Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH3248

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-02-2009
Datum publicatie
18-02-2009
Zaaknummer
200803733/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 januari 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel (hierna: het college) aan Emage Investment B.V. bouwvergunning verleend voor het oprichten van een winkelgebouw op het perceel Ammerzodenseweg 13a te Hedel (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200803733/1.

Datum uitspraak: 18 februari 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid M.C. Discount Ammerzoden B.V., gevestigd te Ammerzoden,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 11 april 2008 in zaak nr. 07/3597 in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid M.C. Discount Ammerzoden B.V.

en

het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 januari 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel (hierna: het college) aan Emage Investment B.V. bouwvergunning verleend voor het oprichten van een winkelgebouw op het perceel Ammerzodenseweg 13a te Hedel (hierna: het perceel).

Bij besluit van 3 juli 2007 heeft het college het door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid M.C. Discount Ammerzoden B.V. (hierna: M.C. Discount) daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de bouwvergunning gehandhaafd onder wijziging van de bouwtekeningen.

Bij uitspraak van 11 april 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het door M.C. Discount daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 3 juli 2007 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft M.C. Discount bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 mei 2008, hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 27 november 2008 heeft het college het besluit van 29 januari 2007 ingetrokken.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

M.C. Discount heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 januari 2009, waar het college, vertegenwoordigd door J.J.W.G. van den Oetelaar, ambtenaar van de gemeente, is verschenen. Voorts is ter zitting Emage Investment B.V., vertegenwoordigd door mr. I. de Kroes, advocaat te Den Haag, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het perceel heeft ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied" (hierna: het bestemmingsplan) de bestemming "Bedrijfsbebouwing" met nadere aanduiding "II/III". Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het betoog van M.C. Discount dat die bestemming detailhandel slechts als ondergeschikte nevenactiviteit toelaat, uitdrukkelijk en zonder voorbehoud verworpen. Het hoger beroep is gericht tegen dat oordeel van de rechtbank.

2.2. Bij besluit van 27 november 2008 heeft het college, op verzoek van Emage Investment B.V., de bouwvergunning van 29 januari 2007 ingetrokken. Die intrekking heeft niet tot gevolg dat M.C. Discount geen belang meer heeft bij een oordeel van de Afdeling over de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het bestemmingsplan de vestiging van detailhandel toelaat. De Afdeling overweegt daartoe het volgende.

2.2.1. Het college heeft MaPa B.V. bij brief van 9 oktober 2008 meegedeeld dat aan haar van rechtswege een bouwvergunning is verleend voor het op 13 juni 2008 door haar ingediende bouwplan (hierna: het tweede bouwplan) dat voorziet in het gedeeltelijk vernieuwen van de voorgevel en het verplaatsen van vier nooddeuren van het bestaande pand op het perceel. Deze wijzigingen worden aangebracht met het oog op een gebruik van het pand als supermarkt.

Anders dan M.C. Discount betoogt kan de volgens het college van rechtswege verleende bouwvergunning niet worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 6:18, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht waarop het geding in hoger beroep mede betrekking heeft. Daarvoor verschilt het tweede bouwplan te zeer van het voorgaande bouwplan dat voorzag in nieuwbouw. Nu het tweede bouwplan evenzeer voorziet in de vestiging van een supermarkt ter plaatse, M.C. Discount tegen de volgens het college voor dat bouwplan van rechtswege verleende bouwvergunning bezwaar heeft gemaakt en zij daarbij primair het standpunt inneemt dat ook dit bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan omdat dit ter plaatse geen detailhandel toestaat, heeft zij belang bij de toetsing in hoger beroep van het daarover door de rechtbank gegeven oordeel.

2.3. Ingevolge artikel 13, eerste lid, van de planvoorschriften, voor zover thans van belang, zijn de gronden met de bestemming "Bedrijfsbebouwing" bestemd voor niet-agrarische bedrijven en inrichtingen, onderscheiden in de volgende bestemmingscategorieën:

a. (…)

b. binnen de bestemmingscategorie II: niet functioneel aan het buitengebied gebonden niet-agrarische bedrijven, zoals deze bestaan op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp-plan, met dien verstande dat daar waar op de plankaart de lettercode "D" is aangegeven uitsluitend dienstwoningen zijn toegestaan;

c. binnen de bestemmingscategorie III; detailhandelsvestigingen;

d. (…);

e. (…).

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de planvoorschriften, is het verboden de onbebouwde grond en/of de daarop aanwezige bebouwing te gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met het in het plan bepaalde.

Ingevolge artikel 4, derde lid, aanhef en onder a, wordt onder verboden gebruik in verband met de bestemming "Bedrijfsbebouwing" (artikel 13) in ieder geval verstaan een gebruik voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse vervaardigde goederen niet zijnde detailhandel in textiel, schoeisel en lederwaren, voedings- en genotmiddelen en huishoudelijke artikelen.

2.4. M.C. Discount betoogt dat ingevolge het bestemmingsplan op het perceel detailhandel slechts als ondergeschikte nevenactiviteit is toegestaan.

Dat betoog faalt. Nu het perceel tevens is bestemd voor detailhandelsvestigingen, moet worden geoordeeld dat een gebruik overeenkomstig die bestemming is toegestaan ingevolge artikel 4, eerste lid. De rechtbank is terecht tot de conclusie gekomen dat artikel 4, derde lid, aanhef en onder a, geen betrekking heeft op de regeling in artikel 13 van bestemmingscategorie III. De planologische geschiedenis van het perceel, noch het door het college gevoerde beleid ter zake van niet-agrarische bedrijven waarop M.C. Discount zich beroept, kan afdoen aan de duidelijke tekst van de planvoorschriften.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, voor zover aangevallen, te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. R. van der Spoel, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Willems

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2009

412.