Datum uitspraak: 16 februari 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoekers sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [verzoekers sub 2], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 oktober 2008 heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Uden bij besluit van 21 februari 2008 vastgestelde bestemmingsplan "BillyBird Park Hemelrijk".

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2008, en [verzoekers sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2008, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoekers sub 1] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2008, hebben [verzoekers sub 2] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 22 januari 2009, waar [verzoekers sub 1], vertegenwoordigd door [gemachtigde], [verzoekers sub 2], vertegenwoordigd door [gemachtigde] bijgestaan door ing. J.B.M. Lauwerijssen, en het college, vertegenwoordigd door J.A.P. van Eijk, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen. Verder zijn daar gehoord de raad, vertegenwoordigd door drs. J. Heijmans, ambtenaar in dienst van de gemeente, en BB Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door [exploitant].

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan maakt de aanleg van een recreatieplas en de oprichting van recreatieverblijven mogelijk ten behoeve van het recreatiepark BillyBird Park Hemelrijk (hierna: het recreatiepark).

2.3. [verzoekers sub 2] kunnen zich niet verenigen met het plan en stellen dat spoedeisend belang aanwezig is nu bouwvergunningen zijn aangevraagd voor de bouw van recreatieve voorzieningen op het terrein van het recreatiepark. Ter zitting is gebleken dat een vergunning is aangevraagd voor de bouw van een nieuw receptiegebouw en dat de exploitant van het recreatiepark de bouw daarvan op korte termijn ter hand wenst te nemen. De vertegenwoordiger van [verzoekers sub 2] heeft ter zitting gesteld geen bezwaar te hebben daartegen. Een en ander leidt de voorzitter tot de conclusie dat met het verzoek in zoverre geen spoedeisend belang is gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

2.4. [verzoekers sub 1] vrezen dat de afvoer van zand uit de te ontgronden plas zal leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen langs hun woningen. In de plantoelichting staat dat de zandauto's niet over de Heikantstraat zullen gaan rijden maar gebruik zullen gaan maken van een interne ontsluitingsroute die op het terrein van het recreatiepark zal worden aangelegd. Nu deze interne ontsluitingsroute niet op de plankaart is neergelegd is onvoldoende gewaarborgd dat de zandauto's niet over de Heikantstraat zullen rijden, aldus [verzoekers sub 1]. Zij stellen dat in dit verband sprake is van spoedeisend belang nu de ontgrondingsvergunning reeds is verleend.

2.4.1. Het bezwaar van [verzoekers sub 1] betreft de uitvoering van de ontgronding en dit aspect kan worden aangemerkt als een bij de ontgronding betrokken belang. Het bezwaar dient te worden beoordeeld in het kader van de op de ontgronding van toepassing zijnde milieu- en verkeerswetgeving en kan in de onderhavige procedure niet aan de orde komen. Gelet hierop ziet de voorzitter in het door [verzoekers sub 1] aangevoerde geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.5. Gelet op het vorenstaande dienen de verzoeken te worden afgewezen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Gerkema, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra w.g. Gerkema

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2009

472.