Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BH1870

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-02-2009
Datum publicatie
04-02-2009
Zaaknummer
200802912/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 december 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het gedeeltelijk vergroten van een woning op het perceel [locatie] te Oisterwijk.

Wetsverwijzingen
Woningwet
Woningwet 44
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2009/232
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200802912/1.

Datum uitspraak: 4 februari 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda van 8 april 2008 in zaak nrs. 07/2548 en 07/2148 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het gedeeltelijk vergroten van een woning op het perceel [locatie] te Oisterwijk.

Bij besluit van 27 maart 2007 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 april 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda (hierna: de voorzieningenrechter) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 april 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 26 april 2008.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 januari 2009, waar [appellant] is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] betoogt dat in afwijking van de op 19 december 2006 verleende bouwvergunning wordt gebouwd en dat het college daartegen moet optreden. Verder betoogt [appellant] dat het bouwplan mede betrekking heeft op een stuk grond waar een erfdienstbaarheid op rust ten behoeve van de bereikbaarheid van zijn bedrijf. De bereikbaarheid en de bedrijfsvoering worden door het bouwplan en de uitgevoerde werkzaamheden ernstig belemmerd, aldus [appellant].

2.2. Voor zover wordt gebouwd in afwijking van de bouwvergunning betreft dit een kwestie van handhaving en kan dit in de procedure tot het verlenen van een bouwvergunning niet aan de orde komen. Dit kan dan ook niet leiden tot een vernietiging van de uitspraak van de voorzieningenrechter. Desgewenst kan [appellant] een verzoek om handhaving bij het college indienen.

Voor zover de verleende bouwvergunning tot gevolg heeft dat inbreuk wordt gemaakt op de erfdienstbaarheid en daardoor de bedrijfsvoering en de bereikbaarheid van het bedrijf van [appellant] worden belemmerd, betreft dit, gelet op artikel 44 van de Woningwet, geen omstandigheid op grond waarvan de bouwvergunning kan worden geweigerd.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.

w.g. Wortmann w.g. Van der Maesen de Sombreff

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2009

190-552.