Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD7309

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-07-2008
Datum publicatie
16-07-2008
Zaaknummer
200707779/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 januari 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heusden (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woning en een garage aan [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200707779/1.

Datum uitspraak: 16 juli 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Heusden,

appellant,

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/4283 van de rechtbank

's-Hertogenbosch van 8 oktober 2007 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Heusden.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 januari 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heusden (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woning en een garage aan [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Bij besluit van 8 augustus 2006 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 9 januari 2006, onder aanpassing van de motivering daarvan, gehandhaafd.

Bij uitspraak van 8 oktober 2007, verzonden op 12 oktober 2007, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 8 augustus 2006 vernietigd en bepaald dat het college met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen opnieuw op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar beslist. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 november 2007, hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 juni 2008, waar het college, vertegenwoordigd door J.E.W. van de Wiel-van Baardwijk, ambtenaar in dienst van de gemeente, is verschenen. Voorts zijn daar [vergunninghouder] en [partij] gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Elshout" (hierna: het bestemmingsplan) rust op het perceel de bestemming "Woondoeleinden W (o.2)".

Ingevolge artikel 4, aanhef en onder b, van de planvoorschriften zijn de als zodanig aangewezen gronden bestemd voor woondoeleinden, vrijstaand en halfvrijstaand in maximaal twee bouwlagen.

Ingevolge artikel 4, derde lid, is per bouwperceel, zoals aanwezig op het moment van terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan, maximaal één woning toegestaan.

Ingevolge de in artikel 1 opgenomen definitie wordt onder bouwperceel verstaan een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegestaan.

2.2. Het college betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de bouw van een woning in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Het perceel is een bouwperceel in de zin van de planvoorschriften, zodat daarop een woning is toegestaan, aldus het college.

2.2.1. Dit betoog faalt. Niet in geschil is dat ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan het perceel deel uitmaakte van het perceel, kadastraal bekend gemeente Heusden, sectie K, nummer 1681. Op dat moment was op laatstgenoemd perceel een woning aanwezig. Gelet hierop, heeft de rechtbank terecht en op goede gronden geoordeeld dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de bouw van een woning in overeenstemming is met artikel 4, derde lid, van de planvoorschriften.

Dat, zoals het college stelt, het perceel ten tijde van het besluit op bezwaar van 8 augustus 2006 dient te worden aangemerkt als bouwperceel in de zin van de planvoorschriften, wat daarvan zij, maakt dat niet anders, reeds omdat gelet op het bepaalde in artikel 4, derde lid, van de planvoorschriften slechts de situatie ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan van belang is.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. bepaalt dat van gemeente Heusden een griffierecht van € 428,00 (zegge: vierhonderdachtentwintig euro) wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2008

270-476.