Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH3705

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-02-2009
Datum publicatie
23-02-2009
Zaaknummer
200805405/1
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Sierra Leone / intrekking verblijfsvergunning onbepaalde tijd / bewijslast / taalanalyse dient als bewijsmiddel van de op de minister rustende last om aannemelijk te maken dat sprake is van het verstrekken van onjuiste gegevens

Blijkens de motivering van het voornemen tot afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te verlenen, is naar aanleiding van nieuwe informatie inzake de gesproken talen in Sierra Leone ernstige twijfel gerezen omtrent de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling. De minister heeft ten aanzien van de vreemdeling een taalanalyse laten uitvoeren. Het rapport, waarvan de conclusie luidt dat de vreemdeling eenduidig niet herleidbaar is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone, heeft de minister aan zijn besluit ten grondslag gelegd.

Indien sprake is van intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de voet van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, ligt het op de weg van de minister om aannemelijk te maken dat zich de daarin vermelde intrekkingsgrond voordoet. Als door de minister aan deze bewijslast is voldaan, is het vervolgens aan de vreemdeling om het door de minister geleverde bewijs te weerleggen. Voor zover in artikel 34 wat betreft de gronden waarop een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden afgewezen wordt verwezen naar artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, bestaat aanleiding deze verdeling van de bewijslast ook van toepassing te achten.

Anders dan bij een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, waar de minister door het laten uitvoeren van een taalanalyse de desbetreffende vreemdeling tegemoet komt in de voldoening van de ingevolge artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 op hem rustende last om de aan zijn aanvraag ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden aannemelijk te maken, in het geval twijfel is gerezen aan de gestelde identiteit en nationaliteit, waaronder in voorkomende gevallen begrepen de stamafkomst of plaats van herkomst, dient het laten uitvoeren van een taalanalyse in het geval die twijfel is gerezen bij een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als bewijsmiddel van de op de minister rustende last om aannemelijk te maken dat zich de in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 vermelde grond voordoet.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000
Vreemdelingenwet 2000 31
Vreemdelingenwet 2000 32
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2009/154
RV20090057 met annotatie van Helmink H.E. Hannah
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200805405/1.

Datum uitspraak: 13 februari 2009

RAAD VAN STATE

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 12 juni 2008 in zaak nr. 07/18942 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 februari 2007 heeft de minister van Justitie (hierna: de minister) een aanvraag van [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) om hem een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 12 juni 2008, verzonden op 16 juni 2008, heeft de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam (hierna: de rechtbank), het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 14 juli 2008, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. In de grieven klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de in het taalanalyserapport (hierna: het rapport) van het Bureau Land en Taal (hierna: het BLT) van 4 mei 2006 getrokken conclusie dat de vreemdeling eenduidig niet herleidbaar is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone berust op een niet inzichtelijke onderbouwing en de minister dan ook niet had mogen uitgaan van de juistheid en volledigheid van het rapport. Volgens de staatssecretaris is het rapport voldoende inzichtelijk en heeft de minister mogen uitgaan van de juistheid en volledigheid ervan. Door zelfstandig een oordeel te geven over de wijze waarop de taalanalist zijn bevindingen heeft toegelicht en daaraan gevolgtrekkingen te verbinden ten aanzien van het rapport heeft de rechtbank de reikwijdte van de door haar te verrichten toets in beroep miskend, aldus de staatssecretaris.

2.2. Ingevolge artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), voor zover thans van belang, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 worden ingetrokken, indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen zouden hebben geleid.

Ingevolge artikel 34 van de Vw 2000, voor zover thans van belang, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 slechts worden afgewezen indien zich een grond als bedoeld in artikel 32 voordoet.

2.3. De rechtbank heeft overwogen dat uit het rapport niet volgt dat de taalanalist rekening heeft gehouden met de door de vreemdeling gegeven verklaring voor het door hem gebruikte Engels en aldus niet inzichtelijk is waarom de door de vreemdeling afgelegde verklaringen niet zijn te verenigen met zijn spraak. Voorts biedt het rapport geen enkel inzicht in de wijze waarop de taalanalist tot het standpunt is gekomen dat de vreemdeling, die markten en straten in Freetown heeft genoemd en in eerdere gehoren vragen omtrent zijn gestelde herkomst heeft beantwoord, niet is staat is om concrete en gedetailleerde informatie te geven over zijn beweerde herkomstomgeving, aldus de rechtbank.

