Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH2546

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-02-2009
Datum publicatie
11-02-2009
Zaaknummer
200803945/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 oktober 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne (hierna: het college) [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast het aantal op het perceel aan de [locatie], kadastraal sectie […], te [plaats] aanwezige kampeermiddelen boven de 60 te verwijderen en verwijderd te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200803945/1.

Datum uitspraak: 11 februari 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 24 april 2008 in zaak nrs. 08/1471 en 08/1472 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 oktober 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne (hierna: het college) [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast het aantal op het perceel aan de [locatie], kadastraal sectie […], te [plaats] aanwezige kampeermiddelen boven de 60 te verwijderen en verwijderd te houden.

Bij besluit van 4 maart 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 april 2008, verzonden op 25 april 2008, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de voorzieningenrechter) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 juni 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 26 juni 2008.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 januari 2009,

waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. L.J. van Pelt, gemachtigde,

en zijn [zoon], en het college, vertegenwoordigd door mr. K.M. van Klaveren, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge het bestemmingsplan "Landelijk Gebied Rockanje", dat gold ten tijde van belang, mochten op het perceel maximaal 45 kampeermiddelen worden geplaatst.

[appellant] heeft 75 kampeermiddelen op het perceel staan, zodat het college bevoegd was ter zake handhavend op te treden.

Ingevolge het bestemmingsplan "Landelijk Gebied Westvoorne", dat in mei 2007 is vastgesteld en inmiddels in werking is getreden, mogen maximaal 60 kampeermiddelen op het perceel worden geplaatst.

In verband hiermee heeft het college bij het besluit van 23 oktober 2007 de lastgeving beperkt tot het verwijderen van het aantal kampeermiddelen boven de 60.

2.2. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.3. Anders dan [appellant] betoogt is de voorzieningenrechter tot het juiste oordeel gekomen dat er geen concreet uitzicht op legalisatie bestaat voor maximaal 75 kampeermiddelen op het perceel. Het intussen in werking getreden bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Westvoorne", waartegen [appellant] geen zienswijzen heeft ingediend, is er vooral op gericht de openheid van het landschap waarin het perceel is gelegen te herstellen en te versterken en de verstening in het landelijk buitengebied tegen te gaan. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting is bij het bepalen in het nieuwe bestemmingsplan dat op het perceel maximaal 60 kampeermiddelen mogen worden geplaatst, rekening gehouden met wat planologisch en landschappelijk ter plaatse nog aanvaardbaar kan worden geacht. Het is dan ook niet onredelijk dat het college wenst vast te houden aan het recent vastgestelde maximum van 60 kampeermiddelen op het perceel.

Ook uit hetgeen [appellant] verder heeft aangevoerd kan niet worden opgemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan van handhaving afgezien had moeten worden. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het nieuwe bestemmingsplan "Landelijk Gebied Westvoorne" voorziet in een uitbreiding van 15 kampeermiddelen op het perceel in vergelijking met het vorige bestemmingsplan "Landelijk Gebied Rockanje".

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Boot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2009

202.