Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH2490

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-02-2009
Datum publicatie
11-02-2009
Zaaknummer
200809255/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 oktober 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) aan [verzoekster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een inrichting voor de productie van basispapier en golfkarton op het perceel [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 13 november 2008 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200809255/2.

Datum uitspraak: 2 februari 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 oktober 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) aan [verzoekster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een inrichting voor de productie van basispapier en golfkarton op het perceel [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 13 november 2008 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 december 2008, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 januari 2009, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door R.M. Kooij en P.E. Palstring, gemachtigden, en het college, vertegenwoordigd door P.A. Kuiper en ing. A.J. Willemsen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoekster] voert aan dat vergunningvoorschrift 1.8, waarin haar wordt opgedragen om verkeer dat niet meteen het bedrijfsterrein op kan rijden te sommeren om door te rijden, onnodig bezwarend is.

2.2.1. Het college stelt dat het voorschrift noodzakelijk is om de indirecte hinder veroorzaakt door het gebruik van de openbare weg als wachtplek voor de weegbrug te voorkomen.

2.2.2. Vergunningvoorschrift 1.8 bepaalt: Verkeer dat de inrichting als bestemming heeft en vanaf de Harderwijkerweg niet onmiddellijk het bedrijfsterrein op kan, wordt door het bedrijf gesommeerd om haar weg over de Harderwijkerweg te vervolgen.

2.2.3. De voorzitter overweegt dat de verkeersveiligheid en het parkeren van vrachtwagens op en langs de openbare weg wordt geregeld in de wegenverkeerswetgeving en niet in de Wet milieubeheer. Ter zitting is gebleken dat er een stopverbod aan weerszijden van de inrit van de inrichting geldt. De voorzitter is niet gebleken dat het college heeft onderzocht waarom het bestreden voorschrift naast het stopverbod nog nodig is. Uit het vorenstaande volgt dat het besluit in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht niet zorgvuldig is voorbereid.

2.3. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 24 oktober 2008, kenmerk 2006-020054 MPM 521, voor zover het het vergunningvoorschrift 1.8 betreft;

II. gelast dat de provincie Gelderland aan [verzoekster] het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 288,00 (zegge: tweehonderdachtentachtig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, als voorzitter, in tegenwoordigheid van drs. G.K. Klap, ambtenaar van Staat.

w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Klap

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2009

315.