Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BG6403

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-12-2008
Datum publicatie
10-12-2008
Zaaknummer
200801395/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 maart 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Terschelling (hierna: het college) aan Staatsbosbeheer een aanlegvergunning verleend voor het verwijderen van het zeedennenbos Arjensduin te Terschelling.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2009, 118
ABkort 2008/503
JB 2009/38 met annotatie van R.J.N. S.
JOM 2009/157 met annotatie van R.J.N. S.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200801395/1.

Datum uitspraak: 10 december 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de vereniging Vereniging van Recreatieondernemers Nederland, gevestigd te Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse Heuvelrug,

appellante,

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/1674 van de rechtbank Leeuwarden van 15 januari 2008 in het geding tussen:

de vereniging Vereniging van Recreatieondernemers Nederland

en

het college van burgemeester en wethouders van Terschelling.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Terschelling (hierna: het college) aan Staatsbosbeheer een aanlegvergunning verleend voor het verwijderen van het zeedennenbos Arjensduin te Terschelling.

Bij besluit van 11 juni 2007 heeft het college het door de Vereniging van Recreatieondernemers Nederland (hierna: Recron) daartegen gemaakte bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 15 januari 2008, verzonden op 16 januari 2008, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het door Recron daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit gedeeltelijk vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Recron bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 februari 2008, hoger beroep ingesteld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 november 2008, waar Recron, vertegenwoordigd door [regiomanager] bij Recron, en het college, vertegenwoordigd door mr. R Reinsma, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge artikel 1:2, derde lid, worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

2.2. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat het belang van recreatieondernemers en -ondernemingen een belang is dat Recron gelet op haar statutaire doelstelling in het bijzonder behartigt en dat zij in zoverre als belanghebbende kan worden aangemerkt.

2.3. De Afdeling overweegt ambtshalve als volgt. Blijkens artikel 2 van haar statuten heeft Recron ten doel het behartigen of doen behartigen van de belangen van recreatieondernemers en -ondernemingen die zich met de exploitatie van recreatie en toeristische activiteiten in de ruimste zin des woords bezighouden. De vereniging tracht haar doel onder meer te bereiken door het instellen van rechtsvorderingen namens één of meer van haar leden, waar de belangen van de vereniging in het geding zijn. Het in bezwaar gehandhaafde besluit ziet op het verwijderen van een zeedennenbos om dit te vervangen door open duinlandschap. Recron heeft niet aannemelijk gemaakt dat los van het belang van de twee recreatieondernemingen namens wie zij stelt eveneens bezwaar te hebben gemaakt, zijnde Camping De Kooi en Terschelling Recreatie de Riesen, het algemene en collectieve belang dat zij krachtens haar doelstellingen en blijkens haar feitelijke werkzaamheden behartigt rechtstreeks bij dit besluit is betrokken. Recron is derhalve geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

2.4. Het betoog van Recron dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bezwaar niet mede namens Camping De Kooi en Terschelling Recreatie De Riesen is ingesteld, kan niet aan de orde komen. Recron was niet gemachtigd om namens Camping De Kooi en Terschelling Recreatie De Riesen beroep in te dienen, zodat Recron niet in rechte kon opkomen voor hun belangen. Dat het college niet heeft beslist op een namens Camping De Kooi en Terschelling Recreatie De Riesen ingediend bezwaar raakt ook geen eigen belang van Recron. De rechtbank heeft dit niet onderkend en zich ten onrechte hierover uitgesproken.

2.5. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van Recron tegen het besluit van 11 juni 2007 alsnog ongegrond verklaren.

2.6. De Afdeling acht, nu de beslissing op bezwaar rechtmatig wordt geoordeeld, geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb. In deze situatie is er ook geen aanleiding te bepalen dat het door Recron in hoger beroep betaalde griffierecht door de Gemeente Terschelling wordt vergoed. Een redelijke toepassing van artikel 43, eerste lid, van de Wet op de Raad van State brengt met zich dat - naar analogie van artikel 41, vijfde lid - het griffierecht door de secretaris van de Raad van State aan Recron wordt terugbetaald.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep van Recron gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank van 15 januari 2008 in zaak nr. 07/1674;

III. verklaart het door Recron bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond;

IV. gelast dat de secretaris van de Raad van State aan Recron het voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 433,00 (zegge: vierhonderddrieëndertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Van Heusden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2008

414-552.