Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BG9791

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-01-2009
Datum publicatie
14-01-2009
Zaaknummer
200803355/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 maart 2007 heeft de raad van de gemeente Etten-Leur (hierna: de raad) het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van de notulen van de besloten raadsvergadering van 28 maart 1996 afgewezen.

Wetsverwijzingen
Gemeentewet
Gemeentewet 23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2009/58 met annotatie van J.L.W. Broeksteeg
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200803355/1.

Datum uitspraak: 14 januari 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 18 april 2008 in zaak nr. 07/3056 in het geding tussen:

[appellant]

en

de raad van de gemeente Etten-Leur.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2007 heeft de raad van de gemeente Etten-Leur (hierna: de raad) het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van de notulen van de besloten raadsvergadering van 28 maart 1996 afgewezen.

Bij besluit van 17 september 2007 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 april 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 mei 2008, hoger beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 18 juli 2008 heeft [appellant] de toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 december 2008, waar [appellant], in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M. Gommers-Benamu, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 23, eerste lid, van de Gemeentewet wordt de vergadering van de raad in het openbaar gehouden.

Ingevolge het tweede lid worden de deuren gesloten, wanneer ten minste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

Ingevolge het derde lid beslist de raad vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

Ingevolge het vierde lid wordt van een vergadering met gesloten deuren een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad anders beslist.

2.2. De raad heeft aan de afwijzing van het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van de notulen van de besloten vergadering van 28 maart 1996 ten grondslag gelegd dat het verzochte document op grond van artikel 23, vierde lid, van de Gemeentewet niet kan worden verstrekt, omdat de raad niet heeft beslist tot openbaarmaking van dit document.

2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de besloten vergadering van 28 maart 1996 ten doel had een strafbaar feit te plegen en deze vergadering gelet ook op de strafrechtelijke veroordeling van de gemeente, niet valt onder artikel 23, vierde lid, van de Gemeentewet.

2.3.1. Dit betoog faalt. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 23, vierde lid, van de Gemeentewet (Kamerstukken II 1985/86, 19 403, nr. 3, blz. 82) volgt dat deze bepaling dient ter bescherming van de raadsleden die juist in een besloten vergadering vrijuit moeten kunnen spreken en daarbij niet gehinderd dienen te worden door de mogelijkheid dat het verslag tegen de wil van de raad geheel of gedeeltelijk openbaar zou worden. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat, nu vaststaat dat de raad niet heeft beslist tot openbaarmaking van het verslag van de vergadering van 28 maart 1996, artikel 23, vierde lid, van de Gemeentewet eraan in de weg staat dat het verslag openbaar wordt gemaakt. Dat de vergadering, naar [appellant] stelt, ten doel had een strafbaar feit te plegen, wat er zij van de juistheid van deze stelling, doet hier niet aan af.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van Staat.

w.g. Wortmann w.g. de Leeuw-van Zanten

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2009

97-581.