Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BE8848

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-08-2008
Datum publicatie
20-08-2008
Zaaknummer
200706688/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 juli 2007, kenmerk 2007REG001731i, heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht (hierna: het college) opnieuw besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Utrecht (hierna: de raad) bij besluit van 9 december 2004 vastgestelde bestemmingsplan "Hoek Overste den Oudenlaan".

Wetsverwijzingen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet op de Ruimtelijke Ordening 11
Wet op de Ruimtelijke Ordening 12
Wet op de Ruimtelijke Ordening 28
Besluit op de ruimtelijke ordening 1985
Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2008/353
JOM 2008/690
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200706688/1.

Datum uitspraak: 20 augustus 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de stichting Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland, gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

appellante,

en

het college van gedeputeerde staten van Utrecht,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 juli 2007, kenmerk 2007REG001731i, heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht (hierna: het college) opnieuw besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Utrecht (hierna: de raad) bij besluit van 9 december 2004 vastgestelde bestemmingsplan "Hoek Overste den Oudenlaan".

Tegen dit besluit heeft Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland (hierna: Holland Casino) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 september 2007, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van op 30 oktober 2007.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, hebben Stichting Stedenbouwkundig Herstel Stationsgebied Utrecht (hierna: SSHSU) en Bewoners Overleg City Project (hierna: BOCP) gezamenlijk een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 juli 2008, waar SSHSU en BOCP, beide vertegenwoordigd door drs. C. van Oosten, als belanghebbenden zijn gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO), gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient het rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.2. Het plan voorziet in de voorlopige bestemming "Casino" voor het perceel gelegen op de hoek van de Overste Den Oudenlaan en de Admiraal Helfrichlaan in Utrecht, waarop zich thans een vestiging van Holland Casino bevindt. Deze bestaande vestiging van Holland Casino zal in de toekomst verplaatst worden naar het Stationsgebied. Na verloop van vijf jaar nadat het plan onherroepelijk is geworden, is het perceel bestemd voor "Jaarbeursdoeleinden".

2.3. De Afdeling heeft het eerdere besluit inzake goedkeuring van het voorliggende plan van het college van 28 juni 2005 vernietigd wegens een motiveringsgebrek (uitspraak van 5 juli 2006 in zaak nr. 200507743/1). Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom de met de bestemming "Jaarbeursdoeleinden" toegestane activiteiten niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn. Tevens was onvoldoende gemotiveerd dat de in het Besluit luchtkwaliteit 2005 (hierna: Blk 2005) gestelde grenswaarden niet worden overschreden.

2.4. Het college heeft aan het plan goedkeuring onthouden. Volgens het college is ten onrechte geen onderzoek verricht naar de verwachte bezoekersaantallen die de definitieve bestemming "Jaarbeursdoeleinden" mogelijk maakt. Mede als gevolg hiervan heeft het gemeentebestuur onvoldoende gemotiveerd waarom deze bestemming niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig is. Ingevolge artikel 17 van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (hierna: Bro) dient als gevolg hiervan aan de voorlopige bestemming "Casino" eveneens goedkeuring te worden onthouden, aldus het college.

2.5. Holland Casino betoogt dat de vernietiging van het eerdere goedkeuringsbesluit onverlet laat dat het college in het bestreden besluit met een betere motivering het plan had kunnen goedkeuren. Hierbij wijst zij erop dat de Afdeling niet zelf heeft voorzien door goedkeuring te onthouden aan het plan en dat in het bestreden besluit ten onrechte niet een recent uitgevoerd onderzoek naar de luchtkwaliteit is betrokken dat aantoont dat voldaan wordt aan het Blk 2005. Voorts voert Holland Casino aan dat het college heeft verzuimd aan te geven welke activiteiten, behorend tot de definitieve bestemming "Jaarbeursdoeleinden", leiden tot een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Verder bestrijdt Holland Casino dat als gevolg van het feit dat het college goedkeuring heeft onthouden aan de definitieve bestemming, eveneens aan de voorlopige bestemming "Casino" goedkeuring moet worden onthouden.

2.6. Voor zover Holland Casino betoogt dat het college met een deugdelijke motivering goedkeuring had moeten verlenen aan het plan, overweegt de Afdeling als volgt.

