Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD9924

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-08-2008
Datum publicatie
13-08-2008
Zaaknummer
200804969/1 en 200804969/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 oktober 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen (hierna: het college) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Groen Beheer Grafhorst B.V. (hierna: Groen Beheer) op straffe van een dwangsom gelast om voor 1 mei 2007 de bestrating van het terrein, gelegen tussen de percelen Grafhorsterweg 22 en 24 te Grafhorst, te verwijderen, het gebruik van het terrein als stallingsplaats voor materieel en opslag van materiaal ten behoeve van het bedrijf in groenbeheer te staken, het omheinend hekwerk te verwijderen en het terrein niet dan overeenkomstig de voorschriften, behorende bij de ingevolge het bestemmingsplan "Grafhorst" op het terrein rustende bestemming "agrarische doeleinden", te gebruiken of te laten gebruiken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200804969/1 en 200804969/2.

Datum uitspraak: 5 augustus 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Groen Beheer Grafhorst B.V., gevestigd te Grafhorst, gemeente Kampen,

appellante,

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/2143 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 25 juni 2008 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Kampen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 oktober 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen (hierna: het college) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Groen Beheer Grafhorst B.V. (hierna: Groen Beheer) op straffe van een dwangsom gelast om voor 1 mei 2007 de bestrating van het terrein, gelegen tussen de percelen Grafhorsterweg 22 en 24 te Grafhorst, te verwijderen, het gebruik van het terrein als stallingsplaats voor materieel en opslag van materiaal ten behoeve van het bedrijf in groenbeheer te staken, het omheinend hekwerk te verwijderen en het terrein niet dan overeenkomstig de voorschriften, behorende bij de ingevolge het bestemmingsplan "Grafhorst" op het terrein rustende bestemming "agrarische doeleinden", te gebruiken of te laten gebruiken.

Bij besluit van 26 oktober 2007 heeft het college het door Groen Beheer daartegen gemaakte bezwaar, onder aanpassing van de begunstigingstermijn, ongegrond verklaard.

Bij besluit van 23 januari 2008 heeft het college de begunstigingstermijn verlengd tot 1 juli 2008.

Bij uitspraak van 25 juni 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de rechtbank) het door Groen Beheer tegen de besluiten van 26 oktober 2007 en 23 januari 2008 ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Groen Beheer bij brief van 30 juni 2008 hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 15 juli 2008. Voorts heeft Groen Beheer de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 31 juli 2008, waar Groen Beheer, vertegenwoordigd door mr. M.S. van den Berg, advocaat te Apeldoorn, en het college, vertegenwoordigd door mr. S. Kroes-Bergman, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.2. Anders dan Groen Beheer betoogt, heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat deze aan het besluit van 23 januari 2008 niet het gerechtvaardigde vertrouwen kon ontlenen dat het gebruik van het terrein mocht worden voortgezet, zolang de onderhandelingen over de verplaatsing van de onderneming voortduurden. Van een toezegging van die strekking door het college is niet gebleken.

Voor zover Groen Beheer betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college bij de bepaling van de begunstigingstermijn ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat te verwachten is dat de verplaatsing van de onderneming per 1 maart 2010 kan worden gerealiseerd, faalt dat, reeds omdat gesteld noch gebleken is dat ten tijde van het nemen van het besluit op bezwaar concreet zicht op zodanige verplaatsing bestond.

2.3. De overige beroepsgronden, die betrekking hebben op de wijze, waarop aan de last dient te worden voldaan, worden, anders dan Groen Beheer ter zitting heeft gesteld, voor het eerst in hoger beroep door haar naar voren gebracht. In beroep heeft zij slechts betwist dat het gebruik dat zij van het terrein maakt in strijd is met de daarop rustende agrarische bestemming. Aangezien het hoger beroep is gericht tegen de aangevallen uitspraak en gesteld noch gebleken is dat Groen Beheer deze beroepsgronden niet reeds bij de rechtbank had kunnen aanvoeren, kunnen zij niet leiden tot het ermee beoogde doel.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Gelet hierop, bestaat aanleiding het verzoek af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Van Roessel

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2008

457.