Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BG5894

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-12-2008
Datum publicatie
03-12-2008
Zaaknummer
200803003/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij brief van 9 oktober 2007 heeft de algemeen directeur van de stichting Stichting voor algemeen toegankelijk onderwijs Eindhoven (hierna: Salto) [appellant] medegedeeld dat diens kinderen, [namen] (hierna: de kinderen) vanaf 10 oktober 2007 de toegang tot basisschool De Bergen (hierna: De Bergen) en het schoolplein wordt ontzegd.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:3
Wet op het primair onderwijs
Wet op het primair onderwijs 40b
Bekostigingsbesluit WPO
Bekostigingsbesluit WPO 10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BA 2009/8
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200803003/1.

Datum uitspraak: 3 december 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/3519 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 maart 2008 in het geding tussen:

[appellant]

en

het bestuur van de stichting Stichting voor algemeen toegankelijk onderwijs Eindhoven.

1. Procesverloop

Bij brief van 9 oktober 2007 heeft de algemeen directeur van de stichting Stichting voor algemeen toegankelijk onderwijs Eindhoven (hierna: Salto) [appellant] medegedeeld dat diens kinderen, [namen] (hierna: de kinderen) vanaf 10 oktober 2007 de toegang tot basisschool De Bergen (hierna: De Bergen) en het schoolplein wordt ontzegd.

Bij besluit van 14 november 2007 heeft het bestuur van Salto (hierna: het bestuur) het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 10 maart 2008, verzonden op 13 maart 2008, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank), voor zover hier van belang, het door [appellant] ingestelde beroep tegen het besluit van 14 november 2007 ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen per faxbericht op 24 april 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 6 juni 2008.

Het bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 november 2008, waar [appellant], vertegenwoordigd door ing. A.M.L. van Rooij, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

2.2. Aan de orde is slechts de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het bestuur het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, op de grond dat de brief van 9 oktober 2007 geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb inhoudt.

2.3. [appellant] heeft zijn kinderen om gezondheidsreden vanwege de op het schoolplein van die school aanwezige paaltjes van - aldus [appellant] - giftig geïmpregneerd hout, van de Evangelische Basisschool "Online" (hierna: EBS), waar zij waren ingeschreven, gehouden. De leerplichtambtenaar heeft vervolgens een aan de duur van het onderzoek naar de beweerdelijke giftigheid gekoppelde tijdelijke schoolgang van de kinderen naar De Bergen geregeld.

2.4. Voorop staat dat in artikel 40b van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO) gelezen in samenhang met artikel 7 van het Besluit bekostiging WPO voorschriften zijn gegeven met betrekking tot de in- en uitschrijving van leerlingen en dat uit die bepalingen volgt dat inschrijving van een leerling slechts plaatsvindt, nadat de ouders de persoonsgegevens van de leerling hebben overgelegd. Die gegevens worden overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document dan wel door een bewijs van uitschrijving van een andere school, waarin die gegevens zijn opgenomen. Van belang is voorts dat krachtens artikel 10 van het Besluit bekostiging WPO - voor zover hier aan de orde - voor de bekostiging van de school slechts die leerlingen worden meegeteld die op de teldatum op die school staan ingeschreven.

Ter zitting is desgevraagd bevestigd dat de kinderen ten tijde van de brief van 9 oktober 2007 niet waren uitgeschreven van de EBS en dat de ouders niet het document ten behoeve van de inschrijving bij De Bergen hebben overgelegd. De feitelijke toelating van de kinderen op De Bergen betrof geen inschrijving in de zin van voormelde bepalingen. De brief van 9 oktober 2007 behelst dan ook geen besluit tot verwijdering van ingeschreven leerlingen, maar uitsluitend de mededeling van feitelijke aard dat de kinderen de toegang tot De Bergen wordt ontzegd. De brief mist aldus rechtsgevolg, zodat geen sprake is van een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De rechtbank heeft in dit verband terecht verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 12 september 2000 in zaak nr. H01.99.0416 (JB 2000/300).

Het door [appellant] tegen de brief van 9 oktober 2007 gemaakte bezwaar is dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank is tot dezelfde slotsom gekomen. Uit de omstandigheid dat de beide scholen in brieven aan [appellant] de kinderen hebben aangeduid als "ingeschreven gastleerlingen" dan wel als "tijdelijk ingeschreven leerlingen" kan - anders dan [appellant] heeft betoogd - niet worden afgeleid dat inschrijving op de wijze als in de wet voorzien had plaatsgevonden.

Het betoog van [appellant] dat erop neerkomt dat de rechtbank heeft miskend dat zijn bezwaar tegen de brief van 9 oktober 2007 ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, faalt derhalve. [appellant] kan desgewenst op de voorgeschreven wijze een vordering instellen bij de burgerlijke rechter.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. W.D.M. van Diepenbeek en mr. B.P. Vermeulen, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Van Meurs-Heuvel

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2008

47-496.