Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BE9911

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-08-2008
Datum publicatie
09-09-2008
Zaaknummer
200802230/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet in geschil is dat de verplichting tot het voldoen van het voor het schooljaar 2002-2003 verschuldigde lesgeld op de moeder heeft gerust en dat voor de zoon uit de afwijzing van het verzoek om vermindering van het voor dat jaar schooljaar betaalde lesgeld geen rechten en verplichtingen voortvloeien. De in hoger beroep aangevoerde omstandigheden leveren slechts een afgeleid belang op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Raad van State

200802230/2.

Datum uitspraak: 11 augustus 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/4673 van de rechtbank Arnhem van 24 januari 2008 in het geding tussen:

[appellant]

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 november 2006 heeft de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: de hoofddirectie) een verzoek van [moeder appellant] (hierna: [moeder appellant]) om vermindering van het voor [appellant] (hierna: [appellant]) voor het schooljaar 2002-2003 verschuldigde lesgeld afgewezen.

Bij besluit van 8 februari 2007 heeft de hoofddirectie het daartegen door [moeder appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 24 januari 2008, waarvan het proces-verbaal is verzonden op 6 maart 2008, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen door [appellant] ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het proces-verbaal is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 maart 2008, hoger beroep ingesteld.

De hoofddirectie heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

2. Overwegingen

2.1. In hoger beroep betoogt [appellant] dat de rechtbank, door te overwegen dat niet is gebleken dat zijn belangen rechtstreeks bij het besluit zijn betrokken en hij derhalve geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is, heeft miskend dat het verzoek om teruggave van een deel van het betaalde lesgeld betrekking heeft op een opleiding die hij heeft genoten, dat het lesgeld door [moeder appellant] - zijn moeder - is voldaan en hij een gemeenschappelijke huishouding met haar voert en dat het verzoek betrekking heeft op geld dat voor zijn studie en verzorging is bestemd.

2.1.1. Niet in geschil is dat de verplichting tot het voldoen van het voor het schooljaar 2002-2003 verschuldigde lesgeld op [moeder appellant] heeft gerust en dat voor [appellant] uit de afwijzing van het verzoek om vermindering van het voor dat schooljaar betaalde lesgeld geen rechten of verplichtingen voortvloeien. De in hoger beroep aangevoerde omstandigheden leveren voor [appellant] slechts een afgeleid belang op. Dat betekent dat de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Het betoog faalt.

2.2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Hazen

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2008

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht).

- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.

- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.

- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.

452.

Verzonden: 11 augustus 2008

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

voor deze,

mr. H.H.C. Visser,

directeur Bestuursrechtspraak