Het gegeven dat de Afdeling in eerdergenoemde uitspraak niet door zelf te voorzien goedkeuring heeft onthouden aan het plan, leidt niet zonder meer tot de conclusie dat het college is gehouden om met een andere motivering goedkeuring te verlenen aan het plan. De vernietiging van het eerdere goedkeuringsbesluit omdat dit een voldoende draagkrachtige motivering in de zin van artikel 3:46 van de Awb ontbeert, hoeft niet tot een inhoudelijk gelijkluidend besluit te leiden. De vernietiging van het bestreden besluit door de Afdeling wegens een motiveringsgebrek behelst immers geen oordeel over de inhoud van het nieuw te nemen besluit doch uitsluitend over de deugdelijkheid van de motivering van het vernietigde besluit.

2.7. De omstandigheid dat het college niet heeft vermeld wat de m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten zijn met betrekking tot de bestemming "Jaarbeursdoeleinden", hangt samen met het bepaalde in artikel 6 gelezen in samenhang met artikel 2 van de planvoorschriften, waar de bestemming "Jaarbeursdoeleinden" slechts summier is omschreven. Ingevolge artikel 6, onder A, sub 1, van de planvoorschriften zijn de gronden op de plankaart aangeduid met de bestemming "Jaarbeursdoeleinden" mede bestemd voor jaarbeursgebouwen en wordt ingevolge artikel 2 van de planvoorschriften onder 'jaarbeursgebouwen' het bedrijfsmatig exploiteren van bedrijfshallen ten behoeve van veilingen, handelsbemiddeling, vakbeurzen en trademarkt verstaan.

Het college heeft zich met recht op het standpunt gesteld dat het niet op zijn weg ligt om te bepalen wat onder de bestemming "Jaarbeursdoeleinden" moet worden begrepen, maar dat op de raad de taak rust om na te gaan welke activiteiten onder de doeleindenomschrijving behorende bij die bestemming mogelijk zijn en hoeveel bezoekers bij volledige benutting van de toegestane mogelijkheden maximaal kunnen worden verwacht. Het college stelt zich daarbij terecht op het standpunt dat de planvoorschriften met betrekking tot de definitieve bestemming "Jaarbeursdoeleinden" onvoldoende zekerheid bieden over het maximale aantal te verwachten bezoekers.

2.8. Holland Casino voert aan dat het college ten onrechte het rapport "Berekening luchtkwaliteit Holland Casino Utrecht" van 30 maart 2006 van Syncera B.V. niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd.

De vraag of het onderzoek naar de luchtkwaliteit aantoont dat het plan voldoet aan het Blk 2005 en of dit onderzoek al dan niet terecht niet ter motivering aan het bestreden besluit ten grondslag is gelegd, kan in het midden blijven nu het college reeds op andere gronden tot onthouding van goedkeuring heeft kunnen besluiten.

Onverminderd het hiervoor overwogene miskent Holland Casino met haar betoog dat eerdergenoemd onderzoek slechts betrekking heeft op de voorlopige bestemming "Casino" en derhalve door het college niet kon worden gebruikt voor zover het de definitieve bestemming "Jaarbeursdoeleinden" betreft. De Afdeling kan Holland Casino dan ook niet volgen in haar betoog dat het eerdergenoemde luchtkwaliteitsonderzoek kan dienen als deugdelijke motivering voor de goedkeuring van het plan waarin beide bestemmingen zijn opgenomen.

2.9. Ingevolge artikel 12 van de WRO in samenhang gelezen met artikel 17 van het Bro is het toekennen van een voorlopige bestemming in een bestemmingsplan uitsluitend mogelijk in combinatie met een definitieve bestemming die al dan niet met toepassing van artikel 11 van de WRO nader wordt uitgewerkt. Het betoog van Holland Casino miskent dat de voorlopige bestemming "Casino" niet zelfstandig kan worden goedgekeurd, maar uitsluitend in samenhang met de definitieve bestemming "Jaarbeursdoeleinden" voor goedkeuring in aanmerking komt. Een voorlopige bestemming is naar haar aard slechts tijdelijk en komt na afloop van de termijn ingevolge artikel 12, eerste lid, van de WRO te vervallen. Derhalve mag niet zonder definitieve bestemming tot goedkeuring van een voorlopige bestemming worden besloten. Het college heeft dan ook terecht goedkeuring onthouden aan de voorlopige bestemming "Casino" omdat aan de definitieve bestemming "Jaarbeursdoeleinden" geen goedkeuring is verleend.

2.10. De conclusie is dat hetgeen Holland Casino heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Het beroep is ongegrond.

2.11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. M.W.L. Simons-Vinckx en mr. M.A.A. Mondt-Schouten, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Broekman

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2008

12-571.