2.3.1. Blijkens de motivering van het voornemen tot afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te verlenen, is naar aanleiding van nieuwe informatie inzake de gesproken talen in Sierra Leone ernstige twijfel gerezen omtrent de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling. De minister heeft ten aanzien van de vreemdeling een taalanalyse laten uitvoeren. Het rapport, waarvan de conclusie luidt dat de vreemdeling eenduidig niet herleidbaar is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone, heeft de minister aan zijn besluit ten grondslag gelegd.

Indien sprake is van intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de voet van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, ligt het op de weg van de minister om aannemelijk te maken dat zich de daarin vermelde intrekkingsgrond voordoet. Als door de minister aan deze bewijslast is voldaan, is het vervolgens aan de vreemdeling om het door de minister geleverde bewijs te weerleggen. Voor zover in artikel 34 wat betreft de gronden waarop een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden afgewezen wordt verwezen naar artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, bestaat aanleiding deze verdeling van de bewijslast ook van toepassing te achten.

Anders dan bij een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, waar de minister door het laten uitvoeren van een taalanalyse de desbetreffende vreemdeling tegemoet komt in de voldoening van de ingevolge artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 op hem rustende last om de aan zijn aanvraag ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden aannemelijk te maken, in het geval twijfel is gerezen aan de gestelde identiteit en nationaliteit, waaronder in voorkomende gevallen begrepen de stamafkomst of plaats van herkomst, dient het laten uitvoeren van een taalanalyse in het geval die twijfel is gerezen bij een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als bewijsmiddel van de op de minister rustende last om aannemelijk te maken dat zich de in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 vermelde grond voordoet.

2.3.2. Het rapport kan worden aangemerkt als een advies van een deskundige. Indien het rapport op onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld, mag de minister bij de beoordeling van de aanvraag in beginsel uitgaan van de conclusies van het rapport, tenzij sprake is van concrete aanknopingspunten om aan de juistheid en volledigheid ervan te twijfelen.

2.3.3. De rechtbank heeft overwogen dat niet inzichtelijk is waarop de conclusie van het rapport is gebaseerd dat de vreemdeling eenduidig niet herleidbaar is tot de spraak-en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone, zodat de minister niet heeft mogen uitgaan van de juistheid en volledigheid van het rapport.

In de gehoren en in het gesprek ten behoeve van de taalanalyse heeft de vreemdeling verklaard dat hij alleen Engels spreekt en geen Krio omdat hij eerst door zijn ouders en vervolgens door een Libanees in het Engels is opgevoed. Volgens de taalanalist spreekt de vreemdeling (Pidgin)-Engels met een tongval die hem eenduidig buiten Sierra Leone plaatst. De vreemdeling spreekt geen Krio, de voertaal van Sierra Leone, noch een andere inheemse taal. Hieruit blijkt niet dat de taalanalist rekening heeft gehouden met de verklaring van de vreemdeling voor het door hem gebruikte Engels. Ook wordt niet duidelijk of de vreemdeling Pidgin-Engels of Engels spreekt of beide. Voorts zijn in het rapport met betrekking tot de grammatica enkele zinnen geciteerd maar is niet duidelijk gemaakt wat daaruit valt af te leiden. Derhalve is niet inzichtelijk waarom de door de vreemdeling gegeven toelichting, dat hij eerst door zijn ouders en vervolgens door een Libanees is opgevoed, niet is te verenigen met zijn spraak. Ook blijkt uit het rapport niet welke onderwerpen met betrekking tot de beweerde herkomstomgeving van de vreemdeling aan de orde zijn geweest waarover hij geen concrete en gedetailleerde informatie heeft kunnen geven.

De rechtbank is dan ook terecht tot bovenvermeld oordeel gekomen.

De grieven falen.

2.4. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. De staatssecretaris dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro) geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Justitie) aan de vreemdeling onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. R. van der Spoel, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.E.M. Wilbers Taselaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink

voorzitter

w.g. Wilbers-Taselaar

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2009

71.

Verzonden: 13 februari 2009

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

voor deze,

mr. H.H.C. Visser,

directeur Bestuursrechtspraak