Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BE8876

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-08-2008
Datum publicatie
20-08-2008
Zaaknummer
200707727/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 september 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nederweert (hierna: het college) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Neulen B.V. een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een varkenshouderij aan de Neulensteeg 2 te Ospel. Dit besluit is op 28 september 2007 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200707727/1.

Datum uitspraak: 20 augustus 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats], gemeente Nederweert,

en

het college van burgemeester en wethouders van Nederweert,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 september 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nederweert (hierna: het college) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Neulen B.V. een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een varkenshouderij aan de Neulensteeg 2 te Ospel. Dit besluit is op 28 september 2007 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 november 2007, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 juli 2008, waar [appellanten], bijgestaan door [gemachtigde], en het college vertegenwoordigd door S.G.T. Jacobs, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Neulen B.V., vertegenwoordigd door J. van Groningen, advocaat te Middelharnis, [partijen], als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. [appellanten] voeren aan dat de zogenoemde afvalmengcapaciteit onvoldoende uit de aanvraag blijkt, zodat niet kan worden vastgesteld of de provincie als bevoegd gezag voor de onderhavige inrichting dient te worden aangemerkt.

2.1.1. Ingevolge categorie 28.4, aanhef en sub c, onder 1, van het Inrichtingen en vergunningenbesluit milieubeheer, voor zover hier van belang, zijn gedeputeerde staten het bevoegd gezag ten aanzien van inrichtingen, behorende tot deze categorie, voor zover het betreft inrichtingen voor het ontwateren, microbiologisch of anderszins biologisch of chemisch omzetten, agglomereren, deglomereren, mechanisch, fysisch of chemisch scheiden, mengen, verdichten of thermisch behandelen - anders dan verbranden - van buiten de inrichting afkomstige huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 15.000 ton per jaar of meer.

2.1.2. De Afdeling overweegt dat uit de aanvraag blijkt dat jaarlijks 11.861 ton bijproducten, die als afvalstoffen kunnen worden aangemerkt in de inrichting worden verwerkt zodat de drempelwaarde van categorie 28.4, aanhef en sub c, onder 1, van het Inrichtingen en vergunningenbesluit milieubeheer niet wordt overschreden en het college van burgemeester en wethouders van Nederweert als bevoegd gezag in deze dient te worden aangemerkt. Deze beroepsgrond treft derhalve geen doel.

2.2. [appellanten] voeren aan dat nadat de ontwerpbeschikking ter inzage is gelegd in strijd met het recht een belangrijke wijziging van de aanvraag heeft plaatsgevonden. Waar in eerste instantie in een kanalenstal was voorzien wordt nu een traditionele stal gerealiseerd met toevoeging van een luchtwasser. Volgens [appellanten] heeft dit aanzienlijke gevolgen voor de beoordeling van de milieugevolgen. Zij wijzen in dit verband met name op de akoestische beoordeling van de ventilatie en op het dimensioneringsplan ten behoeve van het functioneren van de luchtwassers.

2.2.1. Het college stelt dat het veranderen van het stalsysteem van de stallen 5 en 6 van een systeem met mest-en/of waterkanaal naar een huisvestingssysteem met chemische luchtwasser en de verplaatsing van het ventilatiepunt daarvan slechts geringe gevolgen voor het milieu heeft. Het voert aan dat er weliswaar sprake is van een verslechtering van de geluidsituatie maar dat de geluidbelasting ook met de wijziging voldoet aan de normen uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Ook de toename van het spuiwater en het toegenomen energieverbruik valt binnen de daarvoor geldende normen. Daarom kan volgens het college niet gesteld worden dat derden door de wijzigingen worden benadeeld.

2.2.2. Vast staat dat de aanpassing heeft plaatsgevonden nadat het ontwerp van het besluit ter inzage heeft gelegen. De Afdeling stelt voorop dat uit het systeem van vergunningverlening, zoals neergelegd in de Wet milieubeheer en de Algemene wet bestuursrecht, voortvloeit dat in beginsel op de aanvraag moet worden beslist zoals die is ingediend en bekendgemaakt. Bij toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht is het na het ter inzage leggen van de aanvraag en het ontwerp van het besluit, behoudens uitzonderingen, niet meer geoorloofd de aanvraag nog te wijzigen en aan te vullen. Uitzonderingen zijn alleen toelaatbaar als vast staat dat daardoor geen derden zijn benadeeld..

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het gaat om een ingrijpende wijziging van de oorspronkelijke aanvraag die op een aantal punten leidt tot een hogere belasting van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau. Dat de hogere geluidbelasting mogelijk binnen de hiertoe gestelde normen toegestaan kan zijn doet er niet aan af dat derden door die wijzigingen kunnen zijn benadeeld. Evenmin staat onomstotelijk vast dat derden niet op andere wijze door de wijzigingen worden benadeeld. Het bestreden besluit komt reeds hierom voor vernietiging in aanmerking. De overige beroepsgronden behoeven geen verdere bespreking.

2.3. Het beroep van is gegrond. Het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking.

2.4. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van 18 september 2007;

III. veroordeelt het college tot vergoeding van bij [appellanten] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 683,98 (zegge: zeshonderddrieëntachtig euro en achtennegentig cent), waarvan € 644,00, is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Nederweert aan [appellanten] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

IV. gelast dat de gemeente Nederweert aan [appellanten] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 285,00 (zegge: tweehonderdvijfentachtig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, voorzitter, en mr. M.W.L. Simons-Vinckx en mr. G.N. Roes, leden, in tegenwoordigheid van drs. G.K. Klap, ambtenaar van Staat.

w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Klap

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2008

315.