Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BG1124

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-10-2008
Datum publicatie
22-10-2008
Zaaknummer
200806406/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 juli 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Scherpenzeel (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het veranderen van een pluimveehouderij op het adres [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 9 juli 2008 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200806406/2.

Datum uitspraak: 15 oktober 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Scherpenzeel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 juli 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Scherpenzeel (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het veranderen van een pluimveehouderij op het adres [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 9 juli 2008 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 augustus 2008, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 september 2008.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 oktober 2008, waar [naam een der verzoekers], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door A. Lowijs en E.W. Hassink, werkzaam bij de gemeente Scherpenzeel, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoekers] betogen dat de aanvraag na terinzagelegging van het ontwerpbesluit is gewijzigd waardoor hun belangen zijn geschaad. Het na de terinzagelegging van het ontwerpbesluit gewijzigde luchtkwaliteitrapport is volgens hen ten onrechte niet opnieuw ter inzage gelegd door het college zodat zij daartegen geen zienswijzen konden inbrengen. Daarnaast voeren zij aan dat de woning Gooswilligen 19 in het geluidonderzoek ten onrechte is aangemerkt als bedrijfswoning en niet bij de beoordeling van de geluidhinder vanwege het in werking zijn van de inrichting is betrokken. [verzoekers] betogen verder dat het college de aanvraag van [vergunninghoudster] om een veranderingsvergunning gelet op de omvang van de aangevraagde verandering buiten behandeling had moeten laten en van de maatschap een aanvraag om een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer had moeten verlangen. Bovendien heeft het college, naar hun mening ten onrechte geen milieueffectrapport geëist, nu [vergunninghoudster] heeft getracht aan deze verplichting te ontkomen door twee weken na de verlening van een revisievergunning een veranderingsvergunning voor een uitbreiding van 44.500 legkippen aan te vragen.

2.3. Het luchtkwaliteitrapport van 11 februari 2008 dat tegelijkertijd met het ontwerpbesluit ter inzage heeft gelegen geeft taakstellende voorwaarden voor de stallen C, D, E, F en G waaraan voldaan moet worden zodat het in werking zijn van de inrichting geen dusdanige gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit dat de vergunning dient te worden geweigerd. [verzoekers] hebben met betrekking tot de taakstellende voorwaarden zienswijzen ingediend, inhoudende dat deze voorwaarden onvoldoende zijn onderbouwd en onduidelijk is op welke wijze zij technisch moeten worden uitgevoerd. Na de terinzagelegging van de aanvraag en het ontwerpbesluit is een gewijzigd luchtkwaliteitrapport opgesteld, dit rapport is op 23 juni 2008 bij het college ingekomen.

2.3.1. Uit het systeem van vergunningverlening, zoals neergelegd in de Wet milieubeheer en de Algemene wet bestuursrecht, vloeit voort dat in beginsel op de aanvraag moet worden beslist zoals die is ingediend en bekendgemaakt. Bij toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht is het na het ter inzage leggen van de aanvraag en het ontwerp van het besluit, behoudens uitzonderingen, niet meer geoorloofd de aanvraag nog te wijzigen. Uitzonderingen zijn alleen toelaatbaar als vast staat dat daardoor geen derden zijn benadeeld.

Het gewijzigde luchtkwaliteitrapport van 23 juni 2008 is niet ter inzage gelegd. In dit rapport zijn taakstellende voorwaarden ten opzichte van de in het luchtkwaliteitrapport van 11 februari 2008 opgenomen voorwaarden gewijzigd. Zo dienen stal D en E bijvoorbeeld niet langer een uitblaasdebiet van minimaal 4 m3/s te hebben, maar te beschikken over flux dakventilatoren ≥ 2,5 Nm3/s en een flux lengteventilator ≥ 4,8 Nm3/s. Nu een aantal taakstellende voorwaarden wezenlijk zijn veranderd, is sprake van een substantiële wijziging. Het staat niet vast dat derden door deze wijziging niet zijn benadeeld. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat het bestreden besluit in strijd met het systeem van vergunningverlening, zoals neergelegd in de Wet milieubeheer en de Algemene wet bestuursrecht, is genomen.

2.4. Uit de tekening die deel uitmaakt van de aan het bestreden besluit ten grondslag liggende aanvraag vloeit voort dat de woning Gooswilligen 19 niet als onderdeel van de inrichting is aangemerkt. Het moet er daarom voor worden gehouden dat deze woning niet tot de inrichting behoort en niet kan gelden als een bedrijfswoning.

De woning Gooswilligen 19 is in de directe nabijheid gelegen van de inrichting. In het geluidonderzoek is de geluidbelasting op deze woning niet onderzocht. Om die reden kan niet worden vastgesteld dat de aan de vergunning verbonden geluidsgrenswaarden die zijn gebaseerd op het geluidrapport, toereikend zijn om geluidhinder ter hoogte van deze woning te voorkomen of in voldoende mate te beperken. De voorzitter is daarom van oordeel dat het bestreden besluit in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht onzorgvuldig is voorbereid.

2.5. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding om de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. De overige gronden die [verzoekers] naar voren hebben gebracht kunnen daarom thans buiten bespreking blijven.

2.6. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. De door [verzoekers] gestelde kosten voor een door een deskundige uitgebracht rapport komen niet voor vergoeding in aanmerking, aangezien zij geen deskundigenrapport hebben overlegd. Nu daarnaast geen stukken zijn overlegd ter onderbouwing van de door [verzoekers] gestelde verletkosten komt het verzoek om vergoeding van deze kosten slechts beperkt voor inwilliging in aanmerking.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Scherpenzeel van 2 juli 2008;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Scherpenzeel tot vergoeding van bij [verzoekers] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 53,32 (zegge: drieënvijftig euro en tweeëndertig cent); het dient door de gemeente Scherpenzeel aan [verzoekers] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

III. gelast dat de gemeente Scherpenzeel aan [verzoekers] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Fransen, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Fransen

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2008

407-578.