Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BG6407

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-12-2008
Datum publicatie
10-12-2008
Zaaknummer
200801370/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 mei 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerveld (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een werktuigenberging op het perceel [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200801370/1.

Datum uitspraak: 10 december 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], beiden wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 28 januari 2007 in

zaak nr. 07/775 in het geding tussen:

[appellanten]

en

het college van burgemeester en wethouders van Westerveld.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 mei 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerveld (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een werktuigenberging op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 27 augustus 2007 heeft het college het door [appellanten] (hierna in enkelvoud: [appellant]) daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 28 januari 2007 (de Afdeling leest: 28 januari 2008), verzonden op 29 januari 2008, heeft de rechtbank Assen (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 februari 2008, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft een reactie ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 november 2008, waar [appellant] is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Niet meer bestreden is dat het bezwaarschrift van [appellant] tegen het besluit van 2 mei 2007 te laat is ingediend. [appellant] betoogt dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, nu hij binnen acht dagen na het op de hoogte raken van dat besluit alsnog bezwaar daartegen heeft gemaakt. Volgens [appellant] is het besluit van 2 mei 2007 ten onrechte niet aan hem toegezonden en kon hij dan ook niet eerder dan op 8 juni 2007, nadat hij zelf contact heeft gezocht met de gemeente, van het bestaan daarvan op de hoogte zijn.

2.1.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 24 oktober 2007 in zaak nr. 200703442/1) dient, ingeval van niet aangetekende verzending van besluiten of andere rechtens van belang zijnde besluiten, het bestuursorgaan aannemelijk te maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. Indien het bestuursorgaan de verzending van het desbetreffende stuk aannemelijk heeft gemaakt, ligt het op de weg van de geadresseerde om, indien daartoe aanleiding bestaat, de ontvangst ervan op niet ongeloofwaardige wijze te ontkennen. Eerst als dat gebeurt, is het aan het bestuursorgaan dat het stuk heeft verzonden om de ontvangst daarvan door de geadresseerde aannemelijk te maken.

Bij niet aangetekende brief van 3 mei 2007 is aan [appellant] meegedeeld dat bij besluit van 2 mei 2007 aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning is verleend voor de oprichting van een werktuigenberging en dat binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit bezwaar daartegen kan worden gemaakt. Op deze brief is met een stempel de tekst "verzonden op 4 mei 2007" geplaatst. Verder is in de aanhef van de brief het correcte adres van [appellant] vermeld. Het college heeft dan ook aannemelijk gemaakt dat [appellant] door middel van kennisgeving op de hoogte is gebracht van het besluit van 2 mei 2007. De enkele ontkenning van [appellant] dat hij de brief van 3 mei 2007 heeft ontvangen, kan niet worden aangemerkt als een niet ongeloofwaardige ontkenning van de ontvangst in evenbedoelde zin.

Nu ervan dient te worden uitgegaan dat [appellant] door middel van een kennisgeving op de hoogte is gebracht van het besluit van 2 mei 2007 komt hem geen geslaagd beroep toe op de jurisprudentie (onder meer de uitspraak van de Afdeling van 4 juli 2007 in zaak nr. 200700223/1) dat een belanghebbende, indien hij niet door middel van kennisgeving of publicatie op de hoogte is gesteld van een op juiste wijze bekendgemaakt besluit, in beginsel binnen twee weken nadat hij van het bestaan van het besluit op de hoogte is geraakt daartegen dient op te komen. Derhalve is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.

Voorts geldt dat [appellant] geen geslaagd beroep toekomt op een verschoonbare termijnoverschrijding, omdat de verlening van vrijstelling en bouwvergunning aan [vergunninghouder] op 2 mei 2007 eveneens gepubliceerd is in het huis-aan-huisblad "Da's Mooi" van 16 mei 2007. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 8 september 2004 in zaak nr. 200400835/1) kan een termijnoverschrijding bij het maken van bezwaar tegen een besluit niet verschoonbaar worden geacht indien publicatie van dat besluit heeft plaatsgevonden.

De rechtbank is terecht tot de conclusie gekomen dat [appellant] geen beroep op een verschoonbare termijnoverschrijding toekomt.

Het betoog faalt.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Van Heusden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2008

414-552.