Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BG5914

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-12-2008
Datum publicatie
03-12-2008
Zaaknummer
200800581/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 oktober 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Heemstede (hierna: de raad) bij besluit van 29 maart 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Landgoederen en Groene Gebieden".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2009/2
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200800581/1.

Datum uitspraak: 3 december 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. het college van burgemeester en wethouders van Bennebroek,

2. [appellanten sub 2], allen wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 oktober 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Heemstede (hierna: de raad) bij besluit van 29 maart 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Landgoederen en Groene Gebieden".

Tegen dit besluit hebben het college van burgemeester en wethouders van Bennebroek bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 januari 2008, en [appellanten sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 januari 2008, beroep ingesteld. [appellanten sub 2] hebben hun beroep aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 maart 2008.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de raad een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellanten sub 2] hebben een nader stuk ingediend. Dit is aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 november 2008, waar [appellanten sub 2], vertegenwoordigd door mr. S. Levelt, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. Y.H.M. Huisman, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen. Voorts is ter zitting de raad van de gemeente Heemstede, vertegenwoordigd door G.A.M. Klaassen, ambtenaar in dienst van de gemeente, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO), gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient hij rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.2. Het bestemmingsplan voorziet in een actueel juridisch planologisch kader voor de landgoederen en groene gebieden binnen het grondgebied van de gemeente Heemstede. Eén van de landgoederen is de historische buitenplaats De Hartekamp die aan de zuidzijde grenst aan de gemeente Bennebroek. Voor de vestiging van een wooncentrum voor mensen met een geestelijke handicap en de realisering van woningen voor cliënten en derden in de zuidstrook van dit landgoed is tegelijkertijd met de bestemmingsplanprocedure een procedure op grond van artikel 19, eerste lid, van de WRO gevolgd. Deze vrijstelling is nog niet onherroepelijk. De bouwmogelijkheden op grond van deze vrijstelling komen overeen met die in het bestemmingsplan.

Ontvankelijkheid

2.3. Het college stelt dat het beroep van [appellanten sub 2] voor zover ingesteld door [appellanten sub 2a] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu zij geen zienswijze en bedenkingen hebben ingebracht.

2.3.1. De Afdeling stelt vast dat de zienswijze en bedenkingen van [appellanten sub 2] onder meer zijn ingebracht door [appellanten sub 2a].

Het betoog van het college mist feitelijke grondslag.

2.4. Het beroep van [appellanten sub 2] is verder onder meer ingesteld door [appellant sub 2b].

[appellant sub 2b] heeft geen zienswijze bij de raad naar voren gebracht noch bedenkingen ingebracht bij het college.

Ingevolge de artikelen 54, tweede lid, aanhef en onder d, en 56, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 27 van de WRO en artikel 6:13 van de Awb, kan beroep slechts worden ingesteld tegen het besluit tot goedkeuring van het college door de belanghebbende die tegen het ontwerpplan tijdig een zienswijze bij de raad naar voren heeft gebracht en tegen het vastgestelde plan tijdig bedenkingen bij het college heeft ingebracht.

Dit is slechts anders voor zover de raad bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerp, dan wel indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze en bedenkingen naar voren heeft gebracht. Er is niet gebleken van een van deze omstandigheden.

Het beroep van [appellanten sub 2] is dan ook voor zover ingesteld door [appellant sub 2b] niet-ontvankelijk.

2.5. Het college betoogt dat het college van burgemeester en wethouders van Bennebroek niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu zijn belang dient te worden afgeleid uit de taken die aan hem zijn opgedragen en hij noch de raad van de gemeente Bennebroek taken heeft met betrekking tot de ruimtelijke ordening op het grondgebied van de gemeente Heemstede.

2.5.1. Ingevolge artikel 54, tweede lid, aanhef en onder d, van de WRO kan beroep slechts worden ingesteld tegen het besluit omtrent goedkeuring van het college door een belanghebbende.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge artikel 1:2, tweede lid, van de Awb, worden ten aanzien van bestuursorganen de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd.

De ruimtelijke ordening van het grondgebied van een gemeente is een mede aan het college van burgemeester en wethouders toevertrouwd belang. Dit volgt onder meer uit de bevoegdheid tot het verlenen van vrijstellingen op grond van bepalingen uit bestemmingsplannen. In zoverre kan het belang van een goede ruimtelijke ordening als een aan het college van burgemeester en wethouders toevertrouwd belang worden aangemerkt.

Met het bestreden besluit is grotendeels goedkeuring verleend aan de plandelen in de zuidstrook van landgoed De Hartekamp. Deze zuidstrook grenst direct aan de bebouwde kom van de gemeente Bennebroek. Gelet hierop alsmede op het feit dat onder meer woningbouw wordt mogelijk gemaakt tot op de gemeentegrens zijn de belangen van een goede ruimtelijke ordening van de gemeente Bennebroek rechtstreeks betrokken bij het bestreden besluit.

Het college van burgemeester en wethouders van Bennebroek kan gelet op het vorenstaande als belanghebbende worden aangemerkt.

Het betoog faalt.

Bebouwingspercentage

2.6. De beroepen van [appellanten sub 2] en het college van burgemeester en wethouders van Bennebroek zijn uitsluitend gericht tegen de plandelen met de bestemming "Woondoeleinden" in de zuidstrook van De Hartekamp. [appellanten sub 2] stellen onder meer dat het college met betrekking tot drie van de vier plandelen met deze bestemming ten onrechte alleen goedkeuring heeft onthouden aan de bebouwingspercentages van 80 nu dat als gevolg heeft dat geen beperking meer geldt.

