Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD9960

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-08-2008
Datum publicatie
13-08-2008
Zaaknummer
200707789/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij brief van 22 december 2005 heeft het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland (hierna: het dagelijks bestuur) aan de gemeente Velsen medegedeeld dat het haar de vanaf 1996 verschuldigde schadeloosstellingen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, in rekening zal brengen en over de hoogte van de schadeloosstellingen overleg wenst met de gemeente en daarover een afzonderlijke beslissing zal nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2008, 1702
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200707789/1.

Datum uitspraak: 13 augustus 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de gemeente Velsen,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 27 september 2007 in zaak nr. 06/2439 in het geding tussen:

appellante

en

het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland.

1. Procesverloop

Bij brief van 22 december 2005 heeft het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland (hierna: het dagelijks bestuur) aan de gemeente Velsen medegedeeld dat het haar de vanaf 1996 verschuldigde schadeloosstellingen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, in rekening zal brengen en over de hoogte van de schadeloosstellingen overleg wenst met de gemeente en daarover een afzonderlijke beslissing zal nemen.

Bij besluit van 8 mei 2006 heeft het dagelijks bestuur het door het college van burgemeester en wethouders van Velsen (hierna: het college) daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 september 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het door het college daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 november 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 20 december 2007.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 juli 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. W.J.R.M. Welschen, advocaat te Haarlem, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door

mr. J.H.M. van Swaaij, advocaat te Nijmegen, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 39, vierde lid, van de Gemeenschappelijke Regeling Zorgverzekering Ambtenaren Nederland (hierna: de Regeling), voor zover thans van belang, kan het algemeen bestuur bij uittreding een schadeloosstelling vaststellen, bestaande uit een bedrag ter dekking van de kosten van degenen die op het moment van uittreding deelnemers in het instituut blijven, onder aftrek van een bedrag dat als bijdrage, als bedoeld in artikel 11 kan worden aangemerkt. Het algemeen bestuur stelt daarbij vast de datum waarop het bedrag verschuldigd wordt.

Ingevolge het vijfde lid wordt de feitelijke hoogte van de in het vierde lid bedoelde schadeloosstelling in overleg tussen het algemeen bestuur en het desbetreffende bestuur vastgesteld.

Ingevolge het zevende lid is het bepaalde in het vijfde lid voorts van toepassing in geval van een ingrijpende verandering binnen een lichaam of rechtspersoon welke tot gevolg heeft dat een deel van het personeel dan wel nieuw aan te stellen personeel bij een andere instelling verzekerd wordt.

2.2. De Afdeling overweegt ambtshalve als volgt.

2.3. Met de brief van 22 december 2005, zoals nader toegelicht ter zitting, heeft het dagelijks bestuur beoogd krachtens de Regeling de verschuldigdheid van de gemeente Velsen van schadeloosstellingen aan het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland vanwege de privatisering van het gemeentelijke woningbedrijf vast te stellen. Het heeft aldus beoogd enig publiekrechtelijk rechtsgevolg in het leven te roepen, zodat deze brief een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) inhoudt.

De Regeling voorziet evenwel niet in een bevoegdheid van het algemeen bestuur zodanige verschuldigdheid vast te stellen. Het dagelijks bestuur beschikte daarom evenmin over die bevoegdheid. Het besluit van 22 december 2005 is onbevoegd is genomen. Het hoger beroep is gegrond en de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het bij de rechtbank ingestelde beroep alsnog gegrond verklaren, het besluit van 8 mei 2006 wegens strijd met artikel 7:11, tweede lid, van de Awb vernietigen en het besluit van 22 december 2005 herroepen.

2.4. Het dagelijks bestuur dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden verwezen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 27 september 2007 in zaak nr. 06/2439;

III. verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het dagelijks bestuur van het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland van 8 mei 2006, kenmerk 06.072B;

V. herroept diens besluit van 22 december 2005, kenmerk D/05.4125/bb;

VI. veroordeelt het dagelijks bestuur van het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland tot vergoeding van bij de gemeente Velsen in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.288,00 (zegge: twaalfhonderdachtentachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland aan de gemeente Velsen onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

VII. gelast dat het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland aan de gemeente Velsen het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 709,00 (zegge: zevenhonderdnegen euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. C.W. Mouton en mr. C.H.M. van Altena, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Rop, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Rop

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2008

417.