Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BG3353

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-10-2008
Datum publicatie
05-11-2008
Zaaknummer
200807065/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 september 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Groningen (hierna: het college) de geldigheidsduur van het besluit van 7 november 2007, gewijzigd bij besluiten van 7 januari 2008, 29 februari 2008 en 17 juni 2008, verlengd tot uiterlijk 1 maart 2009.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200807065/1.

Datum uitspraak: 28 oktober 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de vereniging Dorpsvereniging Midwolde/Pasop, gevestigd te Midwolde,

verzoekster,

en

het college van gedeputeerde staten van Groningen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 september 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Groningen (hierna: het college) de geldigheidsduur van het besluit van 7 november 2007, gewijzigd bij besluiten van 7 januari 2008, 29 februari 2008 en 17 juni 2008, verlengd tot uiterlijk 1 maart 2009.

Tegen dit besluit heeft de vereniging Dorpsvereniging Midwolde/Pasop (hierna: de Dorpsvereniging) bezwaar gemaakt.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 september 2008, heeft de Dorpsvereniging de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 oktober 2008, waar de Dorpsvereniging, vertegenwoordigd door ir. H.J. Smits en A. de Boer, en het college, vertegenwoordigd door F. Scholtens, C.C. Gerritsen en H.L. Halsema, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 18 juli 2006 heeft het college aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer voor de duur van tien jaar verleend voor een inrichting voor onder meer het breken en zeven van steenachtige materialen en het sorteren, bewerken en verwerken van bouw- en sloopafval op het adres [locatie] te [plaats]. Bij uitspraak van 8 augustus 2007 in zaak nr. 200606603/1 heeft de Afdeling dat besluit vernietigd.

Bij besluit van 7 november 2007 heeft het college het zonder rechtsgeldige vergunning krachtens de Wet milieubeheer in werking zijn van de inrichting onder voorwaarden gedoogd tot uiterlijk 1 april 2008 en tevens een aantal lasten onder dwangsom opgelegd bij overtreding van de voorwaarden. Bij besluiten van 7 januari 2008, 29 februari 2008 en 17 juni 2008 is de geldigheidsduur verlengd.

Naar aanleiding van de uitspraak van 8 augustus 2007 is de aan het besluit van 18 juli 2006 ten grondslag liggende aanvraag op 21 februari 2008 gewijzigd en is daarbij een akoestisch rapport gevoegd van Stroop raadgevende ingenieurs B.V. van 20 februari 2008.

Bij het bestreden besluit is de geldigheidsduur van het besluit van 7 november 2007 verder verlengd tot uiterlijk 1 maart 2009. Het besluit eindigt zoveel eerder als de te verlenen vergunning krachtens de Wet milieubeheer van kracht is geworden, die vergunning wordt geschorst dan wel als gevolg van een uitspraak van de Afdeling geen rechtskracht zal verkrijgen.

2.2. De Dorpsvereniging betoogt dat de inrichting door het verrichten van activiteiten in de avond- en nachtperiode overlast veroorzaakt door voornamelijk geluid. Volgens de Dorpsvereniging worden tijdens de avond- en nachtperiode ten onrechte vrachtwagenbewegingen, het op- en aflieren van containers, laad- en stortactiviteiten en het in werking hebben van de afvalsorteerinstallatie en/of de puinbreekinstallatie gedoogd. De Dorpsvereniging vindt het onaanvaardbaar dat een verdere verlenging van de geldigheidsduur wordt toegestaan, omdat het besluit meer ruimte geeft dan eerder was vergund in de inmiddels vervallen vergunning van 11 juni 1996, waarbij de gehanteerde geluidnormen niet naleefbaar zijn, er nog steeds niet is beslist op de ingediende aanvraag om vergunning en de gevraagde situatie niet vergunbaar is.

De Dorpsvereniging verzoekt een voorlopige voorziening te treffen die er op neerkomt dat het in afwachting van een rechtsgeldige vergunning krachtens de Wet milieubeheer niet is toegestaan genoemde activiteiten in de avond- en nachtperiode te verrichten.

2.3. Als gevolg van het bestreden besluit, gelezen in samenhang met het besluit van 7 november 2007, mag de inrichting tot uiterlijk 1 maart 2009 in werking zijn, zonder dat daartegen door het college handhavend zal worden opgetreden. De hierbij toegestane activiteiten behelzen, voor zover hier van belang, het rijden met vrachtwagens voor bouw- en sloopafval in de avondperiode, voor de aan- en afvoer van puin in de nachtperiode en voor de aan- en afvoer van afvalcontainers in de avond- en nachtperiode, het op- en aflieren van containers in de avondperiode en het in werking hebben van een sorteerinstallatie in de bedrijfshal waarbij de overhead deuren geopend zijn in de avondperiode.

