Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BG6400

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-12-2008
Datum publicatie
10-12-2008
Zaaknummer
200802738/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 september 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen (hierna: het college) geweigerd de in de gemeentelijke basisadministratie opgenomen geslachtsnaam van [wederpartij] te wijzigen in [wederpartij], gespeld met een Hollandse ij in plaats van een combinatie van de letters i en j, dan wel in [naam sub 1] of [naam sub 2].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Gst. 2009, 32
BA 2009/14
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200802738/1.

Datum uitspraak: 10 december 2008.

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen,

appellant,

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/2431 van de rechtbank Amsterdam van 11 maart 2008 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 september 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen (hierna: het college) geweigerd de in de gemeentelijke basisadministratie opgenomen geslachtsnaam van [wederpartij] te wijzigen in [wederpartij], gespeld met een Hollandse ij in plaats van een combinatie van de letters i en j, dan wel in [naam sub 1] of [naam sub 2].

Bij besluit van 22 maart 2006 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 maart 2008, verzonden op 13 maart 2008, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 22 maart 2006 vernietigd, het besluit van 21 september 2005 herroepen en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 april 2008, hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 november 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. A.J. Tielbeke, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [wederpartij], in persoon en bijgestaan door mr. F.E. de Neef, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt de geslachtsnaam ten aanzien van een ieder dwingend bewezen door de akte van geboorte.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: de Wet GBA) worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld omtrent de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging van de basisadministraties.

Ingevolge artikel 34, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1o, worden in de basisadministratie van de gemeente van inschrijving over de ingeschrevene gegevens over de burgerlijke staat opgenomen.

Ingevolge artikel 36, eerste lid, aanhef en onder a, worden de gegevens over de burgerlijke staat, indien zij feiten betreffen die zich in Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de burgerlijke stand in Nederland.

Ingevolge artikel 82, eerste lid, voldoet het college van burgemeester en wethouders binnen vier weken kosteloos aan het verzoek van betrokkene hem betreffende gegevens in de basisadministratie te verbeteren, aan te vullen of te verwijderen, indien deze feitelijk onjuist dan wel onvolledig zijn of in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.

Ingevolge artikel 11 van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: het Besluit GBA) stelt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de minister) een systeembeschrijving vast.

Ingevolge artikel 1 van het Besluit vaststelling systeembeschrijving GBA luidt het Logisch ontwerp GBA, Versie 3.6 (hierna: het Logisch ontwerp) overeenkomstig bijlage I bij dit besluit.

Ingevolge artikel 3, aanhef en onder a, wordt de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 11 van het Besluit GBA, gevormd door het ingevolge artikel 1 vastgestelde Logisch ontwerp.

2.2. [wederpartij] heeft onweersproken gesteld dat de ij in zijn geslachtsnaam, zoals met de hand ingevuld op zijn akte van geboorte, één letter is, namelijk de Hollandse ij, en niet een combinatie van de letters i en j. Bij brief van 9 augustus 2005 heeft hij het college verzocht zijn geslachtsnaam in de gemeentelijke basisadministratie met een Hollandse ij te spellen, dan wel, voor zover deze letter niet voorkomt in het systeem, in plaats hiervan met de letter y, eventueel voorzien van een trema.

2.3. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 21 september 2005 heeft het college het verzoek van [wederpartij] afgewezen en overwogen dat volgens het Logisch ontwerp de Hollandse ij niet als teken in de gemeentelijke basisadministratie mag worden gebruikt. Nu de ij in de geslachtsnaam van [wederpartij], zoals vermeld in de akte van geboorte, zich duidelijk onderscheidt van de y, dient deze geslachtsnaam volgens het college met een combinatie van de letters i en j in de gemeentelijke basisadministratie te worden opgenomen.

