Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH3263

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-02-2009
Datum publicatie
18-02-2009
Zaaknummer
200803802/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 maart 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort (hierna: het college) het verzoek van de stichting Heiligenbergerbeekdal (hierna: de Stichting) om inzage in de berekeningen inzake de budgettair neutrale ontwikkeling van de ziekenhuislocaties St. Elisabeth en Lichtenberg en de locatie van het sportfondsenbad, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2009, 171 met annotatie van P.J. Stolk
BR 2009/98 met annotatie van M. Fokkema
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200803802/1.

Datum uitspraak: 18 februari 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Stichting Heiligenbergerbeekdal, gevestigd te Amersfoort,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 25 april 2008 in zaak nr. 07/2758 in het geding tussen:

de stichting Stichting Heiligenbergerbeekdal

en

het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 maart 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort (hierna: het college) het verzoek van de stichting Heiligenbergerbeekdal (hierna: de Stichting) om inzage in de berekeningen inzake de budgettair neutrale ontwikkeling van de ziekenhuislocaties St. Elisabeth en Lichtenberg en de locatie van het sportfondsenbad, afgewezen.

Bij besluit van 30 augustus 2007 heeft het college het door de Stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 april 2008, verzonden op 7 mei 2008, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het door de Stichting daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de Stichting bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 mei 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 10 juni 2008.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 21 augustus 2008 heeft de Stichting de toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

De Stichting heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 januari 2009, waar de Stichting, vertegenwoordigd door [secretaris] en [bestuurslid] van de Stichting en bijgestaan door mr. B.J. Meruma, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. I.G. van den Konink, drs. P.F. Duijzer en ing. R.P. Kroon, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder g, van de Wob wordt onder milieu-informatie verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 19.1a van de Wet milieubeheer (hierna: de Wm).

Ingevolge artikel 19.1a van de Wm wordt onder milieu-informatie verstaan alle informatie neergelegd in documenten over:

a. de toestand van elementen van het milieu, zoals lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschap en natuurgebieden met inbegrip van vochtige biotopen, kust- en zeegebieden, biologische diversiteit en haar componenten, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen;

b. factoren, zoals stoffen, energie, geluid, straling of afval, met inbegrip van radioactief afval, emissies, lozingen en ander vrijkomen van stoffen in het milieu die de onder a bedoelde elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten;

c. maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, zoals beleidsmaatregelen, wetgeving, plannen, programma's, milieuakkoorden en activiteiten die op de onder a en b bedoelde elementen en factoren van het milieu een uitwerking hebben of kunnen hebben, alsmede maatregelen of activiteiten ter bescherming van die elementen;

d. verslagen over de toepassing van de milieuwetgeving;

e. kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in het kader van de onder c bedoelde maatregelen en activiteiten;

f. de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de onder a bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de onder b en c bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten.

2.2. De Stichting heeft verzocht om informatie omtrent de uitgangspunten die door het college zijn gebruikt bij de berekeningen van het budgetneutraal ontwikkelen van de ziekenhuislocaties St. Elisabeth en Lichtenberg en de locatie van het sportfondsenbad.

2.3. In hoger beroep heeft de Stichting betoogd dat de gevraagde informatie ten onrechte niet is gekwalificeerd als milieu-informatie als bedoeld in artikel 19.1a, eerste lid, aanhef en onder a, c en f, van de Wet milieubeheer, waarvoor een ruimer openbaarmakingsregime geldt.

2.3.1. Dit betoog faalt. De informatie waar de Stichting om heeft verzocht bevat informatie over de verwachte grondopbrengsten en verwervingsprijzen, planontwikkelingskosten, bouwkosten en rentepercentages. Deze informatie kan naar het oordeel van de Afdeling niet worden aangemerkt als milieu-informatie, als bedoeld in artikel 19.1a, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Het college behoefde het verzoek daarom niet als een verzoek om milieu-informatie op te vatten.

2.4. De Stichting heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college bij de afweging van de betrokken belangen in redelijkheid openbaarmaking van de gevraagde documenten heeft kunnen weigeren. Zij stelt - samengevat weergegeven - dat het belang van openbaarmaking in dit geval zwaarder weegt omdat in geval van openbaarmaking het gehele traject van de ontwikkeling van de locaties beheersbaar en controleerbaar zal zijn en aldus het streven om onnodige bebouwing van het zogenoemde beekdal te voorkomen zal worden ondersteund.

2.5. Na met toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennis te hebben genomen van de documenten waarvan openbaarmaking is verzocht, is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat deze gegevens bevatten met betrekking tot de uitgangspunten, die door het college aan de (grond-)exploitatieberekeningen ten grondslag zijn gelegd. De openbaarmaking van die uitgangspunten is geweigerd omdat die informatie behelst over de verwachte grondopbrengsten en verwervingsprijzen, planontwikkelingskosten, bouwkosten en rentepercentages. De rechtbank heeft terecht overwogen dat niet onaannemelijk is dat derden, die gegadigd zijn om de ontwikkeling van de locaties ter hand te nemen, hun biedingen op de vermelde bedragen zullen afstemmen en dat dat tot lagere biedingen zal kunnen leiden. Aannemelijk is voorts dat de onderhandelingspositie van de gemeente in dat geval nadelig wordt beïnvloed, waardoor de financiële belangen van de gemeente in ernstige mate kunnen worden geschaad. De Afdeling betrekt daarbij dat de berekeningsmethode op zichzelf geschikt is voor herhaalde toepassing, waardoor aannemelijk is dat openbaarmaking ook gevolgen heeft voor de onderhandelingspositie van de gemeente in de toekomst. Voorts neemt de Afdeling daarbij in aanmerking dat in opdracht van de gemeenteraad een onafhankelijke planeconoom die de budgetneutrale ontwikkeling van de locaties moet bewaken, wordt betrokken bij de berekeningen.

Gelet op het vorenstaande is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat het college zich bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen de belangen waarop het zich heeft beroepen. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het college met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wob openbaarmaking van de documenten heeft mogen weigeren.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. W. van den Brink en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Van Tuyll van Serooskerken

voorzitter Ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2009

290.