Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BE8805

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-08-2008
Datum publicatie
20-08-2008
Zaaknummer
200802489/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 februari 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) opnieuw besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westervoort bij besluit van 4 juli 2006 vastgestelde wijzigingsplan "2e wijzigingsvoorschrift van het bestemmingsplan Hondsbroeksche Pleij en Schans".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200802489/2.

Datum uitspraak: 11 augustus 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker] en anderen, wonend te [woonplaats],

verzoekers,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 februari 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) opnieuw besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westervoort bij besluit van 4 juli 2006 vastgestelde wijzigingsplan "2e wijzigingsvoorschrift van het bestemmingsplan Hondsbroeksche Pleij en Schans".

Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen (hierna: [verzoekers]) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2008, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 juni 2008, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 juli 2008, waar [verzoekers], in de personen van [verzoeker] en [gemachtigde], en het college van gedeputeerde staten van Gelderland, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Evers, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting gehoord de Landinrichtingscommissie voor de herinrichting "Duiven-Westervoort", vertegenwoordigd door D. Robbertsen, ambtenaar van de Dienst Landelijk Gebied.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het wijzigingsplan voorziet in de aanleg van een fiets-/voetpad (hierna: het pad) met aan weerszijden groenvoorzieningen. Het pad inclusief de groenvoorzieningen (hierna: de strook) heeft een breedte van ongeveer 10 meter en ligt naast een watergang, die de oude defensiegracht van het Fort Geldersoorth volgt. Blijkens de plankaart is het pad met een breedte van 2,5 meter overal precies in het midden van de strook geprojecteerd.

2.3. [verzoekers] hebben bezwaar tegen de situering van het pad binnen de strook. Volgens hen moet het pad op enkele plaatsen worden opgeschoven en is door het college onvoldoende gemotiveerd dat de in het plan voorziene situering het beste alternatief is. Het plan houdt een onaanvaardbare aantasting in van natuur- en landschapswaarden. [verzoekers] beogen met hun verzoek onomkeerbare gevolgen van het plan te voorkomen.

2.4. Gebleken is dat wordt beoogd zo spoedig mogelijk een aanvang te maken met de aanleg van het pad. Gelet hierop acht de Voorzitter een spoedeisend belang bij het verzoek aanwezig, zodat in het navolgende zal worden onderzocht of er aanleiding bestaat tot het treffen van een voorlopige voorziening.

2.5. Het bestreden besluit betreft een hernieuwd besluit omtrent de goedkeuring na een eerdere vernietiging van de goedkeuring bij uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2007 (zaaknr. <a target="_blank" href="http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?zoeken_veld=200607731/1&verdict_id=16981&utm_id=1&utm_source=Zoeken_in_uitspraken&utm_campaign=uitspraken&utm_medium=internet&utm_content=200607731/1&utm_term=200607731/1">200607731/1</a>). In die uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat niet inzichtelijk is gemaakt, noch ter zitting verduidelijkt of, en zo ja, op welke wijze bij de keuze voor de precieze situering van het pad binnen de strook met de landschappelijke en natuurwaarden rekening is gehouden. De Afdeling was er niet van overtuigd dat de door het college genoemde argumenten nopen tot de gekozen situering, terwijl door appellanten aannemelijk was gemaakt dat er wel belangen zijn die wellicht worden geschaad.

2.6. Het bestreden besluit strekt wederom tot goedkeuring van het wijzigingsplan. Volgens het college verdient het vanuit een oogpunt van fietsveiligheid de voorkeur het pad in het midden van de strook te leggen, zodat aan beide zijden een berm van gelijke breedte resteert die bovendien eventueel kan worden beplant. De situering van het pad in het midden van de strook noopt volgens het college voorts slechts op een enkele plaats tot egalisatie, waarbij geen sprake is van ernstige aantasting van de aanwezige natuur- en landschappelijke waarden.

2.7. Mede gelet op de aan het bestreden besluit ten grondslag liggende stukken acht de voorzitter door [verzoekers] voorshands niet aannemelijk gemaakt dat de beperkt benodigde egalisatie ten behoeve van de aanleg van het pad zal leiden tot een ernstige aantasting van natuur- of landschappelijke waarden. Ook anderszins is niet gebleken van aantasting. Het college heeft voorts inzichtelijk gemaakt dat er belangen zijn die met de gekozen situering van het pad worden gediend. Gelet op de in het bestreden besluit vermelde motivering en de stukken ziet de voorzitter geen aanleiding voor de verwachting dat de Afdeling in de bodemprocedure tot het oordeel zal komen dat de goedkeuring van het plan niet in stand zal kunnen blijven.

2.8. Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.T.Y.M. Moe Soe Let, ambtenaar van Staat.

w.g. Oosting w.g. Moe Soe Let

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2008

481.