2.4. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat niet is gebleken dat de wetgever de keuze voor de letters i en j ter vervanging van de Hollandse ij als een dwingende keuze heeft willen aanmerken en daarmee op voorhand heeft willen uitsluiten dat onder bijzondere omstandigheden de betrokkene een keuzemogelijkheid moet hebben ten aanzien van de spelling van zijn naam in de gemeentelijke basisadministratie. Volgens de rechtbank had het college in dit geval aan [wederpartij] de keuze dienen te laten of in de gemeentelijke basisadministratie de Hollandse ij in zijn geslachtsnaam moet worden vervangen door de letters i en j of door de letter y. Nu [wederpartij] ter zitting bij de rechtbank de voorkeur heeft uitgesproken om de Hollandse ij in zijn geslachtsnaam te vervangen door de letter y, dient zijn geslachtsnaam in de gemeentelijke basisadministratie volgens de rechtbank aldus te worden aangepast.

2.5. Het college betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de Wet GBA niet voorziet in een verplichting om een in de gemeentelijke basisadministratie opgenomen gegeven te wijzigen op grond van de voorkeur van de betrokkene. Het college voert voorts aan dat de aangevallen uitspraak ertoe leidt dat, in strijd met de wet, in de gemeentelijke basisadministratie een geslachtsnaam wordt opgenomen die afwijkt van de in de akte van geboorte van de betrokkene vermelde geslachtsnaam. Daarnaast voert het college aan dat, indien de wetgever onder bijzondere omstandigheden een keuzemogelijkheid zou hebben willen bieden, dit uitdrukkelijk in de wet zou zijn vermeld, alsmede dat zodanige bijzondere omstandigheden zich in dit geval niet voordoen.

2.5.1. Ingevolge artikel 36, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet GBA, gelezen in verbinding met artikel 6 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, diende het college de in de gemeentelijke basisadministratie op te nemen geslachtsnaam van [wederpartij] te ontlenen aan diens akte van geboorte. Het college kon de geslachtsnaam in de gemeentelijke basisadministratie echter niet met een Hollandse ij spellen, aangezien dat teken volgens het door de minister vastgestelde Logisch ontwerp niet in de gemeentelijke basisadministratie mag worden gebruikt. Anders dan [wederpartij] heeft aangevoerd, kan het besluit van de minister om de Hollandse ij niet als teken in de gemeentelijke basisadministratie te gebruiken, niet onverbindend worden geacht. Nu er met een combinatie van de letters i en j, gelet op de visuele gelijkenis, een adequaat en voor de hand liggend alternatief is om de Hollandse ij te vervangen, heeft dit op artikel 11 van het Besluit GBA gebaseerde besluit van de minister een voldoende wettelijke grondslag in artikel 6, eerste lid, van de Wet GBA.

2.5.2. De Wet GBA noch enig ander wettelijk voorschrift geeft het college de bevoegdheid om in de gemeentelijke basisadministratie ter vervanging van de Hollandse ij in een geslachtsnaam naar de keuze van de betrokkene een ander alternatief dan een combinatie van de letters i en j te gebruiken. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, kan een dergelijke bevoegdheid evenmin worden afgeleid uit de geschiedenis van de totstandkoming van de desbetreffende bepalingen. Een andere uitleg zou immers kunnen leiden tot een situatie waarin personen met dezelfde geslachtsnaam naar gelang hun persoonlijke voorkeur elk met een andere spellingsvariant van deze naam in de gemeentelijke basisadministratie worden ingeschreven, hetgeen niet verenigbaar is met het uitgangspunt dat de in de gemeentelijke basisadministratie opgenomen gegevens zo betrouwbaar en duidelijk mogelijk dienen te zijn. De Afdeling wijst daarbij op haar jurisprudentie met betrekking tot de Wet GBA (zie onder meer de uitspraak van 17 september 2008 in zaak nr. 200801524/1, meer in het bijzonder rechtsoverweging 2.2.1).

2.5.3. Gezien het voorgaande, heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat de Hollandse ij in de geslachtsnaam van [wederpartij] in de gemeentelijke basisadministratie moet worden vervangen door een y. Het betoog slaagt.

2.6. Het hoger beroep is reeds hierom gegrond. De overige gronden van het hoger beroep behoeven geen bespreking. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van het college van 22 maart 2006 alsnog ongegrond verklaren.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 maart 2008 in zaak nr. 06/2431;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. C.H.M. van Altena, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Klein

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2008.

176-582.