Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BG1132

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-10-2008
Datum publicatie
22-10-2008
Zaaknummer
200801822/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 januari 2008, kenmerk 2007/0576993, heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Twenterand (hierna: de raad) bij besluit van 26 juni 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Vroomshoop Woongebied".

Wetsverwijzingen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet op de Ruimtelijke Ordening 28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2009, 185 met annotatie van A.G.A. Nijmeijer
JOM 2008/854
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200801822/1.

Datum uitspraak: 22 oktober 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Overijssel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 januari 2008, kenmerk 2007/0576993, heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Twenterand (hierna: de raad) bij besluit van 26 juni 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Vroomshoop Woongebied".

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 maart 2008, beroep ingesteld.

De raad heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 oktober 2008, waar [appellanten], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door drs. G. Rooks, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen. Voorts is ter zitting de raad, vertegenwoordigd door J. van Beesten-Heuver, ambtenaar in dienst van de gemeente, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO), gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient het college rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.2. Het plan voorziet in een actualisering van de bestaande bestemmingsplannen voor de kern Vroomshoop, met uitzondering van het industriegebied en het centrumgebied. Voor een gebied tussen de 3e Blokweg en De Bunte is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de bouw van achttien woningen, waaronder twaalf appartementen, in plaats van de ter plaatse aanwezige acht halfvrijstaande woningen (hierna: wijzigingsbevoegdheid 1).

2.3. [appellanten] betogen dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid 1". Daartoe voeren zij onder meer aan dat in de publicaties met betrekking tot de terinzagelegging van het ontwerpplan van 22 juni 2006 ten onrechte is vermeld dat het plan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen dan wel dat het plan voorziet in ontwikkelingen waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. Daartoe voeren zij aan dat de vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de WRO, die op hetzelfde gebied betrekking heeft als wijzigingsbevoegdheid 1, eerst op 17 juli 2007 is verleend en voorts dat deze de bouw van zes appartementen mogelijk maakt, terwijl wijzigingsbevoegdheid 1 voorziet in de bouw van achttien woningen.

2.3.1. Ingevolge artikel 23, eerste lid, van de WRO, voor zover hier van belang, is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing op de voorbereiding van een bestemmingsplan.

Ingevolge artikel 3:12, eerste lid, van de Awb, geeft het bestuursorgaan, voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp, in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp en kan daarbij worden volstaan met het vermelden van de zakelijke inhoud.

2.3.2. In de publicaties met betrekking tot de terinzagelegging van het ontwerpplan in de Staatscourant en "De Twenterand Courant" van 22 juni 2006 is het volgende vermeld:

"Burgemeester en wethouders van Twenterand maken bekend dat met ingang van vrijdag 23 juni 2006 gedurende zes weken voor een ieder het volgende ontwerp-bestemmingsplan ter inzage ligt:

* Het ontwerp-bestemmingsplan "Vroomshoop Woongebied".

Het ontwerp-bestemmingsplan Vroomshoop Woongebied omvat een algehele herziening van de thans geldende bestemmingsplannen en heeft betrekking op het gehele bestaande dorpsgebied van Vroomshoop, met uitzondering van het industriegebied en het centrumgebied.

Met het ontwerp van het nieuwe bestemmingsplan worden 24 verouderde bestemmingsplannen samengevoegd tot één geactualiseerd bestemmingsplan. Er worden geen nieuwe ingrepen, anders dan al is geregeld in de geldende bestemmingsplannen en ontwikkelingen waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden, mogelijk gemaakt."

2.3.3. Niet in geschil is dat de ontwikkeling die is voorzien met wijzigingsbevoegdheid 1, niet tevens in het voorheen geldende bestemmingsplan was opgenomen.

Voorts had ten tijde van de publicaties met betrekking tot de terinzagelegging van het ontwerpplan op 22 juni 2006, anders dan die publicaties vermelden, nog geen besluitvorming plaatsgevonden over de inrichting van het gebied waarop wijzigingsbevoegdheid 1 ziet. Deze besluitvorming vond eerst plaats door het verlenen van de vrijstelling op 17 juli 2007. Dat het college eerder ten behoeve van die vrijstelling een zogeheten verklaring van geen bezwaar heeft afgegeven, maakt dit niet anders. Daargelaten dat die verklaring niet verplicht tot het verlenen van vrijstelling, is die verklaring eerst op 19 juni 2007 afgegeven, derhalve vóór de vaststelling van het plan doch ook na de publicaties met betrekking tot de terinzagelegging van het ontwerpplan. Ten tijde van deze publicaties bevatte het ontwerpplan derhalve een ontwikkeling waarover nog geen besluitvorming had plaatsgevonden. Bovendien zien de verklaring van geen bezwaar en de vrijstelling op de bouw van zes appartementen, terwijl wijzigingsbevoegdheid 1 voorziet in de bouw van achttien woningen waaronder twaalf appartementen. In de publicaties met betrekking tot de terinzagelegging van het ontwerpplan is derhalve ten onrechte vermeld dat geen nieuwe ingrepen mogelijk worden gemaakt, anders dan al is geregeld in de geldende bestemmingsplannen en ontwikkelingen waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden. Gelet hierop kan niet worden uitgesloten dat anderen dan [appellanten] door de in zoverre onjuiste publicaties geen aanleiding hebben gezien om een zienswijze over het ontwerpplan naar voren te brengen met betrekking tot de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid 1" en daardoor in zoverre in hun belangen zijn geschaad.

De conclusie is dat het plan op dit punt is vastgesteld in strijd met het bepaalde in artikel 3:12, eerste lid, van de Awb. Door het plan niettemin in zoverre goed te keuren, heeft het college gehandeld in strijd met dit artikel in samenhang met artikel 10:27 van de Awb.

Het beroep is gegrond, zodat het bestreden dient te worden vernietigd, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid 1".

Uit het voorgaande volgt dat er rechtens maar één te nemen besluit mogelijk is, zodat de Afdeling aanleiding ziet om goedkeuring te onthouden aan dit plandeel. Gelet hierop behoeft hetgeen [appellanten] voor het overige hebben aangevoerd, geen bespreking meer.

2.4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Overijssel van 29 januari 2008, kenmerk 2007/0576993, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid 1";

III. onthoudt goedkeuring aan de onder II. genoemde aanduiding;

IV. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het besluit van 29 januari 2008;

V. gelast dat de provincie Overijssel aan [appellanten] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.M. van der Heijden, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra w.g. Van der Heijden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2008

516.