2.6.1. Het college en de raad hebben zich op het standpunt gesteld dat de bebouwingspercentages, in overeenstemming met de voor dezelfde gronden verleende vrijstelling, 90 dienen te zijn. Nu op de plankaart bebouwingspercentages van 80 waren opgenomen, heeft het college aan deze aanduidingen goedkeuring onthouden met de motivering dat de raad bij het opstellen van een herzieningsplan bebouwingspercentages van 90 aan die gronden dient toe te kennen. Ter zitting heeft het college gesteld dat het niet de bedoeling was dat als gevolg van zijn besluit geen beperking van de bebouwingspercentages zou gaan gelden voor de desbetreffende plandelen.

2.6.2. Ingevolge artikel 4, tweede lid, onder a en sub 1 en 4, van de planvoorschriften mag een hoofdgebouw uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd en mag indien op de plankaart een bebouwingspercentage is aangegeven, het bouwvlak tot niet meer dan dat percentage worden bebouwd. Uit dit artikel volgt dat door de onthouding van goedkeuring aan de aanduidingen "80%" op de plandelen met de bestemming "Woondoeleinden" in de zuidstrook van De Hartekamp geen maximaal bebouwingspercentage is bepaald.

Ingevolge artikel 10:29, eerste lid, van de Awb kan een besluit alleen dan gedeeltelijk worden goedgekeurd indien gedeeltelijke inwerkingtreding strookt met aard en inhoud van het besluit.

2.6.3. Uit het bestreden besluit volgt dat het college met de onthouding van goedkeuring heeft beoogd dat voor de plandelen met de bestemming "Woondoeleinden" in de zuidstrook van De Hartekamp een herzieningsplan wordt vastgesteld waarin voor die plandelen bebouwingspercentages van 90 worden opgenomen. In de periode vanaf de inwerkingtreding van het onderhavige plan tot de inwerkingtreding van het herzieningsplan geldt ten gevolge van het bestreden besluit evenwel voor de desbetreffende plandelen geen beperking van de bebouwingspercentages. In die periode dienen aanvragen voor bouwvergunningen zonder beperking van de bebouwingspercentages te worden getoetst. Ter zitting is in dit verband gebleken dat tussen partijen in ieder geval niet in geschil is dat bebouwingspercentages van 100 in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening.

Het college heeft het voorgaande miskend. De gedeeltelijke goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Woondoeleinden" in de zuidstrook van De Hartekamp strookt op dit punt dan ook niet met de aard en inhoud van het plan, zoals dit door de raad is vastgesteld en ter goedkeuring aan het college is aangeboden.

Gelet hierop is het besluit van het college voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de plandelen met de bestemming "Woondoeleinden" in de zuidstrook van De Hartekamp genomen in strijd met artikel 10:29, eerste lid, van de Awb.

Het betoog slaagt.

2.7. Het beroep van [appellanten sub 2] is, voor zover ontvankelijk, gegrond. Het bestreden besluit dient, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de plandelen met de bestemming "Woondoeleinden" in de zuidstrook van De Hartekamp, wegens strijd met artikel 10:29, eerste lid, van de Awb te worden vernietigd. De overige beroepsgronden van [appellanten sub 2] behoeven derhalve geen bespreking meer.

2.8. Nu het bestreden besluit, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de plandelen met de bestemming "Woondoeleinden" in de zuidstrook van De Hartekamp, op grondslag van het beroep van [appellanten sub 2] wordt vernietigd en ook het beroep van het college van burgemeester en wethouders van Bennebroek betrekking heeft op deze plandelen, behoeft hetgeen het college van burgemeester en wethouders van Bennebroek in beroep heeft aangevoerd evenmin bespreking en is dat beroep eveneens gegrond.

2.9. Gelet op het vorenstaande ziet de Afdeling aanleiding om eveneens goedkeuring te onthouden aan de goedgekeurde plandelen met de bestemming "Woondoeleinden" in de zuidstrook van De Hartekamp.

2.10. Het college dient ten aanzien van [appellanten sub 2] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Voor een vergoeding van de kosten van het in opdracht van [appellanten sub 2] opgestelde deskundigenrapport bestaat geen aanleiding, nu dit rapport niet van belang is in de onderhavige procedure. Ten aanzien van het college van burgemeester en wethouders van Bennebroek is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van [appellanten sub 2] niet-ontvankelijk voor zover het is ingesteld door [appellant sub 2b];

II. verklaart het beroep van [appellanten sub 2], voor zover ontvankelijk, en het beroep van het college van burgemeester en wethouders van Bennebroek gegrond;

III. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland van 30 oktober 2007, kenmerk 2007-60858, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de plandelen met de bestemming "Woondoeleinden" in de zuidstrook van landgoed De Hartekamp;

IV. onthoudt goedkeuring aan de onder III genoemde plandelen;

V. bepaalt dat deze uitspraak voor zover het betreft hetgeen onder IV is vermeld, in de plaats treedt van het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland van 30 oktober 2007;

VI. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland tot vergoeding van de bij [appellanten sub 2] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 821,08 (zegge: achthonderdeenentwintig euro en acht cent), waarvan een gedeelte groot € 805,00 (zegge: achthonderdvijf euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het totale bedrag dient door de provincie Noord-Holland aan [appellanten sub 2] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

VII. gelast dat de provincie Noord-Holland aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 143,00 (zegge: honderddrieënveertig euro) voor [appellanten sub 2], met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen, en € 285,00 (zegge: tweehonderdvijfentachtig euro) voor het college van burgemeester en wethouders van Bennebroek, vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, voorzitter, en mr. M.G.J. Parkins-de Vin en drs. W.J. Deetman, leden, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van Staat.

w.g. Bartel w.g. Bošnjaković

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2008

410-559.