2.4. Het college stelt zich op het standpunt dat er concreet zicht op legalisatie bestaat, waardoor het college in redelijkheid kan afzien van handhaving van het zonder rechtsgeldige vergunning in werking zijn van de inrichting. De reden dat nog niet op de gewijzigde aanvraag om vergunning is beslist, en waarom een verdere verlenging van de geldigheidsduur van het besluit van 7 november 2007 nodig is, is dat de veelheid en complexiteit van de tegen het ontwerp van het besluit ingediende zienswijzen vertraging heeft gegeven en dat nader akoestisch onderzoek met betrekking tot de puinbreekinstallatie nodig bleek. Met de aangevraagde en op korte termijn te vergunnen situatie zal volgens het college in akoestisch opzicht een verbetering worden bereikt ten opzichte van de eerder vergunde situatie. Daartoe zijn maatregelen getroffen, onder andere in de vorm van het beëindigen van een tweetal productielijnen op het terrein van de inrichting, het aanschaffen van een nieuwe sorteerinstallatie, het wijzigen van de opstellingen in en de in- en uitgang van de sorteerhal en het vervangen van de bestaande vaste puinbreekinstallatie door een mobiele puinbreekinstallatie die aan de stand der techniek voldoet. Verder zijn logistieke maatregelen getroffen, is extra aandacht besteed aan het op- en aflieren van containers op het terrein van de inrichting en is een geluidwal aangebracht van 7 meter hoog en 100 meter lang.

2.5. De voorzitter stelt vast dat de inrichting zonder rechtsgeldige vergunning krachtens de Wet milieubeheer in werking is, zodat het college ter zake handhavend kon optreden. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.6. Ter zitting heeft het college naar voren gebracht dat het verwacht eind oktober 2008 een definitief besluit op de gewijzigde aanvraag ter inzage te kunnen leggen. Het college is voornemens voor de aangevraagde activiteiten vergunning te verlenen. Aan deze vergunning zullen voorschriften worden verbonden, die volgens het college toereikend zijn ter voorkoming dan wel voldoende beperking van geluidhinder. Uit de aanvraag en het bijbehorende akoestisch rapport blijkt dat de activiteiten wat de avond- en nachtperiode betreft beperkt zullen blijven tot werkzaamheden in de loods in de avond, 20 vrachtwagenbewegingen in de avond en 15 vrachtwagenbewegingen in de nacht.

De voorzitter is niet gebleken en ook de Dorpsvereniging heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze aangevraagde activiteiten wat de avond- en nachtperiode betreft niet kunnen worden vergund. In zoverre bestaat er concreet zicht op legalisatie op grond waarvan het college in redelijkheid van handhavend optreden kon afzien.

2.6.1. Uit de aanvraag en het bijbehorende akoestisch rapport blijkt niet dat in de avond- en nachtperiode containerwisselingen, door middel van het op- en aflieren, op het buitenterrein van de inrichting, het laden en storten en het gebruik van een sorteerinstallatie en een puinbreekinstallatie zijn aangevraagd. Hieruit volgt dat deze activiteiten in de avond- en nachtperiode die volgens het bestreden besluit, in samenhang met het besluit van 7 november 2007, zijn toegestaan, en waartegen het bezwaar van de Dorpsvereniging zich richt, met de te verlenen vergunning niet zullen worden gelegaliseerd.

Dit betekent dat in zoverre geen zicht op legalisatie bestaat en ook anderszins is niet gebleken van een bijzondere omstandigheid die het zonder vergunning krachtens de Wet milieubeheer verrichten van andere activiteiten dan de werkzaamheden in de loods in de avondperiode en de vrachtwagenbewegingen in de avond- en nachtperiode rechtvaardigt.

2.7. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.8. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. treft de voorlopige voorziening dat het verrichten van werkzaamheden in de loods in de avondperiode, 20 vrachtwagenbewegingen in de avondperiode en 15 vrachtwagenbewegingen in de nachtperiode zonder vergunning krachtens de Wet milieubeheer is toegestaan tot uiterlijk 1 maart 2009, dan wel zoveel eerder als de te verlenen vergunning krachtens de Wet milieubeheer van kracht is geworden, die vergunning wordt geschorst dan wel als gevolg van een uitspraak van de Afdeling geen rechtskracht zal verkrijgen;

II. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Groningen van 2 september 2008, kenmerk 127008, gelezen in samenhang met het besluit van 7 november 2007, voor zover hierbij is toegestaan in de avond- en nachtperiode zonder vergunning krachtens de Wet milieubeheer andere activiteiten dan de hiervoor onder I. genoemde werkzaamheden in de loods in de avondperiode en vrachtwagenbewegingen in de avond- en nachtperiode te verrichten;

III. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Groningen tot vergoeding van bij Dorpsvereniging Midwolde/Pasop in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 45,38 (zegge: vijfenveertig euro en achtendertig cent); het dient door de provincie Groningen aan Dorpsvereniging Midwolde/Pasop onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

IV. gelast dat de provincie Groningen aan Dorpsvereniging Midwolde/Pasop het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 288,00 (zegge: tweehonderdachtentachtig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Plambeck

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2008

159-537.