Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH3218

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-02-2009
Datum publicatie
18-02-2009
Zaaknummer
200804085/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 oktober 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder (hierna: het college) aan [wederpartij] bouwvergunning geweigerd voor het veranderen van een windturbine op het perceel [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200804085/1.

Datum uitspraak: 18 februari 2009

 

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder, appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 29 april 2008 in zaak nr. 07/1133 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 oktober 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder (hierna: het college) aan [wederpartij] bouwvergunning geweigerd voor het veranderen van een windturbine op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 6 juni 2007 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 april 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 6 juni 2007 vernietigd, het besluit van 17 oktober 2006 herroepen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 juni 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 4 juli 2008.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 januari 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. I. Holl en N.E.G.L. Christiaens, ambtenaren van de gemeente, bijgestaan door mr. N.S. Commijs, advocaat te Zwolle, en [wederpartij] vertegenwoordigd door mr. A.P. Cornelissen, advocaat te Middelharnis, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in een vervanging van de machinegondel van een op het perceel gesitueerde windturbine.

2.2. In hoger beroep is uitsluitend in geschil of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het bouwplan niet leidt tot een vergroting van de bestaande afwijkingen naar de aard en mitsdien is toegestaan ingevolge het overgangsrecht van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied, windmolens op agrarische bouwpercelen/aanvulling straalpaden, 2e wijziging" (hierna: het bestemmingsplan) dat een gedeeltelijke vernieuwing of verandering van een windmolen toelaat mits de bestaande afwijkingen van het bestemmingsplan daarbij naar de aard niet worden vergroot.

2.3. Anders dan het college betoogt, kan de vervanging van de machinegondel niet worden aangemerkt als een vergroting van de bestaande afwijkingen van het bestemmingsplan naar de aard. Deze verandering leidt niet tot een andersoortige windturbine dan de bestaande. Voor zover het college betoogt dat de planwetgever met de overgangsbepaling heeft beoogd iedere vergroting van de omvang van bestaande windturbines uit te sluiten, ziet dat betoog eraan voorbij dat, daargelaten dat in dit geval van een zodanige vergroting geen sprake is, zulks niet in de overgangsbepaling is vastgelegd. Reeds omdat de machinegondel wat betreft afmetingen niet verschilt van de te vervangen machinegondel is de door het college genoemde uitspraak van de Afdeling van 3 oktober 2001, in zaak nr. 200100272/1, over het besluit van het college van gedeputeerde staten van Flevoland omtrent de goedkeuring van het bestemmingsplan, hier niet van betekenis.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Het college is in de uitspraak van heden in zaak nr. 200804086/1 in de proceskosten veroordeeld. Nu sprake is van samenhangende zaken ziet de Afdeling aanleiding de te vergoeden proceskosten in deze zaak te matigen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 161,00 (zegge: honderdeenenzestig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Noordoostpolder aan [wederpartij] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. R. van der Spoel, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Willems

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2009

412.