Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BG6416

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-12-2008
Datum publicatie
10-12-2008
Zaaknummer
200801420/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 december 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond (hierna: het college), voor zover hier van belang, geweigerd aan [appellant] bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een dakkapel aan de voorzijde van de woning op het perceel [locatie] te Helmond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200801420/1.

Datum uitspraak: 10 december 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. AWB 07/1379 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 januari 2008 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Helmond.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 december 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond (hierna: het college), voor zover hier van belang, geweigerd aan [appellant] bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een dakkapel aan de voorzijde van de woning op het perceel [locatie] te Helmond.

Bij besluit van 16 maart 2007 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 januari 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 februari 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 maart 2008.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 november 2008, waar [appellant], bijgestaan door mr. J.C. van Vuren, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, en het college, vertegenwoordigd door mr. P. Helmus, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 48, eerste lid, van de Woningwet, voor zover hier van belang, kunnen burgemeester en wethouders een aanvraag voor een lichte bouwvergunning voor advies aan de welstandscommissie voorleggen.

Uit artikel 48, eerste lid, van de Woningwet volgt dat burgemeester en wethouders bij de lichte bouwvergunningsprocedure de mogelijkheid hebben om zelf te toetsen aan redelijke eisen van welstand zonder advies te vragen aan de welstandscommissie. De loketcriteria van de welstandsnota zijn hierbij het toetsingskader voor burgemeester en wethouders.

2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de dakkapel niet voldoet aan de loketcriteria van de welstandsnota gemeente Helmond (hierna: de welstandsnota) en daarmee heeft miskend dat het college het bouwplan ten onrechte heeft voorgelegd aan de welstandscommissie. Volgens [appellant] is het bouwplan niet in strijd met redelijke eisen van welstand.

2.2.1. Dit betoog faalt. In paragraaf 2.5 (Loketcriteria dakkapellen) van de welstandsnota is vermeld dat dakkapellen, als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, voor het straatbeeld zeer bepalend zijn en later toegevoegde dakkapellen zelden een verrijking van het straatbeeld zijn. Voorts is in deze paragraaf vermeld dat dakkapellen een ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak moeten zijn en dat bij meerdere dakkapellen op één doorgaand dakvlak de gemeente streeft naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Dit laatste is als specifiek loketcriterium in de welstandsnota opgenomen; de dakkapel dient gelijkvormig aan eerder geplaatste dakkapellen op het betreffende dakvlak van een bouwblok te zijn.

Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de dakkapel waar het bouwplan in voorziet niet aan dit criterium voldoet en heeft het bouwplan om die reden voorgelegd bij de welstandscommissie.

Vast staat dat op het dakvlak van het bouwblok waar de dakkapel is voorzien geen eerder geplaatste dakkapellen aanwezig zijn. Anders dan [appellant] voorstaat kan hieruit echter niet de conclusie worden getrokken dat is voldaan aan de loketcriteria. Blijkens de strekking van paragraaf 2.5. van de loketcriteria wordt een dakkapel aan de voorkant van de woning geacht een groot gevolg te hebben voor de welstand. Een dakkapel als die waar het bouwplan in voorziet zal voorts meer opvallen en derhalve een groter gevolg voor de welstand hebben dan een dakkapel op het dakvlak van een bouwblok die gelijkvormig is aan eerder geplaatste dakkapellen. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat het bouwplan niet aan de loketcriteria voldoet en dat het college mitsdien op goede gronden het bouwplan aan de welstandscommissie heeft voorgelegd.

2.2.2. Het college mag, hoewel hij niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in de regel geen nadere toelichting, tenzij de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie. Dit is slechts anders indien het advies van de welstandscommissie naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen.

Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het advies op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. [appellant] heeft het welstandsadvies evenmin bestreden met een advies van een andere deskundige persoon of instantie.

De rechtbank is derhalve terecht tot de slotsom gekomen dat het college zich in redelijkheid op grond van het welstandsadvies op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.G.P. Oudenaller, ambtenaar van Staat.

w.g. Wortmann w.g. Oudenaller

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2008

190-580.