Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD6724

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-07-2008
Datum publicatie
09-07-2008
Zaaknummer
200802389/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 februari 2008, nr. 1317793, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Boxtel (hierna: de raad) bij besluit van 28 juni 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Centrum".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200802389/2.

Datum uitspraak: 4 juli 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 februari 2008, nr. 1317793, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Boxtel (hierna: de raad) bij besluit van 28 juni 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Centrum".

Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 april 2008, beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 april 2008, hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 juni 2008, waar [verzoekers], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. A.J.A.M. van de Laar, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen. Voorts is de raad, vertegenwoordigd door R.H.E. Poort, ambtenaar in dienst van de gemeente, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek is gericht op schorsing van het bestreden besluit, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden (B)" betreffende het perceel Ons Doelstraat 44.

[verzoekers] hebben bezwaren tegen de ter plaatse bestaande sportschool die op basis van het plan wordt toegelaten en kan worden uitgebreid. Daartoe voeren zij aan dat de sportschool in strijd met het vorige bestemmingsplan ter plaatse is gevestigd en dat de omwonenden onaanvaardbare overlast ondervinden van de bedrijfsactiviteiten. Hierbij voeren zij aan dat het gebouw op een afstand van vijf tot tien meter van woonbebouwing is gelegen.

2.3. Ingevolge artikel 7.1, aanhef en onder a, van de planvoorschriften, voor zover hier van belang, zijn de op de plankaart voor bedrijfsdoeleinden aangewezen gronden bestemd voor gebouwen ten behoeve van bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijven onder de categorieën 1 en 2.

In de Staat van Bedrijven bij het plan zijn sportscholen opgenomen onder categorie 2 met een bijbehorende aanbevolen afstand tot woonbebouwing van 30 meter.

2.4. Ter ondersteuning van hun betoog hebben [verzoekers] erop gewezen dat in de procedure omtrent de exploitatievergunning door de rechtbank 's-Hertogenbosch is geoordeeld dat de sportschool in strijd met het vorige bestemmingsplan ter plaatse is gevestigd. Gelet hierop twijfelt de voorzitter aan de juistheid van het standpunt van de raad dat de sportschool in overeenstemming met het vorige plan ter plaatse is gevestigd en dat het plan derhalve op dit punt niet voorziet in een wijziging van het toegelaten gebruik ten opzichte van het vorige plan. Dit aspect dient nader te worden onderzocht in de bodemprocedure.

Voorts hebben het college en de raad wat betreft het in geding zijnde plandeel vooralsnog volstaan met de stelling dat bedrijvigheid in de categorieën 1 en 2 in beginsel aanvaardbaar kan worden geacht in een woonomgeving. Daarbij hebben zij niet bezien of de toegelaten bedrijfsactiviteiten van de sportschool in het bijzonder, mede gezien de relatief korte afstand tot de omliggende woonbebouwing, tot een onaanvaardbare overlast voor omwonenden leiden. Gelet hierop betwijfelt de voorzitter of in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat voldoende gewicht is toegekend aan de belangen van de omwonenden, zodat de voorzitter aanleiding ziet om bij wijze van voorlopige voorziening het bestreden besluit op dit punt te schorsen.

2.5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 26 februari 2008, nr. 1317793, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden (B)" betreffende het perceel Ons Doelstraat 44;

II. gelast dat de provincie Noord-Brabant aan [verzoekers] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Hennekens w.g. Nienhuis

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2008

516.