Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD7306

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-07-2008
Datum publicatie
16-07-2008
Zaaknummer
200802617/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 maart 2008, kenmerk 2007INT215007, heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Eemnes (hierna: de raad) bij besluit van 25 juni 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Dorpshart".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200802617/2.

Datum uitspraak: 8 juli 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid BOPA B.V., gevestigd te Putten, en Boni-Markten B.V., gevestigd te Nijkerk,

verzoekers,

en

het college van gedeputeerde staten van Utrecht,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 maart 2008, kenmerk 2007INT215007, heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Eemnes (hierna: de raad) bij besluit van 25 juni 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Dorpshart".

Tegen dit besluit hebben onder meer de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid BOPA B.V. en Boni-Markten B.V. (hierna: BOPA en Boni-Markten) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 april 2008, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 april 2008, hebben BOPA en Boni-Markten de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 juni 2008, waar BOPA en Boni-Markten, vertegenwoordigd door mr. M. Kuiper, advocaat te Harderwijk, en het college, vertegenwoordigd door drs. M.J.J.H. Verheugen en ir. M.J. Buruma, ambtenaren in dienst van de provincie, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting de raad, vertegenwoordigd door mr. M. Bekooy, advocaat te Enschede, en vergezeld door mr. H.J.M. de Jong, ambtenaar in dienst van de gemeente, en H. Zoetman, wethouder, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in een nieuw dorpshart voor Eemnes, bestaande uit winkels, horeca en woningen, in het gebied rondom het huidige gemeentehuis bij de kruising Laarderweg-Noordersingel-Braadkamp. Bij het bestreden besluit heeft het college het plan goedgekeurd.

2.3. BOPA is eigenaar van een onroerende zaak in het winkelgebied Torenzicht te Eemnes, waarin Boni-Markten een supermarkt exploiteert. BOPA en Boni-Markten richten zich met hun verzoek, gelet op het verhandelde ter zitting, uitsluitend op de goedkeuring van het plan, voor zover dit voorziet in een uitbreiding van winkelruimten voor supermarkten. Het verzoek is daarmee gericht tegen de goedkeuring van het plandeel met de bestemming "Centrumdoeleinden". Teneinde een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau op supermarktgebied te voorkomen, verzoeken zij het bestreden besluit op dit punt te schorsen.

2.4. Ter zitting is door de raad verklaard dat er nog geen aanvraag voor een bouwvergunning is ingediend wat betreft de invulling van de gronden met de bestemming "Centrumdoeleinden". Verder heeft de raad ontkend te hebben meegedeeld dat de verwachting is dat op korte termijn een aanvraag voor een bouwvergunning met betrekking tot deze gronden zal worden ingediend. Gelet hierop en in ogenschouw genomen dat uit de verrichte distributieplanologische onderzoeken blijkt dat er op dit moment nog distributieplanologische ruimte is voor uitbreiding in de dagelijkse sector alsmede dat het plan met de bestemming "Centrumdoeleinden" verschillende functies mogelijk maakt, is naar het oordeel van de voorzitter niet aannemelijk dat zich voorafgaand aan de behandeling van de hoofdzaak de gevreesde duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau op het gebied van supermarkten zal gaan voordoen.

Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat een spoedeisend belang tot het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt. Het verzoek daartoe dient te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Hennekens w.g. Nienhuis

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2008

466.