Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD7312

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-07-2008
Datum publicatie
16-07-2008
Zaaknummer
200804756/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Op 11 mei 2007 heeft de korpschef van het regionaal politiekorps Brabant Zuid-Oost (hierna: de korpschef) naar aanleiding van het verzoek van [wederpartij] om afschriften van alle in 2006 verleende en geweigerde verloven tot het voorhanden hebben van een vuurwapen, besloten een overzicht te verstrekken van deze verloven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200804756/2.

Datum uitspraak: 9 juli 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de

Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de korpschef van het regionaal politiekorps Brabant Zuid-Oost,

verzoeker,

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/2201 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 25 april 2008 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

de korpschef van het regionaal politiekorps Brabant Zuid-Oost.

1. Procesverloop

Op 11 mei 2007 heeft de korpschef van het regionaal politiekorps Brabant Zuid-Oost (hierna: de korpschef) naar aanleiding van het verzoek van [wederpartij] om afschriften van alle in 2006 verleende en geweigerde verloven tot het voorhanden hebben van een vuurwapen, besloten een overzicht te verstrekken van deze verloven.

Bij besluit van 25 juni 2007 heeft de korpschef het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 april 2008, verzonden op 13 mei 2008, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 25 juni 2007 vernietigd en bepaald dat de korpschef een nieuw besluit neemt met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft de korpschef bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 juni 2008, hoger beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft de korpschef de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Overwegingen

2.1. De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.

2.2. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.3. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de korpschef in afwachting van de uitspraak op het ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan de aangevallen uitspraak, voor zover deze inhoudt dat opnieuw op het bezwaar van [wederpartij] wordt beslist. Het verzoek is naar zijn strekking gelijk aan de verzoeken van de korpsbeheerders van Fryslân en Drenthe die bij uitspraken van 6 maart 2008 in de zaken nrs. 200800614/2 en 200800706/2 zijn toegewezen. Daarbij heeft de voorzitter onder meer geconstateerd dat niet op voorhand valt uit te sluiten dat uiteindelijk zal blijken dat de korpsbeheerders de gegevens terecht hebben geweigerd openbaar te maken. Het verzoek om gegevens van [wederpartij] in onderhavige zaak is identiek aan de verzoeken die daar aan de orde waren. Op 7 augustus 2008 zullen onder meer de hiervoor vermelde zaken inhoudelijk ter zitting worden behandeld. Nu niet is gebleken van een zwaarwegend belang van de zijde van de [wederpartij] dat zich verzet tegen toewijzing van het verzoek, ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

treft de voorlopige voorziening dat de korpschef van het regionaal politiekorps Brabant Zuid-Oost geen nieuw besluit op het bezwaar van [wederpartij] hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van der Smissen, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Van der Smissen

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2008

419.