Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD9948

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-08-2008
Datum publicatie
13-08-2008
Zaaknummer
200804870/1 en 200804870/2 en 200804871/1 en 200804871/2
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 september 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het wijzigen van garageboxen gelegen aan de [locatie] (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200804870/1 en 200804870/2 en 200804871/1 en 200804871/2.

Datum uitspraak: 7 augustus 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Heerlen,

appellant,

tegen de uitspraken in zaken nrs. 08/102 en 08/106 van de rechtbank Maastricht van 27 mei 2008 in de gedingen tussen:

1. [wederpartij sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [wederpartij sub 2], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Heerlen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 september 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het wijzigen van garageboxen gelegen aan de [locatie] (hierna: het perceel).

Bij besluiten van 12 december 2007 heeft het college de door [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] daartegen gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraken van 27 mei 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Maastricht (hierna: de rechtbank) de door [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] daartegen ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten van 12 december 2007 vernietigd en het college opgedragen om met inachtneming van die uitspraken nieuwe besluiten te nemen. Deze uitspraken zijn aangehecht.

Tegen deze uitspraken heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 juni 2008, hoger beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft het college de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[wederpartij sub 2] heeft een verweerschrift ingediend.

[vergunninghouder] heeft nadere uiteenzetting ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 juli 2008, waar het college, vertegenwoordigd door M.A.M.A. Huppertz, ambtenaar in dienst van de gemeente, [wederpartij sub 1], vertegenwoordigd door mr. A. Vinkenborg, en [vergunninghouder], zijn verschenen. [wederpartij sub 2] is met bericht niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.2. Het college betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het de door [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] tegen het besluit van 20 september 2007 gemaakte bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daartoe voert het aan dat het vervallen van de scheidingswanden niet is vergund, en zo dat het geval is, daarmee een interne wijziging wordt aangebracht waarop [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] geen zicht hebben, zodat zij niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt.

2.3. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.4. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Vrieheide-De Stack" (hierna: het bestemmingsplan) rust op het perceel de bestemming "Verkeersverzorging Klasse VAB (autoboxen)".

Ingevolge artikel 10 van de planvoorschriften, voor zover thans van belang, mogen op gronden met die bestemming uitsluitend binnen het bebouwingsoppervlak autoboxen met een maximale breedte van 4 m worden gebouwd, tot een hoogte van maximaal 3,50 m.

2.5. Bij besluit van 17 februari 2000 heeft het college aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het bouwen van 33 garageboxen op het perceel. Deze bouwvergunning is in rechte onaantastbaar geworden na de uitspraak van de Afdeling van 11 december 2002 in zaak nr. <a target="_blank" href="http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?zoeken_veld=200201707/1&verdict_id=2503&utm_id=1&utm_source=Zoeken_in_uitspraken&utm_campaign=uitspraken&utm_medium=internet&utm_content=200201707/1&utm_term=200201707/1">200201707/1</a>.

2.6. Op het aanvraagformulier voor de thans aan de orde zijnde bouwvergunning is aangegeven dat dit bouwplan ziet op het veranderen van de toegangsdeur en kantelpoort. In de toelichting daarop is vermeld: "beide zorgen voor een gevelwijziging en indeling van hoekgarage waarin geen scheidingswanden zijn aangebracht; zie bijlage". Op de tekening die bij deze aanvraag hoort, zijn, anders dan op de tekeningen die bij de op 17 februari 2000 verleende bouwvergunning zijn overgelegd, geen scheidingswanden bij de hoekgarages ingetekend.

Anders dan het college betoogt, moet er op grond van het vorenstaande vanuit worden gegaan, dat met de thans in geding zijnde bouwvergunning tevens het vervallen van de scheidingswanden in de hoekgarages is vergund.

Aldus is bouwvergunning verleend voor een bouwplan dat afwijkt van hetgeen op grond van het bestemmingsplan is toegestaan, nu de hoekgarages volgens het thans aan de orde zijnde bouwplan de in artikel 10 van de planvoorschriften toegestane maximale breedte van 4 m overschrijden.

2.7. Niet in geschil is dat [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2], vanwege de situering van hun woningen, zonder meer belanghebbenden zijn voor wat betreft het gebruik van de garages. Aannemelijk is geworden dat het vervallen van de scheidingswanden, nu dit het vloeroppervlak van de garages aanzienlijk vergroot, van belang kan worden geacht voor het gebruik van de garages. Gelet hierop is het, mede in de context van het mogelijkerwijs beoogde of te verwachten gebruik van de garages, niet op voorhand onaannemelijk dat het bouwplan invloed heeft op de woon- en leefomgeving van [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2]. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat het college [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] ten onrechte niet als belanghebbenden heeft aangemerkt.

2.8. Voor zover de rechtbank overigens heeft overwogen dat het college [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] voor wat betreft enkele aspecten van de bouwvergunning terecht niet als belanghebbenden heeft aangemerkt, acht de Afdeling dit oordeel onjuist, nu [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] als belanghebbenden bij het besluit omtrent de bouwvergunning moeten worden aangemerkt. Aangezien evenwel geen sprake is van dragende overwegingen, bestaat geen aanleiding voor vernietiging van de aangevallen uitspraken.

2.9. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraken dienen te worden bevestigd.

2.10. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.11. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraken;

II. wijst het verzoek af;

III. veroordeelt het college tot vergoeding van bij [wederpartij sub 1] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro) geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Heerlen aan [wederpartij sub 1] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

IV. bepaalt dat van de gemeente Heerlen een griffierecht van € 866,00 (zegge: achthonderdzesenzestig euro) wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Wijers

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2008

444