Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD7316

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-07-2008
Datum publicatie
16-07-2008
Zaaknummer
200803465/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 april 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hengelo (Ov.) (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een veehouderij aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 2 april 2008 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200803465/2.

Datum uitspraak: 9 juli 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de vereniging Vereniging tot Behoud van Landelijk Oele en de stichting Stichting Ruimtelijke Ordening en Milieu, beiden gevestigd te Hengelo (Ov.),

verzoeksters,

en

het college van burgemeester en wethouders van Hengelo (Ov.),

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 april 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hengelo (Ov.) (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een veehouderij aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 2 april 2008 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben de vereniging Vereniging tot Behoud van Landelijk Oele en de stichting Stichting Ruimtelijke Ordening en Milieu (hierna: de vereniging en de stichting) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 mei 2008, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 juni 2008.

Bij eerstgenoemde brief hebben de vereniging en de stichting de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 juli 2008, waar de vereniging en de stichting, vertegenwoordigd door ing. M.H. Middelkamp, en het college, vertegenwoordigd door drs. P. Drent en ing. F. Schothuis, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. De bij het bestreden besluit verleende revisievergunning heeft betrekking op een veehouderij. Ten behoeve van deze activiteit wordt op het terrein van de inrichting een nieuw te bouwen stal geplaatst. Ter zitting heeft het college onweersproken gesteld dat voor deze verandering van de inrichting een bouwvergunning is vereist.

2.3. In artikel 20.8 van de Wet milieubeheer is, voor zover hier van belang, bepaald dat een besluit als hier aan de orde - waarin de vergunning betrekking heeft op het veranderen van een inrichting, welke verandering tevens is aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet - niet eerder in werking treedt dan nadat de betrokken bouwvergunning is verleend.

2.4. Vast staat dat de vereiste bouwvergunning nog niet is aangevraagd. Ter zitting is gebleken dat geen duidelijkheid bestaat over het tijdstip waarop de aanvraag zal worden ingediend. Nu het bestreden besluit ingevolge artikel 20.8 van de Wet milieubeheer eerst in werking treedt nadat de bouwvergunning is verleend, is met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid.

2.5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Van der Zijpp

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2008

262-492.